‘Dit schip, dat is onze wereld’

Spitsuur Echtgenoten Mijndert de Graaff (58) en Rogier Dikker (36) zijn bijna altijd samen. Ze varen als binnenvaartschippers door Nederland, België en Frankrijk. „Op zomeravonden gaan we nog even zwemmen naast het schip.”

Rogier (links): „Ik denk dat als jij niet was gaan varen, we niet meer bij elkaar waren geweest.” Mijndert (rechts): „Nou, dat is wel heel dramatisch.” Rogier: „Het klinkt negatief, maar door het varen ben je als persoon interessanter geworden.”
Rogier (links): „Ik denk dat als jij niet was gaan varen, we niet meer bij elkaar waren geweest.” Mijndert (rechts): „Nou, dat is wel heel dramatisch.” Rogier: „Het klinkt negatief, maar door het varen ben je als persoon interessanter geworden.”

Mijndert: „Op een normale vaardag sta ik om zes uur op. Ik zet koffie, ga naar de machinekamer en check of er geen gekke dingen met de motor zijn.”

Rogier: „Allemaal zodat we niet zinken.”

Mijndert: „Dan kom ik naar boven, smeer een boterham en start de motor. In Frankrijk liggen we meestal voor een sluis, dus tegen half zeven varen we daarin.”

Rogier: „Als Mijndert de motor start, word ik even wakker, daarna val ik weer in slaap. Het is een monotoon bromgeluid, ik ben eraan gewend. Ik ben geen ochtendmens, dus ga meestal rond acht of negen uur naar boven.”

Mijndert: „Onderweg komen we meer sluizen tegen. Wij hebben een spits, een kleiner model schip, en moeten het met de hand stoppen en vastleggen.”

Rogier: „Dan loopt Mijndert naar voren voor het touwwerk.”

Mijndert: „Ondertussen doet Rogier het stuurwerk.”

Rogier: „Qua papieren is hij schipper en ik de matroos. Daardoor mogen wij niet vierentwintig uur achter elkaar varen.”

Mijndert: „Dus als het donker wordt, leggen we het schip aan de kade.”

Rogier: „Dan zoekt de schotel het tv-signaal en gaan we koken.”

Mijndert: „Als we het zo beschrijven, lijkt het saai. Maar nee, het schip is misschien hetzelfde, de omgeving niet. We varen langs verschillende ‘buren’ en maken een praatje: ‘Hoe is het, waar ga je naar toe?”

Rogier: „In de zomer in Frankrijk varen we tot een uur of acht. Daarna drinken we nog een biertje op de luiken, gaan wandelen of bezoeken een stadje in de buurt.”

Mijndert: „Of we zwemmen naast het schip.”

Wegbezuinigd

Mijndert: „We varen sinds 2012 en Rogier vaart de laatste drie jaar constant mee.”

Rogier: „Ik had eerst een parttimebaan op de wal als communicatieadviseur bij een kunst- en cultuurcentrum in Doetinchem. Tijdens de crisis ben ik wegbezuinigd. Daarvoor had ik het zo geregeld dat ik aaneengesloten dagen werkte en daarna naar het schip reed.”

Mijndert: „Of andersom. Dan was het schip een paar dagen leeg op de losplaats en ging ik naar Doetinchem.”

Rogier: „Het schip noem ik nu m’n thuis. Al hebben we sinds een tijdje een klusproject, een oud huis in Arnhem – maar dat is wel een tienjarenplan.”

Mijndert: „Dan kunnen we als we in het buitenland zijn toch naar onze familie zonder een hotel te moeten nemen. Rogier doet af en toe nog kunst- en cultuurprojecten en dan is het fijn om een eigen stekje aan de wal te hebben.”

Rogier: „Qua opleiding ben ik interieurarchitect. Zo heb ik laatst als personal assistent geholpen bij een ontwerpersduo. Maar ik ben meestal hier aan boord.”

Mijndert: „Het varen was wel echt mijn wens. Ik kom uit de binnenvaart, mijn oom en tante hadden een schip. Later kreeg ik een baan als beleggingsadviseur bij een bank en dacht: ‘Als ik met pensioen ben, dan ga ik varen.’ Toen er een saneringsronde bij de bank was, gebeurde het toch eerder. Ik kon niet zomaar verwachten dat Rogier meteen mee zou gaan, maar ik hoopte het stiekem wel natuurlijk.”

Rogier: „Nu vind ik het leuk en dit is mijn thuis, maar ik ben geen schipper.”

Mijndert: „Het inkomen wisselt per periode. Sommige maanden loopt het goed, andere maanden is het buffelen en wachten op nieuwe opdrachten. Je wordt geen miljonair.”

Rogier: „We liggen nu een tijdje stil en het geld begint op te raken. De komende periode wordt lastig, voordat er geld gestort wordt zijn we weer een paar weken verder.”

Avontuurlijk bestaan

Mijndert: „We hebben elkaar leren kennen op internet, heel modern.”

Rogier: „Toen werkte Mijndert nog bij de bank.”

Mijndert: „Maar dat maakt toch niet uit?”

Rogier: „Als jij had gevaren, was ik je waarschijnlijk minder snel tegengekomen, denk ik. De wereld van binnenvaart is totaal nieuw voor mij. Maar als ik heel eerlijk ben, denk ik dat als jij niet was gaan varen, we niet meer bij elkaar waren geweest.”

Mijndert: „Nou, dat is wel heel dramatisch.”

Rogier: „Ja, maar jij had een 9-tot-5-baan. Heel doorsnee. Zelf is Mijndert heel leuk en interessant, maar het leven daaromheen was dat niet. Het varen maakt ons leven rijker. Het klinkt negatief, maar daardoor ben je als persoon interessanter geworden.”

Mijndert: „Dat klopt. We hebben nu een avontuurlijker bestaan. Het constant onderweg zijn, dat is niet voor iedereen vanzelfsprekend.”

Rogier: „Vrienden en familie zijn het wel gewend. Als we in Nederland zijn en even geen vracht hebben, spreek ik met vrienden af, onder voorbehoud. Eén telefoontje voor nieuwe vracht en dan is het inpakken en weg.”

Mijndert: „Soms is het lastig. Dan is er ergens een feestje en zitten wij op het schip.”

Rogier: „We willen ook al heel lang op vakantie naar Rome, maar ja, dan moeten we dat plannen en komt er net weer een reisje naar het Zuiden voorbij.”

Mijndert: „Dan is het meer een werkvakantie, haha.”

Rogier: „We kunnen helemaal naar de Middellandse Zee. Of we liggen midden in Parijs en dan kun je overdag de stad bezoeken en ’s avonds gewoon naar je eigen toilet en eigen bed.”

Mijndert: „Werk en privé lopen daardoor heel erg door elkaar, maar ik heb daar geen moeite mee. Je maakt samen hetzelfde mee, soms heb je het nergens over, soms heb je het over berichtjes op Twitter, soms over politiek.”

Rogier: „Met de schippers die je tegenkomt gaat het wel altijd over de binnenvaart, de vrachtprijs en de route.”

Mijndert: „Dan hebben we de hele dag gevaren en dan gaat het weer over het schip.”

Rogier: „Dit schip, dat is onze wereld.”