Opinie

De kadaverlucht van de vooruitgang

Ik vraag een dichteres wat ze denkt bij het woord ‘disruptie’. Ze vertelt over het gedicht The Spooks van Jack Underwood, waarin iemand een banaan injecteert met bloed en dan de reactie afwacht van degene die de banaan pelt en daarbinnen een gezwollen bloedader vindt.

Dat is het risico als je een dichteres vraagt naar haar eerste gedachten, dat ze je een bloedende banaan geeft.

Ik dacht dat de disruptieve theorie uit Silicon Valley kwam, maar er zijn oudere bronnen: Joseph Schumpeters theorie van creatieve destructie uit de jaren dertig van de vorige eeuw en de disruptieve innovatie van Clayton Christensen, die dat begrip muntte in 1995.

Afkomstig uit de economische theorie, wordt disruptieve innovatie aanvankelijk vooral op bedrijven toegepast: met digitale technologie proberen ze bestaande markten en structuren te ontwrichten om er een nieuwe hegemonie voor in de plaats te stellen.

Sinds begin deze eeuw is het vloekwoord disruptie bezig aan zijn verwoestende opmars. Het is overal, het woord en zijn uitwerking.

Heeft het begrip creatieve destructie bij Schumpeter nog iets vriendelijks, iets ouderwets als het ware, geworteld als het is in het analoge tijdperk, bij disruptieve innovatie gaat het, onder invloed van de digitale revolutie, om razendsnelle veranderingen en steile curves.

Onze tijd is in handen van digitale revolutionairen, disruptie is hun strijdkreet. Zoals altijd begint de nieuwe tijd met een gewelddaad. Sterft, gij oude vormen en gedachten. De vooruitgang komt met een kadaverlucht in zijn kielzog. Hoeveel paradijzen zijn ons al niet in het vooruitzicht gesteld? Het huidige paradijs is stuurloos en ongrijpbaar. De disruptieve gewelddaden strekken zich over alle levensterreinen uit. De politiek staat machteloos tegenover platforms als Uber en Airbnb. De technologie van Facebook brengt filterbubbels met zich mee die onze sociale en politiek-maatschappelijke structuren verwoesten. Kapitaal onttrekt zich aan iedere controle. Hoogwaardige technologie in handen van overheden en sociale netwerken usurperen onze privacy. Ziektekostenverzekeraars, in het bezit van voorspellende technologie over ziekte-indicatoren, jagen onvermoeibaar op onze privégegevens.

De mens moet van de wieg tot het graf onder de knoet van het algoritme worden gebracht. Wat niet meetbaar is, telt niet mee. Het gaat al lang niet meer om eenvoudige inbreuken op onze privacy, stelt data-specialist Martin Tisne in MIT Technological Review: er is ronduit sprake van onredelijke surveillance en oneerlijke discriminatie op basis van Big Data.

In al dit technologische geweld tegen het individu, zou je bijna vergeten dat het altijd gaat om mensen die Big Data inzetten tegen mensen. Soms omdat ze oprecht menen daarmee ieders gezondheid, geluk en levensduur te bevorderen, soms alleen om de aandeelhouder te dienen, hoe dan ook is het individu aan het eind van het liedje altijd de lul.

In de digitale revolutie is snelheid een geducht wapen, revolutionaire snelheid die door Filippo Marinetti al werd bezongen in zijn Futuristisch Manifest: ‘Wij verklaren dat de grootsheid van de wereld verrijkt is met een nieuwe schoonheid, die van de snelheid. Een race-auto, zijn motorkap versierd met dikke buizen als slangen met explosieve adem... een ronkende auto die als hij rijdt op een mitrailleur lijkt, is mooier dan de Nikè van Samotrake.’

De bevroren beweging in marmer moet wijken voor de dynamiek van de verbrandingsmotor met zijn explosieve adem – ruim baan voor de vooruitgang.

Ik ken iemand die, moe van alle vulgaire snelheid, disruptie en omwenteling, stilaan veranderde in een romantische conservatief. Een natuurlijke reactie, die niets te maken heeft met capitulatie maar juist met verzet. Het verzet van de antirevolutionair. Zie hem zitten met zijn niet-kwantificeerbare leven, dat tevreden anachronisme, zonder een spoor van spijt uit zijn tijd gevallen. Iemand die traagheid belichaamt, stilstand zelfs, losgesneden van de markt in zijn fauteuil bij de haard, verdiept in een gedicht uit de bundel Habitus van Radna Fabias (die hem ooit, bij het ontbijt in een Antwerps hotel, een bloedende banaan overhandigde).

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.