Opinie

Voldongen feiten door nieuwe DNA-techniek vragen om debat

opsporing

De discussie over een eventuele nationale DNA-databank waarin alle burgers terugvindbaar zijn blijkt tamelijk onverwacht feitelijk achterhaald. Die databank is er namelijk al, weliswaar (nog) niet in Nederland, maar bij een commercieel Amerikaans bedrijf dat GEDmatch heet. Nieuwe technologie maakt het binnenkort mogelijk al bij 350.000 profielen een DNA plattegrond van de gehele bevolking van Nederland te kunnen construeren.

Dit is een bijna hallucinante stap, deze week uitgebreid beschreven in NRC. Maar of dat ook een stap vooruit is, staat nog niet onomstotelijk vast. Het dilemma is bekend: privacy, vrijheid en autonomie aan de ene kant. Betere misdaadbestrijding, zekere slachtofferidentificatie, betere bewijskracht van sporen aan de andere kant. Vragen als – wie krijgt er toegang tot het materiaal en onder welke omstandigheden – zijn en blijven relevant. Kan afstaan worden verplicht? Houdt de donor zeggenschap over het materiaal? Hoe wordt continuïteit en kwaliteit gegarandeerd? Wie beschermt er tegen misbruik?

Maar die veranderen van betekenis zodra men zich realiseert dat dit een buitenlandse particuliere DNA databank is, die vrijwillig wordt gevuld, ook door Nederlanders, en openstaat voor iedereen. De dienst wordt nu vooral gebruikt om eigen herkomst vast te stellen: stamboomonderzoek dus, dat past bij de zoektocht van het individu naar zijn identiteit. De vrije markt heeft een dienst ontwikkeld die gretig wordt afgenomen. Amerikaanse opsporingsautoriteiten gebruiken GEDmatch inmiddels ook, buiten de overheidskanalen, om er ‘cold cases’ mee op te lossen.

Het is dan niet gek dat de politie in Rotterdam en Amsterdam ook de kans wil om de onbekende doden uit hun district via deze databank aan een identiteit te helpen. In de hoofdstad zijn dat er al zestig, slachtoffers van een ongeluk of mogelijk een misdrijf. Zou dat via deze weg lukken dan bewijst de politie vele nabestaanden een grote dienst. Dat is een gouden kans die je iedereen gunt. Er zijn geen goede argumenten om hen deze mogelijkheid te onthouden.

Tegelijk zijn we beland bij een zuiver geval van function creep. Ofwel het gradueel en ongecontroleerd in de privacy van burgers laten doordringen van een technologie die autonoom nieuwe functies ontwikkelt. Overigens zou het niet voor het eerst zijn dat burgers, gewend aan nieuwe technologie, hun privacy makkelijk inruilen. Niet alleen die van henzelf, maar in dit geval ook die van ál hun verwanten, tot in de vierde graad aan toe. Het maakt van ‘toestemming geven’ voor DNA-opslag een theoretische kwestie.

Het roept de vraag op of het DNA-debat geen achterhoedegevecht is, of een gepasseerd station? Waarom nog moeizaam discussiëren over een nationale DNA-databank van de overheid waarin de gehele bevolking raadpleegbaar is voor overheidsdoelen, als de vrije markt die zomaar aanbiedt? Het enige bezwaar tegen het politieverzoek is de agenda die er mogelijk achter steekt. Als er nu slachtoffers mogen worden opgespoord, waarom dan straks niet óók verdachten van ernstige misdrijven? Bij de Wet Zeggenschap Lichaamsmateriaal speelt hetzelfde. In de naar schatting 200 biodatabanken met lichaamsmateriaal wil het kabinet een toegangsdeur voor justitie voor ‘ernstige misdrijven’ en ‘uitzonderlijke gevallen’. Die optie wenkt ook hier. Dat is dus de verkeerde weg. Tegelijk zorgt deze techniek hier voor voldongen feiten. Nieuw en onbekend terrein dus, dat dringend in kaart gebracht moet worden. En goed besproken.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.