Annabel Oosteweeghel

De emotionele bankrekening van een misbruikte sporter

Seksueel misbruik in de sport Compensatie en genoegdoening van misbruikte sporters is een heikel onderwerp. Want wie is verantwoordelijk voor het leed? En: wie betaalt als daar behoefte aan is? ‘We zouden voor slachtoffers moeten opkomen.’

Ze kwamen een voor een in zijn kantoor, in het voorjaar van 2017. Zeven volwassen mannen, als kind misbruikt bij voetbalclub PSV. Hun verhalen emotioneerden hem, zegt Toon Gerbrands, algemeen directeur van de Eindhovense club. „Ik had geen ervaring met het onderwerp, maar één ding wist ik wel: wij nemen alle verantwoordelijkheid.”

Gerbrands nam alle tijd voor de voormalige jeugdspelers, die zich bij PSV en de Volkskrant hadden gemeld na publicaties over seksueel misbruik in de sport. „Sommigen zijn meerdere keren in mijn kantoor geweest om hun verhaal te doen. Ze vonden het fijn gehoord te worden. Niet door de accountmanager, maar door de hoogste baas. Daarmee laat de club zien: we nemen dit serieus.”

Een van de mannen werd jarenlang aangerand door een medewerker van de jeugdopleiding. Een ander werd als 12-jarige misbruikt door zijn trainer in het bad van het eerste elftal. „We hebben besloten zelf alle kosten voor begeleiding en externe hulp te betalen, wat het ook ging kosten”, zegt Gerbrands. „Mijn ervaring is dat dat voldoende is om niet in een discussie te komen over een schadevergoeding. Maar was dit wel gebeurd, dan hadden we een open houding getoond.”

Compensatie en genoegdoening van misbruikte sporters is een heikel onderwerp. Weinig sportbestuurders praten er zo open over als Gerbrands. De juridische gevolgen van hun uitspraken kunnen groot zijn. Want wie is verantwoordelijk voor het leed dat (oud)-sporters is aangedaan? De dader, de club, de sportbond of sportkoepel NOC*NSF? En hoe verzacht je dat leed? Met geld, excuses, een goed gesprek?

De weg naar herstel begint bij erkenning, zegt Victor Jammers, lid van de raad van bestuur van Slachtofferhulp Nederland. „Je luistert naar het slachtoffer, niet als kunstje, maar welgemeend. Daarna volgt de genoegdoening. Dat kan een spijtbetuiging van de dader of de sportvereniging zijn – bij voorkeur het eerste – maar ook een financiële tegemoetkoming, in welke vorm dan ook.” Hij noemt dat laatste „een logisch sluitstuk” in het herstelproces.

Geld heeft in dit soort zaken vooral een symbolische waarde, zegt hoogleraar privaatrecht Arno Akkermans. Hij deed onderzoek naar de ervaringen van slachtoffers op het vlak van compensatie. „Echt goedmaken kun je het toch niet, geld is ondergeschikt aan waarheidsvinding, excuses en erkenning van het leed”, zegt hij. „Waar het slachtoffers vooral om gaat is het herstellen van de emotionele bankrekening.”

Ook andere experts benadrukken dat geld zonder andere vormen van genoegdoening weinig betekenis heeft. „Wie vijfduizend euro krijgt toegestopt, maar zijn verhaal niet kan doen, kan zich afgescheept voelen”, zegt Carla Goosen, die als mediator van de Stichting Triptiek bemiddelde tussen slachtoffers en daders van misbruik in de katholieke kerk. „Het voelt als wéér een klap in het gezicht.”

Voor wielerkampioen Petra de Bruin (56) viel alles na een lange worsteling mooi samen. Na haar openhartige relaas over seksueel misbruik door een begeleider, een mecanicien en een bondsman in Nieuwsuur, eind 2016, besloot NOC*NSF haar tegemoet te komen. De sportkoepel betaalt haar rekeningen voor de haptonoom, wijst haar, als het wat beter met haar gaat, een loopbaanbegeleider toe om een baan te vinden en wil de therapie bij een psycholoog bekostigen. „NOC*NSF stuurde ook een excuus op schrift”, zegt De Bruin. „Ze voelen zich niet verantwoordelijk voor wat mij is aangedaan, maar erkennen dat ze mij onvoldoende opgevangen hebben. Daarom willen ze mij nu helpen een nieuw perspectief te vinden.”

Morele verplichting

Verantwoordelijk zijn en verantwoordelijkheid voelen: het zijn twee verschillende dingen. Als aanwijsbaar is wie verantwoordelijk is of welke instantie tekortschoot, is de zaak tamelijk overzichtelijk. Zo was het misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk verspreid over meerdere bisdommen, congregaties en ordes, maar staat de kerk als geheel garant voor de compensaties.

De 76 sportbonden die onder sportkoepel NOC*NSF vallen hebben veel meer autonomie, zegt letselschadeadvocaat Bart Holthuis, die voorzitter was van de Compensatiecommissie van de katholieke kerk. „Daar kan minder van boven worden opgelegd.”

Het is aan sportbonden zelf óf en hoe zij misbruikzaken afhandelen en of daar ruchtbaarheid aan wordt gegeven. Waar PSV misbruikslachtoffers dertig jaar later omarmde, vond De Bruin geen luisterend oor bij wielerbond KNWU – laat staan excuses of compensatie. „Ze hebben nauwelijks iets van zich laten horen”, zegt zij. Op een enkel sms’je na. Ze steken hun kop in het zand.”

De afspraken die ze nu met NOC*NSF heeft, noemt De Bruin „rechtvaardig”. Zij stellen haar in staat haar leven op de rit te krijgen. Maar hoe zit het met al die lotgenoten? Het liefst zou zij willen dat die ook „op maat” geholpen worden.

„Petra de Bruin is een bekende sporter met een schrijnend verhaal dat bekend is bij een breed publiek”, zegt Marjan Olfers, hoogleraar Sport en Recht. „Juridisch maakt haar zaak door verjaring weinig kans, maar er ligt imagoschade op de loer. De hoge doktersrekeningen zijn herleidbaar naar het misbruik. Dat schept een morele verplichting voor de sport. Zie het als goodwill.”

Lees ook het interview met Petra de Bruin‘Opeens zat ik daar met mijn beerput’

Olfers ziet de vergoedingen van NOC*NSF als „een eerste buiging van de sportwereld naar misbruikslachtoffers”. Ze spreekt van „een doorbraak”.

NOC*NSF beschouwt de hulp niet als een vorm van genoegdoening, zegt woordvoerder Geert Slot. „Bij het herstellen van het contact met Petra hebben wij expliciet aangegeven te erkennen dat wat haar gebeurd is vreselijk is, niet had moeten gebeuren en dat wij haar zeer erkentelijk zijn voor het in 2016 alsnog naar buiten brengen van haar ervaringen in de media en bij de Commissie De Vries.”

Staat NOC*NSF ervoor open ook andere sporters met een soortgelijk verhaal als De Bruin te helpen? Die vraag laat de sportkoepel onbeantwoord. Slot zegt dat NOC*NSF de lijn volgt van het in 2017 verschenen rapport van de Commissie seksuele intimidatie en misbruik in de sport, onder leiding van oud-minister Klaas de Vries. Daarin wordt de oprichting van een schadefonds – van NOC*NSF of een sportbond –als mogelijkheid genoemd, niet als aanbeveling. Zo’n fonds moet volgens de commissie alleen worden overwogen als binnen een bond of vereniging „een groot aantal meldingen” van seksuele misdrijven wordt geconstateerd – en er waarschijnlijk dus sprake is van nalatigheid.

Volgens De Vries kunnen misbruikslachtoffers altijd een claim indienen bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven in Den Haag. Deze instantie compenseert leed als gevolg van geweldsmisdrijven, voor een bedrag van maximaal 35.000 euro. De drempel hiervoor ligt echter hoog. „Het fonds hanteert een juridische definitie van seksueel geweld”, zegt Iva Bicanic, hoofd van het Centrum Seksueel Geweld. „Er moet geweld of dreiging kunnen worden aangetoond. Dat is vaak moeilijk, omdat de meeste slachtoffers zich niet verzetten of meewerken vanuit angst. Niks doen is normaal slachtoffergedrag. In die gevallen hoeven daders geen geweld of dreiging te gebruiken om de seks tegen de zin door te zetten.”

Hoogleraar Olfers zegt dat „meerdere mensen” die met misbruik in de sport te maken kregen, haar hebben verteld dat hun aanvraag bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven werd afgewezen. „Omdat zij verder geen realistische optie hebben – misbruik aantonen via de rechter is een pijnlijk en ingewikkeld proces – kunnen zij niet op financiële compensatie rekenen.”

Annabel Oosteweeghel

Beschadigde mensen

Olfers en Bicanic zijn niet de enigen die vinden dat er een speciaal schadefonds in de sport moet komen. „Het is de meest haalbare optie om slachtoffers te compenseren”, zegt Nicolette Schipper-van Veldhoven, lector sportpedagogiek aan de Hogeschool Windesheim. „We zouden voor slachtoffers moeten opkomen. Je wil niet dat ze in een juridisch steekspel terechtkomen.”

Victor Jammers schat dat 10 procent van de circa honderd sporters die zich de afgelopen twee jaar bij Slachtofferhulp hebben gemeld, financiële compensatie wil. „Dat kan alleen maar in de vorm van een fonds op landelijk niveau”, vindt hij. „Maar dan moeten deze vaak beschadigde mensen wel goed begeleid worden bij het papierwerk voor zo’n aanvraag.”

Het fonds van de katholieke kerk wordt vaak als voorbeeld genoemd in de gesprekken over een schadefonds in de sport. Voor dat fonds werden slachtoffers in vijf categorieën ingedeeld, met vergoedingen die opliepen van vijfduizend euro (seksueel getinte handelingen) tot honderdduizend euro (verkrachting gedurende langere tijd). De drempel om in aanmerking te komen voor compensatie lag lager dan in het civiele recht, zegt advocaat Bart Holthuis. „Meestal volstond een eigen verklaring van het slachtoffer, aangevuld met steunbewijs. Er gold bovendien geen verjaringstermijn.”

Mocht een schadefonds voor sporters ooit van de grond komen, dan zou dat milde protocol daar ook moeten gelden, vindt hoogleraar Akkermans. „Je moet niet aan waarheidsvinding willen doen bij een incident van tientallen jaren geleden. Dat is vrijwel nooit te bewijzen. Als een sportbond een advocaat inschakelt, die het relaas van een slachtoffer in twijfel trekt, dan kan dat een drama worden. Een beetje sportbond begrijpt dat. Het moet vanuit een warm hart komen.”

Het ‘inschalen’ van slachtofferleed kan psychisch grote gevolgen hebben. In de literatuur wordt wel gesproken van ‘secundaire victimisatie’: het oplopen van een extra trauma. Iva Bicanic van het Centrum Seksueel Geweld: „Wat gebeurt er als een claim wordt afgewezen? Hoe leg je dat uit? En wat gebeurt er als slachtoffers in een lagere categorie worden ingedeeld dan verwacht? Ik maak mij daar zorgen over.”

Letselschadeadvocaat Martin de Witte, die veel misbruikslachtoffers van de katholieke kerk bijstond, heeft vaker meegemaakt dat iemand psychische schade opliep bij de afwijzing van een claim. „Soms vertelden mensen hun verhaal voor het eerst in veertig jaar. Als het dan verkeerd uitpakt, zijn de gevolgen niet te overzien.”

De kerk werkte slachtoffers „keihard tegen” als zij naar de burgerlijke rechter stapten, zegt De Witte. „Dan ontkenden ze het misbruik en beriepen zich op verjaring. Er werd zelfs verweer gevoerd tegen het verzoekschrift van slachtoffers om getuigen te mogen horen, welk verzoek juist werd gedaan om het bewijs rond te krijgen. Slachtoffers zaten vaak met een gebrek aan bewijs doordat de kerk het archief over de daders en slachtoffers bleek te hebben weggegooid. Het is daarom belangrijk dat slachtoffers op tijd in actie komen om te voorkomen dat hun vordering verjaart.”

Lees ook het interview met Renald Majoor: ‘Een zak geld zonder emotie zegt niets’

Bescheiden budgetten

Wie gaat, in de niet-hiërarchische sportwereld, het eventuele schadefonds betalen? Gezien de bescheiden budgetten van veel sportclubs en -bonden ligt die taak, zegt het merendeel, bij NOC*NSF. „De sportkoepel is misschien niet aansprakelijk, maar moet wel de verantwoordelijkheid nemen voor het opzetten van een fonds”, aldus advocaat De Witte. Een enkeling vindt dat de dader moet betalen, of de overheid.
De behoefte aan financiële compensatie bij misbruikte sporters is nooit goed onderzocht. Gaat het om honderden mensen, duizenden? De angst voor een sneeuwbaleffect is groot, zeggen juristen.

Iva Bicanic van Centrum Seksueel Geweld noemt die angst ongegrond. „De schaamte en het schuldgevoel is vele malen sterker dan de financiële impuls”, zegt zij. „Misbruikslachtoffers wíllen zich niet kenbaar maken. Was dat maar waar, dan konden we hun medische en psychische klachten aanpakken.” Ook PSV-directeur Toon Gerbrands voorziet geen hausse aan claims. „Slachtoffers willen vooral gehoord worden”, denkt hij. „Mijn advies is om het slachtoffer centraal te stellen. Je moet er toch niet aan denken dat je tegenover elkaar staat in de rechtbank, te discussiëren over geld.”