Na een leven op straat terug de schoolbanken in

Daklozen Ex-daklozen en oud-verslaafden worden opgeleid tot ervaringsdeskundige om zelf mensen te gaan helpen. Ze leggen makkelijk contact en begrijpen cliënten beter. „Je eigen worsteling laten zien en hoe je ermee omgaat kan stimulerend werken. Je laat zien dat niemand een supermens is.”

Foto Olivier Middendorp
Foto Olivier Middendorp

Er vliegt een ei door het klaslokaal. Docent Hans Hoogerdijk vangt het ding op en gooit het door naar de volgende leerling. En naar de volgende. En nog een keer. Verbaasde gezichten alom. Dan smijt hij het ei plotseling op een bureau. Het ding stuitert het lokaal in.

Een grapje met een boodschap. „Het oog is het meest bedrieglijke zintuig dat er is”, zegt Hoogerdijk. Les één voor een beginnend hulpverlener: „Godsamme. Vergeet nooit: je ziet niet wat je ziet. Gebruik niet alleen je ogen om een cliënt te beoordelen.”

Zeventien leerlingen zitten in een rechthoekige vorm in een klein zaaltje in Amsterdam-West, Geuzenveld. Ze volgen de opleiding tot ervaringsdeskundige, Howie the Harp genaamd, en sinds afgelopen zomer aangeboden door zorginstelling HVO-Querido. Alle studenten hebben een heftig verleden achter de rug. Hier zit een ex-dakloze naast een oud-drugsverslaafde, een voormalige dief naast een oud-psychiatrisch patiënt. In de woorden van projectleider Odette Hensen: „De klas is een snelkookpan van emoties.”

Oprukkend fenomeen in de zorg: het inzetten van oud-daklozen, oud-verslaafden en psychiatrisch patiënten in de zorg, hulpverlening en voor welzijnswerk. In heel Nederland worden opleidingen gestart tot ervaringsdeskundigen, die oud-cliënten klaarstomen om hulpverleners te worden. Momenteel zijn er een stuk of vijftien, schat Wilma Boevink van het Trimbos-instituut, dat onderzoek deed naar ervaringsdeskundigen.

Ze begrijpen het beter

Kern van het idee van de opleiding: mensen met een verleden in de zorg of hulpverlening leggen makkelijker contact met cliënten en begrijpen die vanuit persoonlijke ervaring vaak beter. De inzet van ervaringsdeskundigen is een aanvulling, geen vervanging. En heeft bovendien een ander, een meer bedenkelijk, voordeel, zegt Boevink: „Ervaringsdeskundigen zijn goedkopere arbeidskrachten.”

Het Howie the Harp-concept is overgewaaid uit New York en vernoemd naar de Amerikaan Howard Geld. Die worstelde met psychoses, schizofrenie en depressies. Na zijn verblijf in verschillende psychiatrische instellingen belandde hij op straat. Zijn eten scharrelde hij bij elkaar door op zijn mondharmonica te spelen. Buurtbewoners noemden hem daarom al gauw ‘Howie the Harp’.

Docent Hans Hoogerdijk geeft les aan toekomstige ervaringsdeskundigen in een klaslokaal te Geuzenveld. Foto Olivier Middendorp

Howard Geld ergerde zich aan de hulpverlening van die tijd en vond dat (oud-)psychiatrisch patiënten te veel werden gestigmatiseerd. Midden jaren negentig opende in New York een opleidingscentrum voor ervaringsdeskundigen dat gebaseerd is op zijn gedachtegoed.

In Nederland is de opleiding ingekocht door zorginstelling Pameijer. Deze startte in 2012 in Rotterdam de eerste opleiding. Arnhem, Tilburg en Amsterdam (sinds eind 2018) volgden. Het gaat nu echt heel snel, zegt Richard van Vliet, projectleider bij Pameijer: ook in Den Haag hebben ze al belangstelling getoond.

De opzet van de opleiding – 5.500 euro per persoon, vaak vergoed door de gemeente, UWV, of de toekomstige werkgever – is simpel. De eerste vier maanden wordt vier dagen per week klassikale les gegeven en één dag thuisstudie. Leerlingen maken kennis met het Nederlandse zorgsysteem, de huidige psychiatrie en ze houden een eigen portfolio bij. „Ik kon helemaal niet goed met een computer werken”, zegt student Rudy Stuut (61). De eerste dagen van de opleiding sliep Stuut slecht, zegt hij, door alle nieuwe ervaringen, mensen en de lesstof. Het huishouden, studeren, het is allemaal ineens heel veel, zegt Stuut, daar sta je niet bij stil. „Ik smeer nu ’s avonds mijn brood, dat had ik nog nooit eerder gedaan.”

Olivier Middendorp

In het tweede deel van de opleiding volgt een stage van acht maanden bij bijvoorbeeld een daklozenopvang, een ggz-instelling, of het Leger des Heils.

Strenge selectie

Er is geen „instapniveau” en niemand wordt op voorhand uitgesloten, zegt Van Vliet. Deelnemers worden wel zorgvuldig geselecteerd. Er wordt besproken of ze hun drugs en criminele verleden echt achter zich hebben gelaten. En in een motivatiebrief leggen ze uit waarom ze de opleiding willen volgen en in het „herstelverhaal” moeten ze hun eigen herstel analyseren, zegt projectleider Hensen van HVO-Querido. Tot slot volgt een gesprek: „Als ze nog aan het overleven zijn, werkt de opleiding niet.”

De docent in Amsterdam is een kruising tussen een priester en rockster. Hoogerdijk (58, lang grijs haar, ooit verslaafd aan „opiaten”) spreekt in ronkende zinnen. Het ene moment is hij inlevend, dan weer grappig, vervolgens persoonlijk. Een goede ervaringsdeskundige, zegt Hoogerdijk, probeert zich zo weinig mogelijk te laten leiden door vooroordelen, want dan haakt een cliënt af.

Docent Hans Hoogerdijk. Foto Olivier Middendorp

„Kunnen jullie mijn gedrag eens beschrijven?”, vraagt Hoogerdijk aan zijn leerlingen. Stilte in de klas. Een jonge vrouw steekt aarzelend haar vinger in de lucht: „Ik vind u heel gedreven.” Hoogerdijk grijnst, het antwoord waarop hij hoopte. „Ik ben helemaal niet gedreven. Ik word hier goed voor betaald, hoor.” Gniffelende leerlingen. De clou: „Om gedrag te beschrijven, moet je eerst de feiten waarnemen.”

Ron Nicolaas: „Ik vind u relaxed.” Hoogerdijk, pesterig: „Relaxed is geen feit, dat is een beleving.” Het is geen sinecure, ervaringsdeskundige te worden. Veel van de deelnemers in Geuzenveld hebben jarenlang geleefd zonder regelmaat. ’s Ochtends op tijd opstaan en zes uur studeren is pittig.

Ron Nicolaas (38) ging liever feesten dan werken. Hij had een schuld en toen zijn relatie na elf jaar uitging, raakte hij dakloos. Op straat leerde hij verkeerde ‘vrienden’ kennen en raakte hij verslaafd aan drugs. Waaraan precies? „Je kunt beter vragen waaraan niet?” Wiet en speed dagelijks, coke af en toe.

En nu zit hij ineens ’s ochtends om negen uur in de schoolbanken. Regelmatig dwalen zijn gedachten en die van andere studenten af. Een vrouw van middelbare leeftijd speelt met lippenstift, een andere stuurt stiekem een berichtje via haar telefoon.

Ervaringsdeskundigen zijn waardevolle krachten in de zorg en hulpverlening, volgens het onderzoek van Wilma Boevink van het Trimbos-instituut. Belangrijkste conclusies: door het contact met ervaringsexperts zijn cliënten weerbaarder, hoopvoller en ze komen minder vaak in een instelling terecht. Er kleeft ook een positief menselijk aspect aan de inzet van ervaringsdeskundigen, zegt Boevink: cliënten worden weer behandeld als mensen en niet alleen als zieke patiënten. „De ggz is totaal doorgeschoten en enkel gericht op controle.”

Tijdens de opleiding leren de studenten hun persoonlijke geschiedenis gebruiken in gesprekken met cliënten. Dit betekent niet dat ze hun hele levensverhaal eruit moeten gooien, zegt projectleider Hensen. „Je moet je kwetsbaarheid doseren.”

Hoe zeg je op een slimme manier dat iets je stoort aan een cliënt, vraagt Hoogerdijk, zonder dat die persoon begint te steigeren? Oefenstof voor de komende twintig minuten. De klas wordt opgedeeld in groepjes. In elk groepje zit een waarnemer, een ontvanger en een gever. De gever moet feedback geven aan de ontvanger over iets dat hem stoort, de waarnemer kijkt of het goed gaat.

Olivier Middendorp

Khalid (41, jaren verslaafd geweest aan cocaïne en afgekickt in Schotland): „Ik vind het heel moeilijk om dit te zeggen tegen je, want ik ken je al heel lang. Je lacht heel veel in de les. Ik merk dat ik daar aanstoot aan neem. Het irriteert me.” Melissa (47): „Waarom ben je daar geïrriteerd over?” Khalid: „Ik kan me niet meer focussen en word afgeleid. Ik ga om me heen kijken en word onzeker. Ik wil de indruk wekken dat ik een hele serieuze leerling ben. Als dat niet lukt, vraag ik me af wat de andere leerlingen van me denken. Het zit diep: het maakt me heel onzeker.” Melissa: „Je vraagt af en toe of ik iets stiller kan zijn, maar zegt het niet heel serieus. Daardoor weet ik niet of je het echt meent.” Khalid: „Ik wil je niet kwetsen.” De waarnemer grijpt in: „Ik hoor jullie, het hoge woord is eruit.” De rollen worden omgedraaid.

Het is belangrijk, zegt docent Hoogerdijk, dat ervaringsdeskundigen bij waargenomen gedrag uitleggen wat het met ze doet en niet zeggen wat ze ervan vinden. Stellig: „Hou op met iets vinden van een ander.”

Zeventien studenten van de straat, verlokkingen die op de loer liggen, schikken zij zich naar de wensen van de docent? Volgens projectleider Odette Hensen wel: „Wij merken dat de leerlingen heel erg het gevoel hebben dat ze in hetzelfde schuitje zitten en het beste ervan willen maken.” De begeleiders kennen bovendien de „triggers” van hun studenten en houden die constant in de gaten. Hensen: „Als een oud-verslaafde in een gebruikersruimte wil werken, moet hij heel sterk in zijn schoenen staan.”

Het risico dat een cliënt samen met de ervaringsdeskundige afglijdt, is klein, denkt Boevink. Je opereert als ervaringsdeskundige niet alleen, zegt zij, maar in een heel team met andere professionals. „Als ervaringsdeskundige je eigen worsteling laten zien aan een cliënt en hoe je ermee omgaat, kan juist stimulerend werken. Je laat zien dat niemand een supermens is.”

Positieve resultaten

De eerste resultaten van de Howie-opleiding lijken positief. 200 personen hebben de opleiding afgerond. Gemiddeld stoppen er van 24 studenten zes, volgens onderzoek uit 2017 van bureau XpertiseZorg in opdracht van Pameijer – in Amsterdam is niemand gestopt. En de helft van de studenten die hun certificaat halen stroomt uit naar een baan (het merendeel) of vrijwilligerswerk (een kleinere groep, volgens datzelfde onderzoek). Dat percentage is inmiddels opgelopen tot 73 procent, volgens Pameijer.

Aankomende maandag beginnen de leerlingen aan hun stage. Ron Nicolaas en Khalid lopen stage bij HVO-Querido. Khalid wil ambulantbegeleider worden bij jongeren met psychiatrische problemen. Rudy Stuut loopt stage bij het Leger des Heils. Hij wil na de opleiding in de dagopvang, twee dagen per week, cliënten goede persoonlijke begeleiding geven. „Ik heb zelf wel twintig hulpverleners gehad”, zegt Stuut, „met slechts eentje heb ik nog een beetje contact.”

    • Martin Kuiper