De ‘oerknal’ van Inzell

Schaatser Günter Traub Al zestig jaar schaatst Günter Traub (79) van titel naar record. Hij trainde Eric Heiden, Niki Lauda en de koning van Spanje. Een jongensboek met Inzell als alfa en omega.

Günter Traub op de 500 meter tijdens het wereldkampioenschap allround van 1967 in Oslo.
Günter Traub op de 500 meter tijdens het wereldkampioenschap allround van 1967 in Oslo. Foto Ron Kroon/Anefo

De WK-deelnemers zitten al lang en breed aan het diner als in de fel verlichte Max Aicher Arena een man op een doordeweekse avond stoïcijns zijn rondjes draait. Uiterst efficiënte techniek, steeds licht accelererend voor de bocht. Volgende maand wordt Günter Traub tachtig jaar, maar een paar weken terug verbeterde hij nog het wereldrecord op de tien kilometer, in zijn leeftijdsklasse. „De veroudering tegengaan is mijn diepste motivatie”, legt hij even later uit in de verder verlaten ijshal in Inzell. „We doen het licht uit, Günter”, roept de speaker. Pas dan is het tijd om naar huis te gaan.

Zijn verhaal klinkt als een jongensboek. Veelvoudig Duits kampioen, wereldrecordhouder op de klassieke vierkamp in de tijd van Ard Schenk en Kees Verkerk. Daarna traint Traub de jonge Eric Heiden, tot een gruwelijke val van de duikplank hem jaren van het ijs houdt. Hij wordt de fysieke en mentale trainer van autosportlegendes als Niki Lauda en Michael Schumacher, van de Spaanse ex-koning Juan Carlos en de Oostenrijkse dirigent Herbert von Karajan. Hij speelt in een film met Roger Moore. Traub maakt in 1999 zijn comeback op het ijs, met tot op de dag van vandaag wereldtitels en records in de eigen masters-klasse. „Ja, mijn leven is interessant geweest”, zegt hij met gevoel voor understatement.

„Voor het huidige schaats-eldorado Inzell was de verschijning van Günter Traub in 1960 in zekere zin een oerknal”, schrijft de Duitse krant Schweinfurter Tagblatt in 2011. „Eigenlijk was het een jaar eerder”, corrigeert Traub. Samen met anderen ontdekt hij de Frillensee, een meer op 925 meter hoogte in de bergen bij het Zuid-Duitse dorp waar deze dagen de WK afstanden zijn. De meervoudig nationaal en wereldkampioen rolschaatsen wordt er voor het eerst Duits kampioen op het ijs.

„Het was drie kwartier lopen vanuit Forsthaus Adlgass [het dichtstbijzijnde hotel]. Iedereen ging hooguit één keer per dag trainen. Ik zag het lopen als goede warming-up en ging twee keer. Soms zelfs ’s avonds bij maanlicht, voor de prachtige natuurervaring. Twee keer 25 ronden, met een vest met extra gewicht. ‘Die vent is gek’, zeiden ze in het dorp. Maar ik denk dat ik mijn tijd vooruit was.”

Als zelfs een ‘half peloton Bundeswehr’ de sneeuw op het bergmeer niet weg krijgt, lobbyt Traub met succes bij gemeentesecretaris Ludwig Schwabl voor een ijsbaan in het dorp. Hij viert triomfen op de dan nog onoverdekte baan, met als hoogtepunt een wereldrecord grote vierkamp. „Bijzonder, want de beste schaatsers kwamen destijds uit Noorwegen en Nederland”, vertelt hij. Kees Verkerk was volgens hem de beste van allemaal. „Kees danste over het ijs, als een kat. Ik was erbij toen hij zijn legendarische wereldrecord reed op de tien: 15.03. Zijn vader lag plat op het ijs om hem aan te moedigen.”

De schaatsplank

Het geheim achter zijn wereldrecord, dat hij in 1963 ook al eens in bezit had? „In 1965 had ik de schaatsplank ontwikkeld om de schaatsbeweging ook in de zomer te kunnen oefenen. Zo groot als een tafelblad, roestvrij staal, insmeren met water en zeep en dan maar heen en weer roetsjen. Twee jaar later heb ik de plank verlengd, toen was het effectiever.” Traub traint in de jaren zeventig de Zwitserse schaatser Franz Krienbühl en brengt zijn vriend op het idee van een aerodynamisch schaatspak uit één stuk, zoals de skiërs hadden. „Hij, en vooral zijn vrouw, zijn later met de eer van dat pak gaan strijken, maar ik ben de geestelijk vader.”

Günter Traub

‘Zijn’ schaatsplank, tot op de dag van vandaag in gebruik bij de topschaatsers, breekt door dankzij Eric Heiden. Traub is na een studie sportwetenschap aan de universiteiten van Keulen en Wisconsin ook trainer van de Amerikaanse ploeg, met de piepjonge Heiden, Peter Mueller, Diane Holumn en Anne Henning. „Die lui imponeerden mij. Sterk, atletisch en zeer gedreven. Met een andere trainingsaanpak konden ze olympisch goud winnen. Dat is ook gebleken.” Heiden won op de Spelen van Lake Placid (1980) zelfs alle vijf afstanden. „Ik had hem en zijn vader er in 1976 van overtuigd dat hij op de schaatsplank moest trainen in de zomer.”

Een val van een duikplank in Los Angeles heeft dan al een einde gemaakt aan zijn korte carrière als schaatstrainer. „Ik was tien dagen bewusteloos, heb een half jaar in een gipskorset gelegen. Linkerpols op elf plaatsen gebroken, rechter op vijftien plaatsen. Twee halswervels gebroken, borstbeen. Ik moest gevoerd worden en kon zelf niets meer.” Na het drama telt nog maar één ding: herstel. „Topsport is dan niet meer wezenlijk van belang. Ik besefte dat elke dag een geschenk is, dat je elke dag opnieuw kunt beginnen. Toen ben ik iets anders gaan doen.”

Traub vertaalt de lessen die hij heeft opgedaan op de universiteit, als schaatser, als trainer en bij zijn eigen herstel in een wetenschappelijk onderbouwd programma voor fitness en bewegingstraining. In het Zwitserse Sankt-Moritz, op een hoogte boven 1.800 meter, verzorgt hij samen met zijn vrouw Heidi seminars voor iedereen die wil ontsnappen aan de dagelijkse stress. „Een spel tussen inspanning en ontspanning.”

In de jaren zeventig wordt hij de fysieke en mentale trainer van Formule 1-wereldkampioenen Jackie Stewart en Niki Lauda. „Ik kwam met hen in contact via de pr-directeur van Ford die ik kende uit Inzell”, vertelt Traub. Autocoureurs zijn in die tijd vaak playboys. „Wat te zwaar en ze trainden niet goed.”

Als duurtraining klimt hij met de Formule 1-coureurs naar de top van de Corvatsch, op 3.303 meter hoogte. „En we gingen langlaufen als krachttraining voor de schouders. In die tijd waren de auto’s niet zo veilig als nu en gebeurden veel ongelukken. Het kon cruciaal zijn als coureurs bij een crash hun spieren konden aanspannen.” Zoals Lauda, die een ongeluk op de Nürburgring in 1976 ternauwernood overleeft. „Intuïtief had Niki daarvoor al geen goed gevoel bij de Nürburgring, hij haatte de Grüne Hölle. Zeer slimme man, dacht altijd vooruit. Hij was in die tijd echt de beste.”

Lees ook het verhaal over de langste periode zonder Elfstedentocht

Internationale jetset

Via Lauda leert Traub de internationale jetset kennen. Juan Carlos, dan koning van Spanje, komt jarenlang naar zijn seminars in Sankt-Moritz om te ontspannen. „Hij was hier op zijn gemak en altijd incognito. ‘U lijkt sprekend op de koning van Spanje’, zeiden ze in de winkels. ‘Dat zeggen ze wel vaker maar ik ben het helaas niet’, antwoordde hij dan.” Fiat-baas Gianni Agnelli is zijn gast, net als dirigent Herbert von Karajan. „Later kwam ook Michael Schumacher bij mij. Zeer ijverig maar hij trainde te intensief. Hebben we alles omgezet naar meer duurtraining, pas daarna zou hij alles winnen. Een tragedie, zijn ski-ongeluk.”

Lauda treft hij opnieuw als beiden in de jaren negentig een rol krijgen in de speelfilm Feuer, Eis und Dynamit, een Duitse miljoenenproductie met Roger Moore in de hoofdrol. Traub blijft fit, doet triatlons en de inline marathon van Berlijn. „Werd ik 46ste van meer dan zesduizend deelnemers.” Mijn arts zag bij een test dat ik nog een vermogen van 400 watt haalde. ‘Als je dit op het ijs kunt brengen rijd je weer vooraan’, zei hij. Dat was voor mij de motivatie om weer te gaan schaatsen.”

In 1999 treft hij op Mallorca zijn voormalige pupil Peter Mueller, op dat moment trainer bij het team van Spaarselect. „Ik ging meefietsen met Bob de Jong en Gianni Romme. In Inzell kon ik op het ijs de vrouwen nog redelijk bijhouden.” Drie keer op rij wordt hij wereldkampioen bij de masters. In 2002, op zijn 62ste, is hij in het Vikingskipet van Hamar op de vijf kilometer sneller dan in 1964 bij de Spelen van Innsbruck. „Door de klapschaats en de hal.” Mooi is het wel, het applaus van toeschouwer Knut Johannesen, de legendarische Noor van wie hij in een vol Bislett bij het EK 1962 een tien kilometer verloor met minder dan een seconde.

Na drie jaar verdwijnt Traub plotseling weer uit de uitslagenlijsten. „Prostaatkanker. Mijn leven is een aaneenschakeling van ups en downs. ‘Geen zware inspanningen meer’, zei mijn arts.” Maar na een nieuwe operatie tien jaar later mag hij van een andere arts ‘gewoon’ schaatsen. „In 2013 ben ik weer begonnen maar dan merk je wat je in tien jaar verliest. Ik werd slechts negende bij de WK masters tot 75 jaar. Ik kon het oude gevoel niet zomaar oproepen, moest alles opnieuw bevechten. Maar dat was juist de uitdaging.”

In de klasse 75-80 jaar beginnen zijn tijden toch weer te verbeteren. Dit seizoen wordt hij in de categorie 80-85 Duits kampioen en verbetert hij wereldrecords sprintvierkamp en tien kilometer (20.12,61). Zijn trainingen zijn nu gericht op de WK’s sprint (Leeuwarden) en allround (Bjugn) en wie weet een nieuwe wereldrecordpoging op de grote vierkamp. „Dat zal zwaar zijn.”

Wetenschappelijke interesse

Traub vecht tegen de tijd en de soms hevig opspelende artrose in zijn linkerheup. Meer dan vijfduizend wedstrijden reed hij al, met tientallen wereld- en nationale titels, honderden records. Waarom nog? „Ik doe dit niet voor mijn eigen ego”, zegt Traub. „Het is vooral uit wetenschappelijke interesse. Juist in een moeilijke sport als schaatsen spelen veel aspecten een belangrijke rol. Niet alleen kracht en uithouding, zoals bij lopen of fietsen, maar ook de neuromusculaire fijncoördinatie en flexibiliteit. Ik wil uitvinden wat je door training en de juiste voeding op hogere leeftijd – als de kracht, conditie en elasticiteit afnemen – nog kunt bereiken.”

Dus traint hij nog altijd als een topschaatser op de mountainbike in de zomer en op het ijs van zijn geliefde Inzell met de Nederlandse trainster Monique Vergeer. Schaatsen leverde hem vriendschappen op over de hele wereld. Maar boven alles dat ene, zaligmakende gevoel. „Die wonderlijk harmonieuze beweging van bijna gewichtloos glijden, die als hij goed wordt uitgevoerd dichter bij vliegen ligt dan bij lopen. Dat gevoel bepaalt mijn levenskwaliteit.”