Henri VII was klaar voor de troon

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. De Franse troonpretendent Henri d’Orléans (1933 -2019) hield de monarchale vlam brandend.

Boven: Henri d’Orléans in Spanje in 2000. Links: Henri d’Orléans als baby met zijn vader en grootvader.
Boven: Henri d’Orléans in Spanje in 2000. Links: Henri d’Orléans als baby met zijn vader en grootvader. Foto's Getty Images, Rue des Archives/ PVDE

Je kiest je overlijdensdatum niet zelf, zeker niet in een nette katholieke familie van adel. Dus toen op 21 januari de Franse troonpretendent Henri d’Orléans, graaf van Parijs, op 85-jarige leeftijd zijn laatste adem had uitgeblazen, fronsten de talrijke royalty-watchers die Frankrijk nog altijd kent de wenkbrauwen. „Wat een merkwaardig lot”, twitterde tv-presentator, koningshuisfanaat en Macron-vertrouweling Stéphane Bern als eerste. 21 januari was de dag waarop, in 1793, Louis XVI op het ‘Plein van de Revolutie’ (nu Concorde) geëxecuteerd werd. Iedere Fransman kent de gravure waarop de beul het bloedende hoofd van de koning naast de guillotine aan het verzamelde Parijse publiek toont.

Henri d’Orléans, of eigenlijk Henri VII, stond die maandag in januari op het punt naar de jaarlijkse mis te gaan waar Louis XVI herdacht zou worden. Hij was al mooi aangekleed, vertelde zijn zoon Jean d’Orléans aan een lokale krant met de ongemakkelijke naam L’Écho Républicain, en wilde nog heel even liggen om te rusten. Hij stond niet meer op. Zaterdag 2 februari werd hij bijgezet in de koninklijke kapel van Dreux, die dienst doet als necropool van het Huis van Orléans. Vertegenwoordigers van koningshuizen uit de hele wereld waren aanwezig om afscheid te nemen. „Hij wilde net als eerder mijn grootvader Frankrijk en de Fransen dienen”, liet zoon Jean optekenen, de nieuwe troonpretendent.

Of eigenlijk: een van de troonpretendenten. Want Frankrijk kent er nog een paar. Maar het Huis van Orléans heeft de steun van de meest actieve monarchistische beweging in Frankrijk, het ultra-reactionaire Action Française. Leden van die club dromen nog altijd van een contrarevolutie en zien in het protest van ‘gele hesjes’ tekenen dat de Franse republiek wankelt. Vanaf de eerste protesten zijn ze, wapperend met de Franse lelie, in de voorste linies te zien. Ook Henri d’Orléans zelf maakte in de weken voor zijn overlijden geen geheim van zijn steun voor het volk op de barricades. Via Twitter keerde hij zich tegen de „zogenaamde elites” die de Fransen een „waardig leven onthouden”. De woede van „le peuple” is „legitiem” schreef de troonpretendent. Maar geweld wees hij af.

Hij vocht als soldaat in Algerije en werkte daarna het grootste deel van zijn leven in het bedrijfsleven. Hij exposeerde zijn schilderijen en creëerde een parfum met de favoriete roos van Marie-Antoinette. Maar door zich met het Franse politieke debat te bemoeien, hield hij de monarchale vlam brandend. In tv-interviews ging het vooral over liefdesintriges, het verdwenen familiekapitaal of de slechte verhouding met zijn vader. Op zijn blog, via boeken en sociale media somberde hij over de ondergang van de Franse beschaving tegenover immigratie en globalisering. „We zijn in oorlog en u kunt het niet ontkennen”, donderpreekte hij in april 2018 over een „invasie” die zou leiden tot het verdwijnen van „alles wat Frankrijk de gezegende grond van de Goden maakt”.

Henri d’Orléans werd, in 1933, geboren in het Manoir d’Anjou bij Brussel: het parlement van de derde Franse republiek had in 1886 om veiligheidsredenen besloten dat geen van de troonpretendenten en hun directe afstammelingen op Franse bodem gewenst waren. Pas in 1950 werd die wet officieel ingetrokken, maar de jonge Henri kreeg in 1947 al speciale dispensatie om in Bordeaux naar school te gaan. In 1953 verkaste hij naar Parijs, voor een opleiding aan de politieke opleiding SciencesPo, en in 1957 trouwde hij in Dreux met hertogin Marie-Thérèse von Württemberg. Dat leverde hem een felicitatie op van Charles de Gaulle, de latere president, die er een symbool in zag van de toenadering tussen het Franse en Duitse volk. Maar een gelukkig huwelijk werd het niet: in 1984 scheidde hij en trouwde hij zijn echte liefde, Micaela Cousino. Tijdens de huwelijksceremonie liet zijn vader aan Franse media weten dat hij hem formeel de titel van troonopvolger afnam. Die kreeg hij pas in 1996 weer terug.

Hij stamde onder meer af van Saint Louis, koning van Frankrijk tussen 1226 en 1270, van de populaire Henri IV (1589-1610), en van de allerlaatste Franse koning, Louis-Philippe I (1830-1848). Maar ook van Philippe d’Orléans (Philippe Égalité), die kort na de Revolutie samenspande tegen zijn neef Louis XVI en in het parlement voor die publieke onthoofding op 21 januari 1793 stemde. Het Huis van Capet, met de nu 44-jarige Louis-Alphonse de Bourbon als chef de la maison (óók solidair met de gele hesjes) heeft dat de concurrerende familie altijd nagedragen.

„Als de Fransen het willen, dan hernieuwen we ons historische en noodzakelijke pact tussen de natie en de koninklijke familie”, schreef zoon Jean op de dag van de bijzetting van ‘Henri de France’ in een communiqué. „Samen zullen we ons inspannen om de eenheid van Frankrijk te garanderen, zijn grandeur en zijn voorspoed, binnenlandse orde en uiteindelijk vrede in de wereld.”

Correctie 12 februari 2019: in een eerdere versie van dit stuk stond dat Louis-Philippe I de laatste Franse “monarch” was. Maar hij was de laatste koning. Na hem volgde keizer Napoleon III.

    • Peter Vermaas