Recensie

We proeven dat de chef het kan – deze zaak heeft potentie

Het was een oude fabrieksloods op een ongure plek, maar elke vierkante meter grond in Amsterdam is goud waard en een beetje horeca-ondernemer weet van niets iets te maken. In een notendop het verhaal van de Kop van Oost, naast Brouwerij ’t IJ. Vijf jongemannen, onder wie de kok, stapten in het project na het eerst als ‘pop-up’ uit te testen. Al snel bleek de ligging, aan het water op de driehoek Zeeburgerpad, Oostenburgergracht en Czaar Peterstraat, uitstekend; temeer omdat bij een goede zomer het royale terras altijd vol zit.

Van binnen is er duidelijk niet op een dubbeltje gekeken, het is een prettig interieur met ruime tafels, ook fijne ronde voor het raam, een imposante bar en spannende kleuren. Ook de ontvangst is prima, onze jas wordt aangepakt en we krijgen een vriendelijk welkom. Er staat weliswaar gelikte, hippe muziek op, maar deze is niet hinderlijk hard.

Foto Daniel Niessen

De menukaart is zoals een kaart van een grootstedelijke zaak waar veel dertigers komen eruit ziet: brasseriegerechten als steak tartaar, zalm en entrecote, afgewisseld met groente- en/of vegetarische gerechten. Dat komt goed uit, een van ons heeft namelijk net besloten vanavond vegetariër te zijn en bestelt burrata (9,50), als hoofdgerecht bloemkool (16,50) en ten slotte crème brûlée (8,-). De ander kan de lokroep van vlees en vis niet weerstaan en neemt tonijn (12,50) en steak tartaar (14,50 hoofdgerecht, als voorgerecht 9,50) en erbij friet (4,-) en sla (4,-). We stellen een vraag over de tonijn, dat is witte albacore, maar de jongen in de bediening kijkt alsof ie het in Keulen hoort donderen. Z’n kennis van de kaart, dat blijkt ook bij de wijnbestelling, kan nog wel wat bijgespijkerd worden, zoveel is duidelijk.

Die tonijn komt met een toefje limoengel op fijngesneden, neutrale daikon en een hangop met kerrie bestrooid met gepofte rijst, niet helemaal in balans – te veel kerrie – maar best lekker. Opvallend is hoe bescheiden er met de zoutpot is gestrooid en dat blijft de hele avond zo, uitstekend! De burrata doet meer aan mozzarella denken en loopt niet lekker weg, het mist het romige, het is eerder chewy. De gefermenteerde gele bietencrème, de chioggia en de chip van tomaat zijn goed uitgevoerd en smakelijk. De bloemkool die volgt wordt wat grof gepresenteerd: een dikke plak geschroeide, maar rauwe en lauwe bloemkool met een crème van bloemkool, met beurre noisette, salieschuim en Reypenaerkaas. Een dappere poging, al zijn wij geen fan van Reypenaer, betekent dit gerecht héél veel knaagwerk en is het te weinig om als hoofdgerecht door te kunnen.

De steak tartaar is beter: grof gesneden vlees van goede kwaliteit, al komt het helaas rechtstreeks uit de koeling wat de smaak geen goed doet; maar de mosterdkruim en gezuurde beukenzwam zijn er heerlijk bij… een gerecht dat hoop geeft. De friet is ook zoals ie moet zijn, de mayonaise huisgemaakt, de salade goed aangemaakt en we drinken een perfect gekoelde Spätburgunder (35,-), die licht maar kruidig is. Dit nadat we ook even gluurden in het speciale wijnschriftje waarin de kostbare kelderrestanten zijn opgetekend.

De crème brûlée is goed gemaakt, inclusief het gebrande, harde kraklaagje, en een tikkie avontuurlijker door de mandarijn en sinaasappel, een goede afwisseling.

We zitten te wikken en te wegen. Het is zeker niet slecht, maar het is wat voorspelbaar en hier en daar uit balans, het wauw-effect blijft uit, maar we proeven wel degelijk dat de chef het kan en de zaak potentie heeft. En terwijl de één nog wat piekert en de ander de handen gaat wassen, blijkt er achter een tussendeur een ander leven verscholen te gaan: een indoor jeu-de-boulescentrum, Mooie Boules genaamd. Het is van dezelfde eigenaren, het is er druk en gezellig, er wordt gegeten en gedronken… het is de eerste jeu-de-boules foodhal van Nederland. Dit is de grootste verrassing van de avond!

Recensent en journalist Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.
    • Petra Possel