Recensie

Recensie Muziek

Renée Fleming mist het heilige vuur

De Amerikaanse sopraan jongleert met twee eeuwen en vijf talen zangkunst, en haar stem blijkt even wisselend: soms herkenbaar warm, soms verweesd zoekend.

Foto Javier del Real / EPA

Veel liederen over licht en liefde zong de Amerikaanse sopraan Renée Fleming donderdag in de Grote Zaal van Het Concertgebouw: over het rode gloeien van morgen en avond bij Schubert en Brahms, over verre en stille bliksemschichten op prairies, over doorschijnende wolken en de zilveren maan. Niettemin verspreidde haar stem maar zelden zijn karakteristieke warme gloed.

Fleming had het repertoire verdeeld in zes groepen. In het klassieke Duitse lied, waarmee ze begon, doolde haar toon wat verweesd door de gangpaden, zoekend naar houvast, zoals Fleming zelf aan de klep van de vleugel, die haar regelmatig overstemde wanneer het tempo omhoog ging. Hier schemerde alleen ontroering in Brahms’ lieflijke Wiegenlied en in Schuberts bezonken Im Abendrot, met een slotzin die Fleming plots prachtig liet open bloeien: „En dit hart - voor het breekt en zwicht - / drinkt nog gloed en slurpt nog licht.”

Die regel weerspiegelde treffend de rode draad van de twee eeuwen en vijf talen zangkunst die voorbij kwamen. Intrigerend waren twee liederen uit Letters from Georgia, een door Amerikaan Kevin Puts voor Fleming geschreven mini-opera, gebaseerd op brieven van de schilderes Georgia O’Keeffe, waarin zij haar liefde voor het landschap van New Mexico bezingt. De zinssnede „iedereen in kleuren van rijk verzadigd pigment” gold hierin ook zeker voor Flemings toon.

Het vormde de aanloop naar het hoogtepunt van de avond: drie beroemde titels die in haar vertolking in de recente films Bel Canto, Three Billboards Outside Ebbing, Missouri en The Shape of Water figureerden, waaronder ‘Lied aan de maan’ uit Dvoraks opera Rusalka, de aria die drie decennia geleden Flemings doorbraak belichaamde. Ineens vulde de zaal zich niet alleen met noten, maar met doorvoeld verlangen en hartstocht.

Na de pauze smeulde de recital na, zonder nog echt op te vlammen. Daar kon zelfs Gershwins hit ‘Summertime’ als toegift niets aan verhelpen. Deze aria uit de krottenwijk van havenstad Charleston leek in Flemings versie af te meren in een mondaine jachthaven op Long Island.