‘Haal die Teflon-glimlach van je bek!’

Bedreiging van bestuurders Zoveel politici worden bedreigd dat steeds meer bestuurders op weerbaarheidstraining gaan. Dinsdag krijgt ‘de bedreigde burgemeester’ de Machiavelliprijs, als steun in de rug.

Trainer Jeroen Wiersma demonstreert bij de NRC-verslaggevers hoe hij deelnemers aan een weerbaarheidstraining ‘bedreigt’, gefilmd door trainer Harry Hittema.
Trainer Jeroen Wiersma demonstreert bij de NRC-verslaggevers hoe hij deelnemers aan een weerbaarheidstraining ‘bedreigt’, gefilmd door trainer Harry Hittema. Foto’s David van Dam

De deur gaat open en weer dicht, dan wordt het stil. Niet omkijken, was de instructie, niet omkijken en vooral niet reageren. Niet op het gehijg in de nek. Niet op de man die zich opdringt, steeds dichterbij komt, zijn priemende ogen, zijn dreigende postuur. Want wie reageert, verliest altijd.

Een weerbaarheidstraining voor bestuurders en politici is geen gezellig dagje uit, weet Harry Hittema, instructeur op glimmende leren stappers. Of ze nu burgemeester zijn of Kamerlid of minister-president, zijn cursisten komen stuk voor stuk uit een beroepsgroep die bovengemiddeld vaak met bedreigingen te maken krijgt. Hittema – een man van stevige handdrukken met een zwarte band in jiujitsu – traint, begeleidt, zorgt dat ze weten wat hen te doen staat als het zover komt.

En dat maakt wat los bij de bestuurders. Soms wordt er gehuild, één keer moest Hittema zelf een opstandige cursist in bedwang houden. En dan was er nog de burgemeester die zei dat hij „hier niet van gediend was”, de zaal uitbeende, in zijn auto stapte en nooit meer van zich liet horen.

De Nederlandse politicus is een mikpunt van bedreigingen. Vorig jaar liet de Agressiemonitor van het ministerie van Binnenlandse Zaken zien dat 29 procent van de lokale bestuurders in de voorbije twaalf maanden met agressie of geweld te maken had gehad. Van het waterschap (9 procent werd in één jaar tijd bedreigd) tot de provincie (37 procent): bedreigingen zijn overal.

Burgemeesters moeten het vaak ontgelden: meer dan vier op de tien had de afgelopen twee jaar te maken met bedreigingen. In Haarlem moest burgemeester Jos Wienen (CDA) vorig jaar onderduiken na bedreigingen die zo ernstig waren dat hij zelf niet mocht weten uit welke hoek die kwamen. Deze week kwam naar buiten dat het Openbaar Ministerie doodsbedreigingen onderzoekt die de Vlaardingse burgemeester Annemiek Jetten ontving nadat ze een vreugdevuur op Oudejaarsavond verbood.

Dinsdag wordt de Machiavelliprijs voor publieke communicatie uitgereikt aan ‘de bedreigde burgemeester’: niet aan één, aan allemaal. „De bedreigde burgemeester is een publiek instituut dat niet meer in staat is publiek te communiceren vanwege geweldsdreiging” en dat is „volstrekt onaanvaardbaar”, verklaarde de jury. Jos Wienen neemt de prijs in ontvangst.

Explosieve dreigers

Meer dan tweehonderd landelijke en lokale bestuurders en politici kwamen al bij Harry Hittema langs. Sinds begin dit jaar kunnen naast burgemeesters ook wethouders en raadsleden zich opgeven, aangemoedigd door het kabinet. Het ministerie van Binnenlandse Zaken vergoedt sinds eind vorig jaar de training voor alle cursisten.

Bedreigingen zijn niet eenduidig. Soms is een situatie levensbedreigend, zoals bij de burgemeester van het Limburgse Voerendaal, die vorig jaar een pistool op zich gericht kreeg. Veel vaker komt de dreiging zonder levensgevaar voor. Daarin zijn ook verschillende smaken, weet Harry Hittema. Je hebt explosieve dreigers die op een bestuurder afstappen en een tirade over de komst van een asielzoekerscentrum afsteken. Zo’n persoon even laten uitrazen en luisteren werkt het beste. „Iemand die staat te schreeuwen, zegt: hoor mij! Iemand die met de armen staat te molenwieken zegt: zie mij!”

„Vileiner” is de instrumentele dreiging: de dreiger met een doel. Hittema herinnert zich een burgemeester die de deur opendeed en daar een man aantrof in het gezelschap van zijn dochtertje. Hij vroeg waarom zijn vergunningsaanvraag was afgewezen. „O trouwens, lief dochtertje heeft u”, zei hij, en weg was-ie.

‘Deëscaleren’ is hét toverwoord van de training, ook in dit geval. „Maar je moet in zo’n ernstige situatie wel meteen grenzen stellen. Zeg bijvoorbeeld: meneer, ik zie dit als een bedreiging. Als dit nog een keer gebeurt, maak ik er melding van.”

Hittema zelf is niet snel bang, dat helpt. Hij gaf gevangenisbewakers trainingen om gijzelingen zonder bloedvergieten op te lossen en leidde bajespersoneel in Libië op na de val van Gaddafi. Bij ieder publiek, weet hij, hoort een andere aanpak. „Ik weet nog dat een collega op Bonaire een mes op iemands keel zette. Toen begon die bewaker te lachen en zei: Hé swa, dat zie ik dagelijks man!”

Een politicus wordt niet getraind voor situaties met messen of vuurwapens, maar de essentie is dezelfde. Rust bewaren en de controle behouden, zegt Jeroen Wiersma, de andere helft van het cursusteam. „Je moet reageren vanuit je mensenbrein”, zegt Wiersma. „Niet vanuit de emotie van je zoogdierenbrein.”

De twee verdelen de rollen: Hittema geeft de instructies, Wiersma – gele gympen onder een zwarte hoodie in een leren jack – speelt de dreiger, de stalker, de losgeslagen radicaal die de bureaucratie zat is. Met de methode-Hittema staan ze samen in cursusruimtes, in Van der Valk-zaaltjes of hier, onder het systeemplafond van het Opleidingsinstituut van het ministerie van Justitie en Veiligheid in Den Haag.

Daphne Bergman, sinds kort burgemeester van het Gelderse Beuningen na een wethouderschap in Gouda, leerde deze week op de training dat het „niet altijd slim is om de confrontatie aan te gaan”. Ze geeft een voorbeeld: in een Goudse winkel pakte ze eens twee dames hardhandig vast die aan het stelen waren. „Die begonnen direct te krabben en te slaan, waardoor ik ze moest loslaten.” Bergman zou het nu „eerder met een gesprek hebben geprobeerd”.

Rust bewaren moet je leren, en dus bouwen Hittema en Wiersma de spanning gestaag op. Het gehijg in de nek is pas het begin. Dan komt de eerste aanraking, daarna het roepen en schelden. „Hé, haal die Teflon-glimlach eens van je bek”, tiert Wiersma.

Stil blijven, rechtop staan, de adem stokt.

„Kijk nou! Net trilde je nog als een espenblad, nu heb je een bezem ingeslikt. Wat ís dit?”

Kalm blijven, meebewegen. Zelfverdediging is in de eerste plaats zelfbeheersing. „Het gaat er niet om je over te geven”, zegt Hittema. „Het gaat erom te weten hoe je ermee omgaat in de eerste paar seconden: wat voel je, wat doe je dan?”

Crimefighter

Het is geen toeval dat de burgemeester in de vuurlinie ligt. Hij is niet meer de lintjesknipper van weleer, maar voert met bestuurlijke maatregelen de strijd tegen zware criminelen aan. Het is de burgemeester die coffeeshops of clubhuizen van motorclubs sluit. Oud-burgemeester van Haarlem Bernt Schneiders pleitte er vorig jaar voor dat de burgemeester een stapje terug doet als crimefighter en het Openbaar Ministerie weer meer de leiding neemt. Die discussie leeft bij burgemeesters, merkt Hittema, ze praten erover tijdens de pauzes van zijn trainingen.

Minister Kajsa Ollongren (D66) zegt dat veiligheid tegenwoordig hét thema is bij het eerste gesprek dat zij met burgemeesters heeft voor hun benoeming. Ze noemt dat „niet fijn”, maar wel nodig. Burgemeesters krijgen van de minister sinds afgelopen week standaard een ‘veiligheidspakket’ met informatie over de ondersteuning die het ministerie biedt, van nazorg na bedreigingen tot een check van de woning.

Lees ook: Burgemeesters: van lintjesknippers tot misdaadbestrijders

Is een eenvoudige weerbaarheidstraining dan niet te licht? „Laten we wel wezen, gelukkig worden niet alle burgemeesters elke dag met geweld bedreigd”, zegt Alex van Hedel, burgemeester van Brummen. Als het erop aankomt, heeft hij meer aan zijn verleden als politieman. „Bij de politie was de weerbaarheidstraining nog wel iets indringender. Maar dat het gezag van een burgemeester in het geding is, kunnen we niet tolereren.”

Om een statement te maken, verscheen Van Hedel dit jaar met bokshandschoenen en in badjas op zijn nieuwjaarsreceptie. „Ik wil niet behoren tot de groep van 25 procent bedreigde burgemeesters”, riep hij door de zaal. „Ik wil uitdragen dat nóg meer dan ten minste 25 procent van de criminelen zich bedreigd moet voelen door de burgemeester.” Symbolisch, zegt hij zelf, maar wel met een boodschap: “Je zou geen taekwondocursus nodig moeten hebben om in Nederland burgemeester te zijn.”

Voor de laatste oefening betreden Hittema en Wiersma de dojo, schoenen uit, de mat op. Zelfs een beheerste burgemeester kan wel wat handgrepen gebruiken. Maar ook daar herhaalt de instructeur: de regie houd je juist door niet op elke tegenbeweging te reageren.

Geen boodschap die de cursisten zonder morren accepteren. Helemaal rustig in hun hoofd zijn de politici en ambtsdragers die hij over de vloer krijgt sowieso al nooit, zegt Hittema: „Dan word je geen politicus.” Wiersma: „Een burgemeester wil orde en controle uitstralen. Die gaat niet opzij.” Hoe groter het ego en hoe sterker de bewijsdrang, des te moeilijker het is de rust te bewaren. „Politiek assistenten doen het beter dan hun politiek leiders, fractiemedewerkers beter dan Kamerleden.”

Daphne Bergman, uit Beuningen, herkent dat wel. „Je bent bestuurder, dus je wil graag de controle hebben.”

Voor zijn cursisten – de burgemeesters, ministers en binnenkort de wethouders – is de training leerzaam, daarvan is Hittema overtuigd. En anders voor hem wel: de verhalen van cursisten die zagen hoe bedreigingen ten koste van hun gezinsleven, hun vrijheid, hun plezier in het werk gingen, is hij niet vergeten. „ Ik weet één ding: ik wil nooit meer premier, minister, Kamerlid of burgemeester worden. En straks waarschijnlijk ook geen wethouder meer. Aangeschoten wild ben je.”