‘Gevallen man’ Ian Buruma: „Elke revolutionaire beweging kan worden gebruikt om de oude garde eruit te vegen.”

Foto Vincent Tullo/The New York Times/Hollandse Hoogte

‘Ook over #MeToo moet je sceptisch kunnen blijven’

Ian Buruma Ian Buruma moest weg als hoofdredacteur van The New York Review of Books wegens plaatsing van een #MeToo-gerelateerd artikel. Hij had daarmee willen onderzoeken wat ‘publieke veroordeling’ betekent – en toen trof die hem zelf.

‘Amerika en zijn puritanisme. Dit is het enige westerse land dat heeft geprobeerd de alcohol af te schaffen. Deze maatschappij heeft momenten gekend van hysterie, waarbij mensen hun zuiverheid moesten bewijzen en wie ónzuiver was, werd vervolgd. Het denken in goed en fout zit diep in dit land verankerd.”

Ian Buruma (67) neemt een slokje Earl Grey thee. Zijn grijze pet ligt naast hem op de bank. We zitten aan een tafeltje in patisserie Les Ambassades, Harlem, New York. Wij zijn de enige witte gasten.

„Mijn straat wordt Petit Sénegal genoemd”, zegt Buruma. „Het is interessant om te zien hoe de nieuwe migranten uit Afrika kijken naar de Afrikaans-Amerikaanse bevolking in de buurt. Laat ik het voorzichtig zeggen: de nieuwkomers kijken niet tegen de oude bewoners op.” Hoe lang hij ook in de VS woont – en hij woont er sinds 2004 – Buruma blijft de beschouwer, de buitenstaander.

Lees ook: Hij bood #MeToo-beschuldigde een podium

Het heeft even geduurd voor hij toestemde in dit gesprek. In september werd Buruma plotseling ontslagen als hoofdredacteur van The New York Review of Books. Hij zat er toen een jaar en een paar maanden. De aanleiding – o ironie – was een artikel in een speciaal nummer van het blad onder de titel ‘De val van de man’. Voor hij met journalisten wilde spreken, moest hij zijn ontslag ongestoord kunnen afronden. En er was tijd nodig om niet meer ‘besmet’ te zijn – zo werd vanuit zijn omgeving tegen hem gezegd. Is er nu voldoende tijd verstreken? Buruma weet het niet, zegt hij. En we stellen vast dat dit het onbevredigende, voorlopige antwoord is op de vraag die hij maanden geleden beantwoord wilde hebben toen hij Jian Ghomeshi uitnodigde een artikel te schrijven over diens ervaringen.

De populaire Canadese radiopresentator Jian Ghomeshi werd in 2014 beschuldigd van seksueel geweld, uiteindelijk door twintig vrouwen. Wegens gebrek aan bewijs werd hij vrijgesproken in een strafzaak, maar hij sloot wel een ‘vredesverklaring’ met enkele vrouwen en bood een van hen zijn verontschuldigingen aan om aan verdere vervolging te ontkomen. Buruma had Ghomeshi gevraagd het artikel te schrijven. Centrale vraag: wat gebeurt er met een strafrechtelijk vrijgesproken man, die in de publieke opinie gezien blijft worden als dader? „Ik heb er maanden aan geredigeerd”, zegt Buruma.

Wat wilde u precies weten van Ghomeshi?

„Deze man had een verhaal. Ik dacht dat publicatie ervan tot een discussie kon leiden over wat te doen met mensen die beschuldigd zijn van seksueel wangedrag en door de rechter zijn vrijgesproken, maar die het mikpunt blijven op sociale media, die volgens de publieke opinie uit het zicht moeten verdwijnen.”

Heeft het artikel aan uw verwachting beantwoord?

„Op het artikel is veel kritiek gekomen. Eén punt snijdt wel hout, vind ik achteraf. Als je zo’n beschuldigde man zijn verhaal laat vertellen, moet je hem dwingen veel duidelijker te zijn over waar hij precies van wordt beschuldigd. Anders ben je kwetsbaar voor de kritiek dat je hem zijn straatje laat schoonvegen.”

Hij schreef uitvoerig over wat er allemaal niet klopte van de beschuldigingen.

„Hij heeft geen dingen geschreven die onwaar zijn volgens mij. En het idee was niet om te onderzoeken wat Ghomeshi had gedaan.”

In een interview met webmagazine Slate, vlak na uw vertrek, zei u dat de ware toedracht niet uw ‘zorg’ was. Waarom eigenlijk niet?

„Ik had dat interview nooit moeten geven. Het was telefonisch, je wordt gedwongen heel snel te antwoorden. Natuurlijk is de waarheid van groot belang. Het zou interessant zijn zorgvuldig te onderzoeken wat er precies waar is aan de beschuldigingen tegen Ghomeshi. Maar een van de problemen met beschuldigingen over seksueel gedrag, is dat het niet altijd duidelijk is wat mensen wel of niet willen. Binnen een relatie gebeuren soms dingen waarvan iemand later spijt krijgt.

„En zelfs als we exact zouden weten hoe het zat, dan nog rijst de vraag in hoeverre de aard van zijn daden moet bepalen of en hoe lang iemand persona non grata moet blijven die door de rechter is vrijgesproken. Juist daarover zou uitgebreider debat nuttig zijn.”

De redactie had een kadertje naast het stuk kunnen plaatsen: dit waren de beschuldigingen, dit zei de rechter, dit zijn partijen overeengekomen.

„Ja dat was misschien wel goed geweest. Maar dat is nooit eerder gedaan in The New York Review of Books. En je moet de intelligentie van de lezers niet onderschatten. Je hoeft ze niet te vertellen hoe ze zo’n artikel moeten lezen.”

Het scheelt wel of je schrijft: ineens kwamen er online allerlei beschuldigingen over mij – zoals Ghomeshi doet – of dat je schrijft dat je rechtsgeldige overeenkomsten hebt gesloten en excuus hebt gemaakt om vervolging te voorkomen.

„Daar ben ik het helemaal mee eens.”

En als u zelf over die vraag nadenkt? Hoe moet je je rekenschap geven van onwenselijk gedrag waar het strafrecht geen soelaas voor biedt?

„Dat verschilt van geval tot geval, en hangt af van de ernst van de zaak. Een voorbeeld: Lorin Stein was de uitstekende hoofdredacteur van The Paris Review. Hij is beschuldigd van misbruik van zijn positie om seksuele relaties te verkrijgen. Hij is ontslagen. Nu was Stein behalve redacteur ook vertaler. Sommige uitgevers en bladen hebben besloten dat ze zelfs zijn vertalingen van Franse poëzie niet meer willen afdrukken. Dat gaat mij veel te ver.”

Buruma volgde in de zomer van 2017 Robert Silvers op als hoofdredacteur van The New York Review of Books. Silvers en mede-oprichter Barbara Epstein bestierden het blad als monarchen, zegt Buruma. „Niemand haalde het in zijn hoofd hen tegen te spreken. Dat heeft frustraties gewekt bij sommige redacteuren. Toen ik binnenkwam, heb ik van een absolute monarchie een veel democratischer regime gemaakt. We kregen redactievergaderingen, waarin iedereen kon meepraten over boeken en wie we zouden vragen erover te schrijven. Dat leidde tot een ontlading van de frustraties uit de jaren daarvoor – dat heb ik onderschat. Mensen vonden het nooit genoeg, ze vonden dat ze nog meer inspraak moesten hebben.”

Wie waren dat vooral?

„Als er verschillen van mening waren, dan liep dat niet tussen mannen en vrouwen. Het was veel meer een kwestie van leeftijd. Omdat ik ouder was en geen Amerikaan, zeiden ze: je begrijpt de verhoudingen hier niet goed genoeg. Je voelt de tijdgeest onvoldoende aan.”

Voelt u de tijdgeest goed aan?

„Ik ben me zeer bewust van de tijdgeest. Maar het is niet de taak van een onafhankelijk blad om de vinger in de wind te houden en altijd mee te buigen. Ik vind scepsis en nieuwsgierigheid de twee belangrijkste elementen in het maken van een onafhankelijk blad. En scepsis verhoudt zich niet goed met overgevoeligheid voor de tijdgeest.”

Waar gingen de meningsverschillen over?

„Discussies over ideologische zuiverheid wat gender en zo betreft. In Amerika kom je natuurlijk nooit om etnische problemen heen. Die zijn reëel, maar het onderwerp ligt zo gevoelig. Iemand die voor Buitenlandse Zaken in Washington had gewerkt, schreef een artikel over Noord-Korea. Haar betoog was dat de Amerikanen meer op de diplomatieke weg moesten inzetten dan op de militaire weg. Ik had daar als kop boven laten zetten: Better jaw-jaw than war-war – een uitspraak van Winston Churchill, die vond dat je beter kon praten met de Sovjet-Unie dan oorlog voeren. De eerste reactie van de jonge redacteuren was: dit kan niet! Je maakt Aziaten belachelijk. Zij dachten dat de kop een persiflage was, een soort koeterwaals. Zo gevoelig liggen die dingen.

„Jongeren zijn altijd fel op de oudere generatie, omdat die belangrijke posities bezet. Daarom was het zo gemakkelijk voor Mao om scholieren op te zetten tegen hun professoren tijdens de Culturele Revolutie. Elke revolutionaire beweging kan worden gebruikt om de oude garde eruit te vegen.”

Waar ligt de grens tussen terechte zorgen en overgevoeligheid?

„Het ontmaskeren van machtige mannen die hun macht hebben misbruikt, is terecht, dat moest gebeuren. Maar als mensen in staat zijn om anderen neer te halen, dan zullen ze het niet altijd om de juiste reden doen. Dan kan het, onder de vlag van #MeToo, heel persoonlijk worden. Je moet altijd heel erg oppassen met zuiveringen.”

Lees ook: wie wil er nog muze zijn?

Heeft u het gevoel dat u door een uitwas van de #MeToo beweging bent geraakt?

„Indirect wel, ja. Mensen die zich inzetten voor een beweging hebben sterk de neiging de wereld te zien in termen van vriend of vijand. Lastig voor een blad dat probeert de intellectuele onafhankelijkheid te handhaven.

„ Dat vrouwen als volstrekt gelijken met mannen kunnen samenwerken, is absoluut nodig. Maar The Review is niet een orgaan van de beweging. Ook over #MeToo moet je sceptisch kunnen blijven.”

Waren redactieleden het daarmee oneens?

„Met name de jongere redacteuren vonden dat we meer vrouwen moesten vragen om te schrijven, et cetera. Daar was ik helemaal niet tegen. Ik heb relatief veel vrouwen binnengehaald.

„Daarnaast vonden zij dat de redactie harder moest ingrijpen in opinies en uitlatingen in artikelen, waarvan zij vonden dat die indruisten tegen de taboes die samenhangen met de beweging. Bepaalde mensen moesten volgens hen helemaal niet schrijven. Zij vonden kortom dat ik te weinig censureerde.

„Laura Kipnis, een academica en schrijfster die ik bewonder, schreef een artikel waarin ze zei dat ze sympathiek stond tegenover #MeToo, mannen moesten inderdaad hun mentaliteit verbeteren. Maar, schreef zij, vrouwen moeten oppassen dat zij zich niet alleen in de slachtofferrol zien. Sommige vrouwen moesten nadenken over de manier waarop zij omgingen met mannen en met seks. ‘Dat kun je niet zeggen’, zeiden de jongere redacteuren. Daar werd uitgebreid over gediscussieerd.”

Eindigde dat met een stemming?

„Nee. Uiteindelijk ligt de verantwoordelijkheid bij de hoofdredacteur. We hebben het stuk met enige aanpassingen geplaatst.”

U had kunnen zeggen: we plaatsen dit artikel van Ghomeshi en over twee weken een tegenartikel.

„Dat zouden we ook doen. Wij besloten zoveel mogelijk lezersreacties af te drukken. Op de laatste redactievergadering formuleerden de jonge redacteuren de eis dat geen enkel artikel nog zou worden afgedrukt zonder de volle instemming van alle redacteuren. Dat zou onder mijn voorganger volstrekt ongehoord zijn.”

Wie hadden het stuk gelezen voordat het werd afgedrukt?

„Mijn adjunct en nog een redacteur hadden het geredigeerd. De eigenaar had gehoord dat er verschillen van mening waren, daarom wilde hij het vooraf lezen. Hij zag er geen kwaad in.”

Bent u eigenlijk ontslagen?

„Ja.”

Dit is Amerika, dan heeft u dus een grote afkoopsom gekregen.

„Nee. Het was vager. Ik werd min of meer gedwongen af te treden. Ik werd bij de eigenaar geroepen en hij zei: je moet gaan. Ik had nauwelijks tijd om mijn bril op tafel te leggen. Tot dat moment had hij me altijd gesteund. Ik denk dat de onmin onder de redactie de eigenaar zoveel zorgen baarde dat hij dacht dat de beste oplossing was mij te ontslaan.”

Had u niet moeten blijven om de druk van de publiciteit te weerstaan? Daar ging de hele kwestie-Ghomeshi over.

„Ik ben niet gezwicht. Als ik had gezegd: ontsla me maar, had hij dat gewoon gedaan.”

Het twistgesprek: Carte blanche voor een #MeToo-man in je blad?

Eén omstreden artikel en dan moeten aftreden. Is het onmogelijk de druk van sociale media te weerstaan?

„Het hangt er vanaf wie je bent. Trump kan dat doen. Hoe meer de progressieve kant op sociale media hem verguist, hoe populairder hij wordt bij zijn aanhang. Als je als redacteur van een progressief blad wordt aangevallen op sociale media door de mensen die zichzelf progressief noemen, dan verkeer je in een moeilijke positie.

„De voornaamste reden voor mijn ontslag was onenigheid op kantoor. Toen de zaak-Ghomeshi speelde, kwamen die krachten los. Een klassiek voorbeeld van de these van Tocqueville dat revoluties voortkomen uit stijgende verwachtingen.”

Hebben andere kranten of tijdschriften zich al bij u gemeld?

„Een redacteur van een ander blad nodigde me uit voor een lunch. Thema: kom vooral voor ons schrijven. Na een half uurtje vroeg ik: oké, wanneer zal ik dan beginnen? Oooh, dat kon echt nog niet. ‘Ik zou het wel willen, maar ja de jongere redacteuren, de tijdgeest, misschien als je een publieke verontschuldiging schrijft, er moet echt tijd overheen gaan.’ Ik ben, zoals iemand zei, toxic, besmet. Daar schrok ik nog meer van dan van mijn ontslag. Dat ik zelf in het schervengericht ben terechtgekomen dat ik wilde onderzoeken.”

Correctie (11-02-2019): In een eerdere versie stond per abuis in een quote van eigenaar Rea Hederman dat ‘het artikel naar de lange traditie van The New York Times was geredigeerd en gecheckt’. Dat is aangepast naar het juiste medium: The New York Review of Books.

    • Bas Blokker