Merlijn Doomernik

#IToo wil jou steunen, jonge vrouw

Marceline en Mpho Tutu van Furth willen jonge vrouwen die aan hun carrière beginnen laten begeleiden door ervaren vrouwen zoals zij, schrijven ze in The Lancet.

Mooier kun je het bijna niet krijgen als arts en onderzoeker: een publicatie in The Lancet, een van de oudste en beste medische tijdschriften ter wereld, opgericht in 1823. En ook al is die publicatie een ingezonden brief en geen wetenschappelijk artikel, dan nóg is het een hele eer.

Dus Marceline Tutu van Furth (58) en Mpho Tutu van Furth (55) – sinds hun huwelijk in 2015 dragen ze elkaars achternamen – waren hartstikke blij toen ze hoorden dat hun inzending geaccepteerd was en zou worden opgenomen in het speciale themanummer over vrouwen in de wetenschap, geneeskunde en gezondheidszorg, begin 2019. „We hoefden ons verhaal alleen maar in te korten”, zegt Marceline.

Ze is hoogleraar kindergeneeskunde aan Amsterdam UMC, gespecialiseerd in infectieziekten. Mpho (spreek uit: mpo) Tutu van Furth is geestelijke, schrijver en oprichter van de stichting die het gedachtegoed van haar ouders uitdraagt, Desmond en Leah Tutu. Desmond Tutu is de wereldberoemde Zuid-Afrikaanse geestelijke en mensenrechtenactivist die met Nelson Mandela tegen apartheid streed. In 1984 kreeg hij de Nobelprijs voor de Vrede.

In december 2017 had The Lancet een oproep gedaan aan vrouwen in de wetenschap, geneeskunde en gezondheidszorg om te schrijven over achterstelling, discriminatie en seksisme in hun vakgebied, en wat ertegen te doen valt. De respons, zegt de redactie, was overweldigend: meer dan driehonderd reacties van over de hele wereld. Des te trotser zijn Marceline en Mpho Tutu van Furth dat hun bijdrage door de selectie is gekomen.

De lancering van het themanummer is vrijdag onder de hashtag #LancetWomen groots gevierd met een symposium in Londen over de ‘institutionele en systematische barrières’ waar de carrières van vrouwen nog altijd onder te lijden hebben. Want denk maar niet, zegt de redactie, dat die barrières verdwenen zijn. Voor gender bias, vooroordelen op grond van geslacht, is ‘robuust bewijs’, en daar moet nu eindelijk eens verandering in komen.

Het opmerkelijkste aan het verhaal van Marceline en Mpho Tutu van Furth is vooral wat het níet is. Geen aanklacht, geen getuigenis van ondergaan onrecht, geen woede. Ze vertellen over hun eigen leven en hoe het hun gelukt is om te komen waar ze zijn.

Samen sterk

Hun idee is om jonge vrouwen die aan hun carrière beginnen te laten begeleiden door ervaren vrouwen zoals zij. Samen zijn we sterk, zeggen ze. Het effect ervan zien we aan #MeToo. Door #MeToo is er een omslagpunt bereikt waarop verhalen over seksuele agressie eindelijk serieus worden genomen.

Boven hun brief staat #IToo, de hashtag waaronder ze hun initiatief concreet willen maken. Ze willen een website en een app ontwikkelen waarop mentors en protegees elkaar kunnen vinden. Ze schrijven: #IToo ben bereid jonge vrouwen te steunen, #IToo wil hun raad geven en hen behoeden voor valkuilen, #IToo wil hen verdedigen tegen bedreigingen.

Marceline en Mpho zitten, een paar dagen voor de verschijning van hun brief, in Marceline’s kamertje in het ziekenhuis om te vertellen over hun leven, maar voordat ze daarmee beginnen vraagt Mpho om een ogenblik stilte. „Eerst samen arriveren op deze plek en op dit moment.” Ze vouwt haar handen en sluit haar ogen.

Dat project liep heel goed en ergens in dat jaar kwam het moment waarop ik dacht: dit is de vrouw voor de rest van mijn leven

„Daar was ik niet aan gewend”, zegt Marceline als Mpho haar ogen weer opendoet. „Als ik dat zou doen in een vergadering met collega’s zouden ze vragen of ik gek geworden was. Mijn kinderen moesten er ook aan wennen, ze hebben nog nooit gebeden. Maar het is” – ze kijkt stralend naar Mpho – „een prettige manier om rustig te worden en je te concentreren.”

Ze heeft een dochter van 19 en een zoon van 17 met haar ex-vrouw. Mpho heeft een dochter van 22 en een dochter van 13 met haar ex-man. „En ik heb een kleinzoon van een jaar”, zegt ze.

„Samen”, zegt Marceline. „We hebben samen een kleinzoon.”

„We FaceTimen elke dag met hem”, zegt Mpho. „Hi! Hi! Smak, smak.”

Ze leerden elkaar kennen op een bijeenkomst van de Nederlandse ambassade in Pretoria waar alle hoogleraren met een Desmond Tutu-leerstoel waren uitgenodigd, in 2011. Marceline was een van hen, ze behandelde kinderen met tuberculeuze hersenvliesontsteking in Zuid-Afrika. Nu is ze gewoon hoogleraar, maar haar belangrijkste onderzoek gaat nog steeds over bacteriële hersenvliesontsteking. Ze is er destijds op gepromoveerd.

Verliefd

Verliefd werden ze pas in 2013, toen ze samen een project deden met stickers om Zuid-Afrikaanse kinderen met hiv aan te moedigen elke dag hun medicijnen in te nemen. „Daar moet je ze bij helpen”, zegt Marceline. „Het gaat niet vanzelf.”

Mpho: „Vaak schamen ze zich.”

Marceline: „Dat project liep heel goed en ergens in dat jaar” – weer die stralende blik – „kwam het moment waarop ik dacht: dit is de vrouw voor de rest van mijn leven.”

Ze trouwden in Oegstgeest, waar Marceline is opgegroeid. „Het heeft me jaren gekost om het uit te spreken zonder te stikken”, zegt Mpho. Bij de brief in The Lancet staat een foto van hun beider vaders na de plechtigheid. De foto hangt ook aan de wand van Marceline’s kamertje. Twee mannen op een bank die vriendelijk naar elkaar lachen in wederzijdse bewondering.

Marceline’s vader, Ralph van Furth, was hoogleraar interne geneeskunde, gespecialiseerd in infectieziekten. „Die keer dat we door Leiden liepen en we een collega van hem tegenkwamen”, zegt Marceline tegen Mpho. „Weet je nog?” Tegen mij: „Hij vroeg hoe het met mijn vader was. Huh, zei Mpho. Jóúw vader? Ze is gewend dat iedereen altijd en overal begint over háár vader. Maar mijn vader was in Leiden beroemd.”

Mpho: „Iedereen kende hem.”

Marceline’s oudste broer is ook hoogleraar in Leiden, bij psychiatrie. En haar jongste broer is er neurochirurg. Dat lijken bijzaken, maar niet voor Marceline en Mpho. In hun brief schrijven ze dat familie een van de acht variabelen is die van grote invloed zijn op de sociaaleconomische participatie van vrouwen en hun positie. De andere zeven zijn: opleiding, beroepskeuze, fysieke en psychische veiligheid, kansen, begeleiding, storytelling en empowerment.

Het heeft me jaren gekost om het uit te spreken zonder te stikken

Je familie kun je natuurlijk niet kiezen, daar moet je geluk mee hebben. En dat hebben ze, zeggen ze. Hun vaders steunden hun moeders, die zelf ook een carrière hadden. Nomalizo Leah Tutu was lerares en verpleegkundige, Ghi van Furth-Vreede was maatschappelijk werkster en psychotherapeut. „Dat ik geneeskunde ging studeren was vanzelfsprekend”, zegt Marceline. „Daar heb ik niet over nagedacht.” Mpho, in Londen geboren toen haar vader daar aan King’s College studeerde: „Mijn ouders stimuleerden me in alles wat ik wilde. It’s okay, darling. Try, explore. We support you.” Ze ging naar goede scholen. Ze kreeg de kans om te studeren en zich een positie te verwerven in de kerk.

Het hielp hen, zeggen ze, om in de voetsporen van hun vader te treden. Ze gingen werken in werelden die destijds nog helemaal niet zo toegankelijk waren voor vrouwen, integendeel. Ze hadden het relatief gemakkelijk, zeggen ze, omdat ze die werelden al wel kenden. Marceline kon toen ze in opleiding was tot kinderarts onderzoek gaan doen in het laboratorium van haar vader.

Geholpen worden

En de andere variabelen? Op sommige heb je zelf invloed, schrijven Marceline en Mpho in de brief. Of je kunt er, en nu zijn we weer bij #IToo, bij geholpen worden. Zelf hebben ze veel profijt gehad van collega’s die hun de richting wezen – ga naar díe conferentie, laat dáár je gezicht zien – en hen coachten, formeel en informeel. Marceline was nooit op het idee gekomen om te zeggen dat ze hoogleraar wilde worden als een collega van haar, een man, haar er niet op geattendeerd had dat ze het met haar staat van dienst allang had moeten zijn.

Nu zijn ze beiden op een leeftijd dat ze hun kinderen helpen bij het maken van keuzes. Marceline’s dochter gaat geneeskunde doen, haar zoon heeft nog geen idee. Mpho’s oudste dochter is na een paar omwegen een bedrijf begonnen en de jongste moet na het schakeljaar dat ze nu doet kiezen naar welke school ze wil. Ze is met haar moeder meegekomen naar Nederland. Praten en meedenken, dat is wat Marceline en Mpho met hen doen. En dat willen ze ook doen met jonge mensen buiten hun gezin, zeggen ze.

Met haar studenten en promovendi doet Marceline het al, ook met de jongens. „Probeer te dromen”, zegt ze tegen hen. „Ga je verbreden. Verdiep je in kunst en literatuur. Wees eigenwijs en leergierig.” Laatst had ze een jongen die naar Canada kon voor een stage en aan haar vroeg of dat een goed idee was, want zou hij dan nog wel de kans krijgen om kinderarts te worden. „Dat weet ik niet, zei ik, dat weet je nooit. Maar ik zie aan je dat je het wilt, dus ga. Het is nú een goed idee.”

Wat bedoelen ze met storytelling als zevende variabele?

Mpho: „Ik kom uit een familie met heel veel verhalen, ook verhalen van vrouwen die samen tegen apartheid streden en zo de wereld veranderden. Die verhalen gaan in je zitten en je put er kracht uit, en moed, en blijdschap. Denk ook aan de parabels die Jezus in de Bijbel vertelt. Ik ben ervan doordesemd en ik blijf ervan leren.”

Marceline pakt een velletje papier en maakt een aantekening. „Ik heb een idee”, zegt ze. „We moeten verhalen op onze website hebben van vrouwen zoals wij. Of nee, filmpjes, we moeten filmpjes hebben waarin vrouwen hun verhalen vertellen. Op YouTube.”

    • Jannetje Koelewijn