‘Er is wél een Nederlandse cultuur’

Meredith Say uit Singapore
Meredith Say uit Singapore

Hartje winter draagt Meredith Say een T-shirt en zomerse rok. Zelfbewust loopt zij door de vertrekhal van Schiphol. Mensen draaien hun hoofd om; wie is die aparte verschijning?

De Singaporese klarinetdocent is officieel toerist, maar zo voelt zij zich niet. Als twintiger heeft Say (49) aan het Haagse conservatorium gestudeerd. „Mijn broer volgde al een opleiding in Nederland en voelde zich eenzaam. Kom alsjeblieft ook, smeekte hij.”

Sindsdien bezoekt Say Nederland zo vaak mogelijk. Soms boekt zij een vlucht met tussenlanding in Amsterdam om kaas en bitterkoekjes te kunnen kopen. Kan ze meteen haar Nederlands oefenen.

„Weet je wat zo apart is aan Nederlanders?” zegt ze. „Jullie zeggen dat jullie geen eigen cultuur hebben, maar als ik iets doe wat in Singapore normaal is – midden in de nacht vrienden bellen bijvoorbeeld – krijg ik een bestraffing: dat gaat tegen onze cultuur in. Jullie hebben wel degelijk een eigen cultuur, dus wees je daar wat meer van bewust.”

Waar Nederlanders eten „tamelijk onbelangrijk” vinden, praten Singaporezen over weinig anders zo hartstochtelijk. „Het recenseren van eten is bij ons een nationale hobby. Als een restaurant slecht eten serveert, nou, berg je dan maar. Nederlanders houden hun kritiek meestal voor zich. Waarom is mij een raadsel.”

Ze vertelt dat het Haagse conservatorium helaas niet het startpunt vormde van een bloeiende carrière in de muziek. Juist in het jaar dat zij naar Singapore terugkeerde, 1997, barstte de financiële crisis in Azië los. „Het is al die jaren sappelen geweest. Natuurlijk was ik graag doorgebroken in een muziekgezelschap, maar ik verdien mijn geld toch vooral met muzieklessen.”

Vlak voor ons afscheid komt ze nog even terug op de Nederlandse eetcultuur. „Ik ga graag naar concerten. Van klassiek in het Concertgebouw tot Martin Garrix in de Rai. Meestal heb ik aan het eind van de avond trek, maar dan zijn alle keukens dicht. Kan daar niet wat aan gedaan worden?”

Tekst en foto Danielle Pinedo