Opinie

    • Marike Stellinga

De opkomst van de Bokito-politiek

Marike Stellinga

Wil je nog een beetje meetellen als politicus dan moet je tegenwoordig af en toe het grote bedrijfsleven bij de keel grijpen. Voorbeeld: wat hebben Bruno Bruins en Donald Trump gemeen? Antwoord: ze liggen beiden op ramkoers met farmaceutische bedrijven over de hoge prijzen van medicijnen.

Trump vindt dat de pillenmakers wegkomen met moord. Bruins, VVD-minister voor Medische Zorg, spreekt over misbruik, waanzin en absurde prijzen. Deze week waarschuwde AmCham, lobbyclub voor Amerikaanse bedrijven, dat de opstelling van Bruins Nederland minder aantrekkelijk maakt om in te investeren. Dat kon gevolgen hebben voor het aanbod van medicijnen. Bruins „kon met de pet niet bij” deze lobby.

De Bokito-taal van Trump en Bruins past in een trend. De macht van grote bedrijven is onmiskenbaar toegenomen met allerlei nadelige gevolgen, – logisch dat politici reageren. Zo bleek deze week dat veel partijen in de Tweede Kamer de mededingingswet willen aanpassen om grote databedrijven als Facebook en Google aan te pakken. Daarbij helpt dat opstaan tegen de macht van grote bedrijven aanslaat bij kiezers. En dus doen ook politici op rechts het tegenwoordig vaker.

Het kan lekker voelen, die stoere woorden van politici („pak ze aan!”), maar hier tellen alleen de daden. Want er is een andere trend die dwars tegen de stoere praat ingaat en grote bedrijven alleen maar machtiger maakt. Ik heb het over het steeds breder klinkende pleidooi Europese kampioenen te kweken. Nu Trump Amerika op de eerste plaats zet en China met zijn halve en hele staatsbedrijven van alles opkoopt in Europa, moeten we niet langer naïef zijn, vinden Europese politici. Door het strenge Europese mededingingsbeleid blokkeren we fusies terwijl Amerikaanse en Chinese concurrenten wel reusachtig mogen groeien. Dom!

Dat de Fransen zo denken weten we. Maar deze week bleken de Duitsers bekeerd tot deze redenering. Peter Altmaier, minister van Economische Zaken, pleitte voor relaxter mededingingsbeleid uit Brussel zodat er Europese kampioenen kunnen ontstaan. Dit is niet zomaar een verzuchting. Altmaier kwam met zijn nieuwe industriebeleid een dag voordat eurocommissaris Margrethe Vestager een fusie tussen de Duitse en Franse treinfabrikanten Siemens en Alstom verbood. De Duitse en Franse regering zetten zware druk op Vestager de fusie wel goed te keuren. Het angstbeeld dat ze gebruikten: China! Vestager maakte gehakt van die redenering. Dit zou een marktmoloch worden die de concurrentie dramatisch zou beperken. Er was geen Chinese concurrent in zicht.

Dit soort oogklepperige liefde voor Europese kampioenen is niet nodig en zelfs schadelijk. Het is niet nodig omdat er andere manieren zijn om oneerlijke concurrentie vanuit China en de VS aan te pakken: met strenger mededingingsbeleid, innovatiesubsidies en een zekere screening van overnames. Het is schadelijk omdat het de positie van werknemers verder verzwakt. Mededingingsbeleid is niet langer alleen nodig om nieuwe en kleine bedrijven een kans te geven, en om consumenten te beschermen tegen hoge prijzen en slechte kwaliteit. Steeds meer economen denken dat het ook nodig is om werknemers te beschermen: als er maar een paar bedrijven een markt domineren, kunnen ze de lonen drukken. Dáárom kwakkelen de lonen in het Westen. De politicus die zich wil inzetten voor burgers met ‘gele hesjes’ doet niet als Trump en Xi Jinping maar als Vestager.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.