Eigen geluid, tegengeluid, dreigement, caféruzie: is dit nou wat u wilt, kiezer?

Deze week: de pijnlijke feitjes achter de ruzie van Denk met de PVV.

Ofwel: waarom partijen in de periferie van de macht gevaarlijk relevant aan het worden zijn.

Het dieptepunt van de week was natuurlijk de parlementaire variant op de caféruzie, met in de hoofdrollen: Selcuk Öztürk (Denk) en Machiel de Graaf (PVV).

Het verval van de politiek, verbeeld op een willekeurige woensdagavond in de nationale vergaderzaal.

Een heel debat „verknald”, zei Jasper van Dijk (SP) terecht, „voor een filmpje op Facebook”.

Het ging die avond over bijstandsfraude door Turkse Nederlanders.

Subtiliteit is voor De Graaf nooit een streven geweest, en ook Öztürk was zelden betrapt op een verfijnde woordkeuze. Dus je wist: dit kon zomaar fout aflopen.

De escalatie kwam toen de Denk-politicus een krantenartikel omhoog hield in de richting van De Graaf.

De jij-bak als argument: „De heer De Graaf op de foto met ‘fraude’”, zei Öztürk.

Onduidelijk was toen – voor de hele Kamer – wat voor artikel dit was.

Maar er was geen houden meer aan. De Graaf sprak iedere betrokkenheid bij fraude tegen, en ging over op de taal van het nachtcafé.

„Zwijg daar eeuwig over! Want ik zal je najagen. Dan ben je van mij!”

Later bood de PVV’er excuses aan – maar toen hadden de sociale media hun werk al gedaan.

Zelf dacht ik bij dat fragment meteen: dat stuk in handen van Öztürk – ken ik dat niet?

En inderdaad: donderdag kreeg ik de bevestiging, van Öztürk zelf, dat het draaide om een artikel dat ik in 2012 met toenmalig NRC-collega Huib Modderkolk publiceerde - over enkele PVV’ers in opspraak.

Een van de elementen was dat De Graaf in de periode 2010-2012 drie PVV-functies combineerde – fractievoorzitter in de Eerste Kamer, fractievoorzitter in de Haagse raad, en voor drie dagen beleidsmedewerker van de Tweede Kamerfractie.

Hij ontving ook driemaal salaris. Toenmalige PVV-Kamerleden klaagden tegenover ons dat hij nooit tijd voor ze had.

Een vreemde zaak – maar op zich had De Graaf gelijk in het debat: in het hele stuk kwam ‘fraude’ niet voor; niet als woord, niet als begrip.

Donderdag liep ik langs bij de bij de Denk-fractie, waar duidelijk werd wat er was misgegaan: Öztürk liet een kopie van het NRC-artikel uit 2012 zien, en ik zag meteen dat er op zijn versie, in een groter lettertje, een soort bovenkop – ‘Fraude met 3 overheids salarissen bij PVV gelijk, voor zichzelf (2012)’ – was getypt die de krant nooit zou afdrukken.

Ik vroeg een kopietje. Prima, zei Öztürk.

En nadat hij me dit overhandigde, en twee medewerkers zich in ons gesprek mengden, hoorde ik dat „een stagiair” die ongepubliceerde bovenkop bij het stuk had geschreven.

Dus: de hele onverkwikkelijke toestand was ontstaan omdat Öztürk zich had gebaseerd op een onjuiste samenvatting – ‘de heer De Graaf op de foto met fraude’ – die op de Denk-fractie was gemaakt.

En hoewel hij het bewijs zelf aan me had overhandigd, zag hij geen enkele reden zijn vergissing toe te geven. Geen sprake van.

Hij was alleen geïnteresseerd in slachtofferschap: hij was „ernstig bedreigd” in de Kamer, en dat moest aan de kaak worden gesteld. Vrijdag zinspeelde zijn partij op aangifte tegen De Graaf.

Jasper van Dijk, de SP’er, had woensdag in de Kamer gezegd dat het De Graaf „siert” dat hij excuses maakte voor zijn „heftige woorden”, en noemde het „zeer laag” dat Öztürk zijn onbewezen beschuldiging staande hield: het was, leek me, de correcte analyse.

Nu kun je zeggen: maar waarom zouden we ons druk om deze freakshow?

Beide partijen, PVV en Denk, hebben geen enkele serieuze kans op een machtspositie, ze leven van het gevecht met elkaar, dus alle aandacht voor ze is een beloning voor wangedrag.

Toch vrees ik dat dit te simpel is. In hun beider benadering van politiek vind je terug dat de democratie, dan wel het besef van democratie, fundamenteel verandert.

Het gaat dan om de combinatie van zelfverheerlijking en zelfpromotie, waarbij alle politiek primair draait om succes op de eigen sociale mediakanalen.

Verdraaiing of verfraaiing van feiten die standaard tot een vertoon van eigen voortreffelijkheid leidt.

Niet verrassend postte Öztürk donderdag een filmpje over het debat met De Graaf op Facebook, waarin zijn fout gewoon was opgenomen.

Maar Denk staat hierin zeker niet alleen. Bijna alle partijen doen die dingen nu.

Een onderzoeker van het Planbureau voor de Leefomgeving documenteerde eerder twijfel over Baudets stelling, deze week in de Kamer, dat het klimaatbeleid „duizend miljard” euro zal kosten – Baudet negeert het volledig, en blijft zijn betwiste stelling overal herhalen – ook op Facebook.

Gevolg is dat Den Haag overbevolkt raakt met partijen die vooral nog belang in zichzelf stellen, en minder in het fundamentele uitgangspunt van onze representatieve democratie: dat we hier geen meerderheidspartijen hebben, zodat de idealen van één partij nooit absolute waarde kunnen krijgen.

Maar wie, met het oog op de Statenverkiezingen in maart (ook bepalend voor de nieuwe Eerste Kamer), de Peilingwijzer bekijkt, doet een ongemakkelijke vaststelling.

Afgaande op de laatste tussenstand kan de nieuwe Eerste Kamer voor ruim veertig procent komen te bestaan uit partijen die meer belangstelling hebben voor zichzelf dan voor machtsuitoefening.

Politiek met het enkele oogmerk van behoud van eigenheid.

Laten we ze snel even aflopen. De grootste stijger, Forum voor Democratie van Baudet (nu 9 procent in de Peilingwijzer) vindt elke vorm van klimaatbeleid onzin en eist een Nexit: de kans dat een Kamermeerderheid daarin meegaat is nihil. De PVV (13 procent) wil Nexit en een koranverbod: idem.

De SP (9 procent) wil zich weer profileren als het tegengeluid van links: weg van regeren, terug naar de tomaat. De Partij voor de Dieren (5 procent) is principieel tegen „compromisme” en stemde vorig jaar zelfs tegen de rijksbegroting. Denk (3 procent) is gezien zijn kopieergedrag van de PVV voor niemand een mogelijke machtspartner. Het enige twijfelgeval is mogelijk 50Plus (3 procent).

En ik weet het, niet in al deze partijen willen ze de politiek vervormen tot een freakshow. Zeker niet. Maar zorgelijk blijft het dat, in de huidige tussenstand, zóveel kiezers lijken te gaan stemmen op partijen die in de praktijk hun neus ophalen voor het nemen van verantwoordelijkheid.

Je kunt natuurlijk zeggen dat dit allemaal aan de middenpartijen ligt. Middenpartijen die door hun bestuurlijke opstelling het contact met kiezers verliezen. Middenpartijen die zo pragmatisch zijn dat ze stelselmatig eigen principes verloochenen.

Dat kun je allemaal zeggen, en het is ook lastig te weerleggen.

Maar zelf denk ik: en de kiezer zelf dan?

Want als kiezers in ruil voor middenpartijen liever stemmen op partijen die alleen een eigen geluid of tegengeluid produceren, die de eigen minderheidspositie meer waarde toekennen dan de vorming van politieke meerderheden, dan creëren ze zélf het klimaat waarin een caféruzie-achtige scheldpartij zoals deze week een normale vorm van politiek wordt.

Want in die ruzie zat het manco verborgen dat je bij zoveel kiezers én politici ziet: mensen die zich per definitie boven andere mensen plaatsen.

En dat genereert uiteindelijk de politici die zo superieur zijn dat ze zich niet eens kúnnen vergissen – zelfs niet als ze het bewijs van het tegendeel zelf in handen hebben.

    • Tom-Jan Meeus