Opinie

    • Folkert Jensma

Niet alleen de onderkant heeft rechtshulp nodig

De Rechtsstaat

Zou er nog wat van komen, betere hulp voor mensen die geen advocaat kunnen betalen? Minister Dekker (Rechtsbescherming, VVD) lanceerde een plan dat unisono door de rechtshulpverleners is afgewezen. Of beter: verketterd. Het is inmiddels oorlog. Dekker moest de Tweede Kamer deze week beloven dat hij weer met de advocatuur in gesprek zou komen. Links doet intussen een dansje – toegang tot het recht voor ‘de onderkant’ dateert uit de jaren zeventig en wordt sindsdien algemeen omarmd. Sociale rechtshulp als emancipatiestrijd in toga. Met als gevolg dat nu zo’n 35 procent van de Nederlanders subsidie kan krijgen voor juridische hulp bij kwesties variërend van uitkering, huur, echtscheiding, schulden, uitzetting, uithuisplaatsingen en natuurlijk strafzaken. Het aantal ‘toevoegingen’ en de bij behorende kosten stijgen volgens Dekker al jaren, een gegeven dat door advocaten te vuur en te zwaard wordt bestreden. Rechtse politici zwijgen: in hun optiek heeft de burger meer aan blauw op straat dan een semigratis toga naast zich. De slag om de rechtshulp is dus ook een ideologisch gevecht.

Rapport na rapport stelde de afgelopen tien jaar vast dat zich ongewenste neveneffecten in de rechtsbijstand voordeden die ik maar samenvat als overconsumptie. Of dat vooral door slechte wetgeving en wantrouwende overheden werd veroorzaakt, of door gedreven advocaten die geen beroep onbenut laten, laat ik in het midden. En ja, het is ook waar dat de samenleving bureaucratischer, digitaler en ingewikkelder is geworden, dat juristerij oprukt, het aantal laaggeletterden nu op 2,5 miljoen staat en de spanningen in de samenleving groot zijn.

De sociale advocatuur is door jaren financiële verwaarlozing diep gekrenkt, zoveel is ook duidelijk. Maar is méér gratis recht echt de beste oplossing? Of heeft het in regels en wetten bevroren ‘togamodel’ z’n beste tijd gehad, althans als exclusief middel om burgers te helpen? Die gedachte begint veld te winnen, vooral buiten de juridische wereld dan. Schikken, bemiddelen, informeel behandelen, herstellen, liefst dicht bij de burger, wint terrein. Ook Dekker wil nu andere hulp beschikbaar maken, juridisering terugdringen, procedures voorkomen (ook bij de overheid) en hetzelfde budget op termijn besteden aan minder advocaten.

Dat nu wordt ervaren als een koude sanering uit institutioneel wantrouwen. Is dit na Teeven een tweede sneak attack op de advocatuur? Hoezo, een ‘poortwachter’ die voortaan moet ‘adviseren’ of juridische hulp wel doelmatig is? Voor de geharde advocaten is dat een wolf in schaapskleren: de overheid die zelf bepaalt of er met subsidie geprocedeerd mag worden. Wat trouwens nu ook volop gebeurt. Advocaten moeten zelf een zaak taxeren, voordat ze er subsidie voor aanvragen. De overheid weigerde in 2017 zes procent van alle aanvragen, bijvoorbeeld als een zaak te onbeduidend was.

Toch slippen er onzinzaken door. De beroemdste was het kort geding over het zoekgeraakte konijn Punkie. Gevolgd door de ‘kleuterruzie in een zandbak’ over een paar honderd euro, waaraan twee ‘chicanerende’ sociale advocaten duizenden euro’s rechtsbijstand besteedden. Misbruik, het bestaat. Vrij recent nog, een Amsterdams kantoor dat ‘structureel kansloze zaken’ aantrok en steeds zo ver mogelijk doorprocedeerde, alleen vanwege de subsidie. Het liep tegen de lamp bij het mensenrechtenhof in Straatsburg, waar het de staat opviel dat één kantoor wel héél veel zaken aanspande. Die nooit ontvankelijk waren.

En er is nog een bekend probleem met ‘gratis’ toegang tot het recht. Wie het niet krijgt, leeft in een andere wereld. Die moet het met verzekeringspolissen zien te rooien. Of met commerciële advocaten. De Consumentenbond berekende het gemiddeld uurtarief: 200 euro. Wie z’n aannemer of keukenzaak voor de Geschillencommissie wil brengen, is 1.450 euro kwijt. Samen naar de rechter is 2.250 euro. Bij de middenklasse zit de ‘poortwachter’ gewoon in de achterzak. Recht is wat je er voor over hebt, dan wel betalen kunt. De diepste zakken hebben de meeste toegang. En die hebben soms subsidie.

Dekker als klassenvijand neerzetten die de ‘tweedeling’ aanmoedigt. Van mij mag het. Maar de praktijk is ingewikkelder.

Folkert Jensma is juridisch commentator. Twitter: @folkertjensma

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.