Recensie

Recensie Beeldende kunst

Boeiend botsen Viola’s video’s op Michelangelo’s tekeningen

Tentoonstelling Hij is de grootste en briljantste kunstenaar ooit: Michelangelo Buonarroti. Ook Bill Viola roert grootse onderwerpen aan, dus een gezamenlijke expositie, zoals nu in Londen, is een geweldig idee. Of zijn ze te verschillend?

Michelanglo en Bill Viola samen op een expositie in de Royal Academy in Londen.
Michelanglo en Bill Viola samen op een expositie in de Royal Academy in Londen. Foto’s British Museum en
    • Hans den Hartog Jager

Kijk, de oerknal. Een geboorte. Of is het de schepping? Wat het ook mag zijn, de tentoonstelling Bill Viola/Michelangelo – Life, Death, Rebirth laat er al vanaf het begin geen twijfel over bestaan dat hier Grootse Thema’s gaan worden aangeroerd.

Het is ook een van de merkwaardigste tentoonstellingen die ik ooit zag.

Voor de gelegenheid zijn de zalen van de Londense Royal Academy gehuld in een mysterieuze blauwbewaasde schemering en het openingswerk is Bill Viola’s The Messenger (1996), geprojecteerd op een metershoog scherm. In de film zien we een man vanuit de diepte van het water langzaam naar boven stijgen. Eenmaal aan het oppervlak neemt hij één zware, intense ademteug om vervolgens weer te verdwijnen – en dat gaat zo eeuwig door.

Er zit iets onmiskenbaar fascinerends in die sequentie: we zien slechts een man die als een trage jojo door het water heen en weer gaat, maar we denken aan schepping, geboorte, dood. Meteen en onvermijdelijk.

Dat zou je de grote kracht van Viola’s oeuvre kunnen noemen: telkens opnieuw slaagt hij erin beelden te scheppen die zich onmiddellijk losmaken van het alledaagse en je meeslepen naar de meest elementaire menselijke thema’s, geboorte, dood, God, het universele. En daar maakt hij Grote Kunst mee – een vrouw die voor een immense vuurzee staat (Fire Woman, 2006), ‘engelen’ die zich onderdompelen in de elementen (Five Angels for the Millennium, 2001) of semi-heiligen die liggend opstijgen naar de hemel (Tristan’s Ascension, 2005). Bij Viola is nooit iets alledaags of praktisch te vinden.

Jojo

Zo moet ook de associatie zijn ontstaan met Michelangelo, zonder veel twijfel de Grootste Kunstenaar Aller Tijden. Michelangelo is de Koning van de Renaissance, universeel genie (grootser en meer gefocust dan Leonardo), die een van de belangrijkste artistieke ijkpunten van het christendom vervaardigde (de schilderingen in de Sixtijnse Kapel) en die zichzelf zou kunnen afficheren als de Schepper van de Schepping (van Adam, in diezelfde kapel).

Michelangelo, Verrezen Christus (ca.1532, 37,2 x 22,1 cm)

Foto THE ROYAL COLLECTION

Van Michelangelo hangen er in de Royal Academy, tussen Viola’s filminstallaties door, enkele tientallen tekeningen. De meeste tonen complexe uitwerkingen van mythische en christelijke thema’s, met veel spieren en gekronkel van lichamen. Naar hedendaagse smaak zijn ze misschien een tikje maniëristisch, maar tegelijk spat de kwaliteit er natuurlijk vanaf: elke tekening (waarvan er opvallend veel uit de collectie van hare majesteit Elizabeth komen) is een groot vertoon van beheersing, virtuositeit, brille. Maar die tekeningen zijn allemaal redelijk klein en precieus, terwijl Viola’s installaties meestal… nou ja, enorm zijn.

Gevolg is dat je je, lopend over deze expositie, in het blauwe donker, voortdurend zelf een jojo voelt. Heen en weer geslingerd tussen klein en groot, licht en donker, film en tekening. Maar vooral: tussen intense, escapistische, ervaringen en onbedwingbare giecheligheid.

Verheffing en religie

Eerst dacht ik dat die giecheligheid kwam doordat Viola’s visuele vocabulaire zo beperkt is: hoeveel video’s kun je maken van mensen die in het water springen, in het water liggen of uit het water opstijgen? Of zit het in de loden ernst van het geheel, in Viola’s ongegeneerde ambitie om Zelf God te worden – al kun je het evengoed nogal flauw vinden om daar kritiek op te hebben. Kunst draait toch om het tonen van nieuwe gevoelens en inzichten en ideeën? Daarin doet Viola onmiskenbaar iets bijzonders: er is op dit moment op de wereld geen enkele andere kunstenaar te vinden die er zo goed in slaagt met zijn werk een gevoel van bijna religieuze verheffing op te roepen.

Bill Viola, Nantes Triptych (1992, video)

Foto AccuSoft Inc/Courtesy Bill Viola Studio.

De ontwrichting zit dan ook vooral in de combinatie met Michelangelo. Niet in de status van hun beider werk of het medium dat ze gebruiken, maar in de manier waarop ze begrippen als verheffing en religie verwerken. Viola/Michelangelo gaat namelijk uit van het merkwaardige misverstand dat het werk van de twee kunstenaars is gebaseerd op een soortgelijke zoektocht naar verlichting en religie.

Maar daarbij is het allereerst de vraag hoe religieus Michelangelo überhaupt was: als je zijn tekeningen bekijkt zie je vooral een virtuoze kunstenaar die, helemaal in de renaissancistische traditie van de kunstenaar als superieur ambachtsman, laat zien hoe perfect hij zijn vak beheerst. Twijfel, een zoektocht, zit er niet in, Michelangelo’s werk is vooral dienstbaar aan kerk en opdrachtgever en de kunstenaar zelf was de meest superieure vierder van Gods schepping.

Transformaties

Bij Viola daarentegen gaat het helemaal om zijn wereldbeeld, zijn visie – Viola is een volbloed romanticus. Dat is niet alleen een totaal andere traditie, Viola’s wereld bestaat ook volledig bij de gratie van symboliek, of beter: bij de gratie van het menselijke vermogen om feiten, gebeurtenissen te interpreteren, te transformeren van het ene fenomeen naar het andere – en laat dat nou net het punt zijn waar kunst en religie in belangrijke mate overeenstemmen.

Viola’s werk is een grote viering van die transformatie, wordt daar bijna religie, maar toont daar ook meteen zijn beperkingen: Viola’s transformaties zijn zo overzichtelijk (altijd maar weer dat vallende water en dat theatrale licht), zijn vocabulaire is zo klein, dat het, naarmate je vordert in de tentoonstelling, net is of je een tunnel inloopt waarin het perspectief steeds benauwder en beperkter wordt. Daardoor ontstaat niet de lucht en de verheffing en de vrijheid die je van zowel religie als van goede kunst zou mogen verwachten, maar wordt Viola’s werk een juk, een stoomwals. Veel mensen gaan daar met plezier vrijwillig onder liggen, net als onder een sacrament of een heilig boek, anderen gaan er van de weeromstuit van lachen, keten en relativeren.

And never the twain shall meet.

Michelangelo, Klaagzang over de gestorven Christus (ca. 1540, 28,1 x 26,8 cm)

Foto British Museum en Kira Perov

Dat maakt deze tentoonstelling zo merkwaardig: je krijgt hier uiteindelijk bijna medelijden met Michelangelo (ja, dat is een rare zin), de grootste kunstenaar aller tijden die hier een zetstuk is geworden in de goddelijke ambities van Bill Viola. Gelukkig kan Michelangelo wel tegen een stootje – zelfs als hij zoals hier alleen zijn tekeningen in de strijd mag werpen – en kun je als toeschouwer zelf de zaak alsnog heel goed in balans brengen: gewoon twee keer het hele Royal Academy-parcours doorlopen. Eén keer laat je je dopen, ga je drenken en duizelen in Viola’s visuele vraatzucht, de tweede keer blijf je gewoon jezelf en geniet je van Michelangelo’s virtuositeit. Twee tentoonstellingen voor de prijs van één, twee visies die elkaar, los gezien, prima aanvullen. Zowaar – alsnog in balans.