Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Chemie

Dinsdagavond was de boekpresentatie van mijn boek over Theo Janssen in Luxor Live, het gemeentelijk poppodium van Arnhem uit 1913. Er waren 750 mensen, onder wie veel bekenden die ik allemaal niet sprak omdat ik op een bankstel naast het hoofdpersonage zat te signeren. Ik moest de wonderlijkste dingen in boeken schrijven.

‘Voor Tinus, met wie ik nog keien naar de bus van FC Wageningen heb gegooid.’

Sommige dingen was ik vergeten.

Dat een schaal met frikandellen in Arnhem een ‘bruine fruitschaal’ wordt genoemd bijvoorbeeld.

Toen het was afgelopen sleepte de hoofdpersoon van het boek me mee naar Café De Schoof aan de Korenmarkt, waar ik sinds mijn puberteit niet meer was geweest. Het concept was nog hetzelfde: zo veel mogelijk drinken op Nederlandstalig repertoire. De stemming was euforisch, op een gegeven moment zat de hoofdpersoon met een pruik op het hoofd, geknield een nummer van Jannes voor me te zingen. Een van de hanger-ons kwam uit Velp, dat schreeuwde hij de hele tijd in mijn oor.

„Velp!”

„Velp!”

Ik: „Ja, Velp.”

‘Velp’ ging rond met een karton met flesjes Flügel. Je moest het tussen je tanden zetten, het dopje eraf bijten en dan je hoofd naar achteren gooien waarna een mierzoete vloeistof naar binnen gleed. Hij deed het een paar keer voor.

Als ik nu mijn ogen sluit zie ik dat hoofd weer voor me. Rollende ogen – Flügel – slik weg – „Velp!” Ik had nog nooit Flügel gedronken, drie achter elkaar doe ik nooit meer.

De vriendin die al wel eens Flügel had gedronken probeerde haar telefoon uit een plas bier te vissen.

‘Velp!’ zag haar ook bezig: „Een lekkertje, echt.”

Ja, ik hoorde er nu echt bij, zonder dat ik wist bij wie eigenlijk.

‘Een buurman van Theo’, ik zag hem die avond voor het eerst, nam me zo nu en dan in een nekklem om me wat levenswijsheden toe te voegen.

Ik moest doorgaan met boeken schrijven en nog belangrijker: „Zorg dat de chemie tussen jou en het vrouwtje goed blijft.”

Daarna: „Dat is het belangrijkst, Martin.”

„Marcel”, zei ik, „ik heet Marcel, geen Martin.”

Ik vroeg hoe het bij hem thuis zat met de chemie.

„Daar wil ik nu niet over praten, Martin.”

We namen afscheid van Theo.

Tien minuten later kwamen we elkaar weer tegen bij Shoarma Piramide.

Gebeurde er tijdens het schrijfproces lange tijd weinig, nu gebeurde er in korte tijd teveel.

Als ik nog bezig was geweest met dat boek had ik er een hoofdstuk over kunnen schrijven.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen