De energiecentrale in Diemen van Nuon/Vattenfall.

Foto Marco van Middelkoop

Hoe de Nuon-eigenaar steeds Siemens koos en protesterende managers wegpestte

Energiedeals Opvallend vaak koos Nuon-eigenaar Vattenfall Siemens als bouwer van gascentrales in Nederland en Duitsland, blijkt uit onderzoek van NRC, Der Spiegel en Dagens Nyheter. Klokkenluiders werden na hun klachten over geheime ontmoetingen en illegale deals aan de kant gezet.

Ze zijn stipt op tijd en vallen niet op, de zes mannen die op 13 mei 2013 om 11 uur ’s ochtends aanschuiven in een non-descript vergaderzaaltje in het Hiltonhotel op Schiphol. En dat is precies de bedoeling. Vier van hen werken voor de Duitse technologiegigant Siemens en kunnen vol vuur vertellen over de Spitzentechnologie van hun werkgever. Maar echt geïnteresseerd zijn hun gesprekspartners niet. Dat zijn twee Nederlandse werknemers van Vattenfall, het Zweedse staatsenergiebedrijf dat een paar jaar daarvoor Nuon heeft ingelijfd.

Er is koffie, thee, water – en er zijn koekjes. Het gesprek gaat over een nieuwe gascentrale die Vattenfall wil laten bouwen in de Duitse stad Hamburg, voor zo’n half miljard euro. De aanbesteding is in volle gang en Siemens is één van de negen bedrijven die meedingen naar het project.

Vattenfall heeft een projectmanager en een ingenieur naar het gesprek gestuurd: oud- Nuonmedewerkers die nu voor de Zweden de aanbesteding in Hamburg trekken. Ze zitten er met grote tegenzin, hebben ze hun bazen laten weten. De reden: Siemens wil tegen alle regels in een nieuw – en duurder – plan presenteren voor de centrale.

Het stiekeme gesprek zet andere deelnemers aan de aanbesteding ongeoorloofd op achterstand, vinden de Nederlanders. Want met de concurrenten van Siemens mogen zij niet overleggen. De locatie vinden ze ook onprettig. Eerdere gesprekken met kandidaat-bouwers hebben ze openlijk gevoerd, op kantoor bij Vattenfall of bij de aanbieder, niet in zo’n anoniem hotelzaaltje.

Maar het gesprek moet doorgaan, hebben ze vanuit Stockholm te horen gekregen. De andere aannemers zullen er geen lucht van krijgen. Om dat te onderstrepen, hebben de Nederlanders vanuit Zweden een zwijgcontract toegestuurd gekregen. Daarin beloven de hoogste man van Vattenfall in Nederland, Peter Smink, en Vattenfalls hoofdjurist Anne Gynnerstedt plechtig dat de ontmoeting geheim zal blijven.

Zwijgcontract

Wat de Nederlanders niet weten, is dat ze niet de enigen zijn met twijfels bij de innige band tussen Vattenfall en Siemens. Dat zullen ze later uitvinden, als de zaak uit de hand loopt. Vlak voor de ontmoeting op Schiphol voelen ze zich vooral klemgezet. Gaan ze niet, dan hebben ze onmiddellijk een arbeidsconflict. Gaan ze wel, dan overtreden ze alle regels van de aanbesteding die zij zelf namens Vattenfall hebben opgetuigd.

En dus besluiten ze – onder protest – toch maar op te draven. Het gesprek begint gemoedelijk, maar wordt steeds stroever. De mannen van Siemens hengelen nadrukkelijk naar vertrouwelijke technische en financiële informatie over de Hamburgse centrale. Echt vervelend wordt het als de Duitsers de Nederlanders voorhouden dat iedereen in het zaaltje toch weet dat de Vattenfall-top wíl dat Siemens de centrale bouwt.

Geïrriteerd verlaten de Nederlanders de ontmoeting. Ze zijn boos op Siemens, maar vooral op Vattenfall dat hun dit gesprek heeft opgedrongen. Vooral de projectmanager neemt het hoog op. Hij is de zoon van een KNIL-militair en heeft zijn vader op diens sterfbed uitdrukkelijk beloofd nooit te buigen voor druk of zijn principes te verloochenen.

Foto Jorrit Lousberg/Nuon

‘Illegale acties’

De klacht die de projectmanager daarna indient – „mijn managers zetten mij aan tot illegale acties en het bevoordelen van Siemens” – groeit in de jaren daarna uit tot een dossier van duizenden pagina’s. Keer op keer wimpelt Vattenfall de klacht af, en keer op keer gaat hij een treetje hoger op de ladder. Hij meldt zich bij zijn managers, bij de interne ombudsman, bij de bestuursvoorzitter van het Zweedse staatsbedrijf en bij díéns baas – de voorzitter van de raad van commissarissen.

Allemaal zonder resultaat. Inmiddels, bijna zes jaar later, ligt zijn dossier bij het Huis voor Klokkenluiders in Utrecht. Deze overheidsorganisatie helpt klokkenluiders en buigt zich over de vraag of de man en zijn controller – met wie hij samen alle procedures voert – door Vattenfall zijn dwarsgezeten vanwege hun meldingen over Siemens.

Maar de uitpuilende ordners van het duo zijn meer dan het verslag van de strijd tussen twee klokkenluiders en Vattenfall over één illegale ontmoeting, blijkt uit onderzoek van NRC, het Duitse weekblad Der Spiegel en het Zweedse dagblad Dagens Nyheter, die het dossier van de man in bezit hebben.

De projectmanager en zijn controller staan namelijk niet alleen in hun vermoeden dat Siemens een voorkeursbehandeling heeft gekregen. Vijf oud-werknemers die nauw betrokken waren bij de bouw van gascentrales in Nederland en Duitsland denken dat ook. Ook zij zien dat Vattenfall de regels van de eigen aanbestedingsprocedures buigt ten faveure van Siemens, of zelfs keihard Europese aanbestedingswetten breekt.

Waarom, daar komen ze nooit achter. Maar het kost het bedrijf, in bezit van het Zweedse volk, handenvol geld. Tientallen miljoenen of meer, denken ze. En dat geld, vinden ze, kan beter aan nuttige dingen als verduurzaming worden besteed.

Grote ambities

Terwijl in Nederland en Duitsland politici luidkeels stelling nemen in het debat over klimaatverandering en energievoorziening, vallen de cruciale beslissingen elders. Zoals in Stockholm, op het hoofdkantoor van Vattenfall. Dáár bepalen ze welke gas- en kolencentrales in Nederland en Duitsland worden gebouwd, gerenoveerd of gesloten.

Dat is een erfenis van de jaren negentig, toen het op de geliberaliseerde Europese energiemarkt ineens draaide om marktwerking en schaalvergroting. Vattenfall – Zweeds voor waterval – heeft in die jaren ambities tot ver buiten zijn landsgrenzen: Polen, Finland, Duitsland, Nederland. Zo kopen de Zweden in het begin van het nieuwe millennium diverse Elektrizitätswerke – gemeentelijke energiebedrijven, in Hamburg en het voormalige Oost-Duitsland.

In 2009 volgt de grootste aankoop. Het Nederlandse Nuon wordt voor zo’n 10 miljard euro overgenomen van een aantal Nederlandse gemeenten en provincies. Vattenfall is inmiddels uitgegroeid tot het grootste energiebedrijf van Noord-Europa, met een omzet van omgerekend 15 miljard euro en 20.000 werknemers.

Vrijwel direct ontstaan problemen. De Zweden wilden Nuon zo graag hebben, dat ze veel te veel betalen, blijkt kort na de overname – zeker 2 miljard euro te veel. De aankoop leidt tot een parlementaire enquête in Zweden. Ook het smeden van één bedrijf uit alle buitenlandse dochters verloopt moeizaam. De Duitsers zijn trots op hun oude energiebedrijven en moeten weinig hebben van inmenging vanuit het Zweedse moederbedrijf. En de werknemers van Nuon, dat zich profileert als modern en ondernemend, vinden de Zweden maar een stel vastgeroeste ambtenaren.

Intussen moet Vattenfall in hoog tempo verduurzamen. Het verkoopt kolencentrales, sluit kerncentrales en verwerft windparken en biomassacentrales. In Nederland en Duitsland bouwt het moderne stoom- en gascentrales die ‘grijze’ stroom leveren: niet zo groen als windmolens, maar wel een betrouwbaar en klimaatvriendelijker alternatief voor de vervuilende kolencentrales.

De steden Hamburg, Berlijn en Amsterdam sluiten de centrales aan op hun stadsverwarming, voor extra rendement. Het is bij de aanbesteding en bouw van deze efficiënte gascentrales dat werknemers van Vattenfall een voorkeur voor Siemens waarnemen, blijkt uit interne Vattenfall-documenten en gesprekken met een tiental direct betrokkenen in Duitsland, Zweden en in Nederland die NRC, Der Spiegel en Dagens Nyheter de afgelopen maanden voerden.

Codenaam ‘project Mens’

Begin 2018 schuift de voormalige senior legal counsel van Vattenfall, oud-advocaat van een groot Zuidas-kantoor, aan bij het Huis voor Klokkenluiders. Zij is niet de eerste de beste: tussen 2008 en 2015 moest zij erop toezien dat het Zweedse bedrijf in Nederland de wet volgde. Zij kent daarom de weg in de jungle van het Europese aanbestedingsrecht, dat vol uitzonderingen zit – zeker in de energiesector.

Bij het klokkenluidershuis legt zij onder ede een verklaring af over hoe Vattenfall is omgegaan met de projectmanager en diens controller. Maar ze vertelt vooral wat haar zelf is overkomen toen zij aan de bel trok over Siemens.

Dat speelt eind 2014, als ze problemen ontdekt in de contracten voor bouw en onderhoud van Nederlandse gascentrales. Naar haar smaak gaan te veel opdrachten zomaar naar Siemens, zonder onderbouwing.

Zo twijfelt ze aan de manier waarop Siemens de opknapbeurt van de oude Nuon-gascentrale in Velsen, bij Tata Steel, in de wacht sleept. En ze begrijpt niet waarom Vattenfall honderden miljoenen voor twee nieuwe centrales aan de Hemweg bij Amsterdam en in Diemen naar Siemens overmaakt, terwijl die nog niet alle afgesproken tests hebben doorstaan.

Keer op keer handelt Vattenfall in strijd met het aanbestedingsrecht én met de eigen gedragscode, is haar conclusie bij het Huis voor Klokkenluiders. Uit de verklaring: „Dit was gewoon Europees mis. Ik moest altijd de grenzen opzoeken en als ik ze niet kon vinden, dan vonden zij ze wel.”

Daarbij blijft de top van het Zweedse bedrijf doelbewust uit zicht, zegt ze. Vattenfall stelt „werknemers bloot aan overtreding van wet- en regelgeving”. Dat doet de leiding „door te beslissen dat dingen niet worden aanbesteed, maar mij dat wel te laten aftekenen. Ze leggen het risico lager.”

In 2014 stopt ze daarom met het fiatteren van contracten, een belangrijk onderdeel van haar werk. Op de plek van haar handtekening – een garantie dat alle wettelijke procedures goed zijn doorlopen – zet ze een korte verklaring: dit gaat niet volgens de wet. Dat maakt indruk, merkt ze. Het Vattenfall-management zet haar onder druk om toch maar weer te tekenen. Ze weigert.

Werkzaamheden aan de Nuon-centrale in Diemen, 2011. Siemens had een belangrijk aandeel in de uitbreiding.
Foto Jorrit Lousberg/Nuon

Redding is nabij, denkt ze begin 2015. Want de afdeling internal audit, de interne integriteitsbewakers van het bedrijf, is bezig. De codenaam voor hun onderzoek is ‘project Mens’, naar Siemens, hoort ze van een onderzoeker met wie ze op zoek gaat naar verdachte contracten.

In februari 2015 krijgt ze bericht. Of ze de volgende ochtend om 9.00 uur langs wil komen. Nu zullen we het horen, denkt ze, als ze aan tafel zit in het imposante Nuon-kantoor, tegenover station Amsterdam-Bijlmer. Maar de personeelschef en een Duitse manager kijken haar doordringend aan, vertelt ze drie jaar later daarover aan het Huis voor Klokkenluiders, intimiderend zelfs.

Er zijn zeer kwalijke zaken over jou naar boven gekomen, zeggen de twee. Vattenfall heeft ontdekt dat je zonder toestemming nevenactiviteiten ontplooit, is de boodschap. Van ‘project Mens’ hoort ze niets meer. Vattenfall gaat in plaats daarvan onderzoek naar háár doen.

Ze is verbijsterd, vertelt de juriste aan het Huis voor Klokkenluiders. Die nevenactiviteit is een hobbywebsite waarop ze een grappig product voor kinderen verkoopt, voor nog geen twee tientjes. Ze heeft het voor haar eigen kinderen bedacht en toen haar vrienden enthousiast bleken, is ze een webwinkeltje begonnen. Iedereen bij Vattenfall wist daarvan, zegt ze. Het almaar voortdurende onderzoek hiernaar dat volgt noemt ze „surrealistisch”. Ze denkt ‘dit ga ik in mijn eentje nooit redden’ en tekent in op een afvloeiingsregeling.

Hoogste vertrouwelijkheid

Bij Vattenfall zelf is het een publiek geheim dat het bedrijf wetten overtreedt. Dat blijkt uit een intern document uit het dossier van de klokkenluiders. Dit concept-memo, nummer 141, met de hoogste vertrouwelijkheidscode ‘C3’, stamt uit 2015. Het is gericht aan diverse directeuren van Vattenfall, de hoogste jurist in Stockholm en Vattenfall-accountant EY.

In het memo schrijft Jantien Heimel, de baas van de afdeling internal audit van Vattenfall in Nederland, dat er „tekortkomingen in de controle van aanbestedingen” bestaan en dat „het niet volgen van Europese wetten breed bekend is op managementniveau, zowel bij de inkoopafdeling als aan de zakelijke kant”. Heimel, nu voorzitter van de beroepsvereniging van internal auditors in Nederland, noemt ook een voorbeeld: het onderhoudswerk aan de centrale in Velsen, dat in zes delen onderhands naar Siemens ging, één van de klussen waar de juriste vragen bij had.

Het breken van de regels kan volgens Heimel leiden tot allerlei narigheid, zoals „een ongeldige aanbesteding, compensatieclaims en uiteindelijk reputatieschade voor het bedrijf”, schrijft ze. En bovendien „een mogelijke aanklacht wegens strafbare feiten” voor managers. Haar advies is echter niet: houd je aan de wet en aan de Vattenfall-gedragscode. In plaats daarvan zegt ze: wie de regels wil overtreden, mag dat alleen maar doen met toestemming van de baas.

Oud-werknemers kennen andere voorbeelden. In 2010 formuleerde Vattenfall de eisen voor een te bouwen gascentrale in Berlijn zó dat die precies pasten bij de gasturbines van Siemens, en niet bij die van de concurrenten. In datzelfde jaar wisselden de Zweden een paar uur voordat de beslissing viel over wie twee nieuwe centrales in Diemen en Amsterdam mocht bouwen van koers in een aanbesteding. Daardoor kwam opeens Siemens bovenaan de lijst te staan, waar eerst concurrent Alstom stond.

Voor betrokkenen is het gissen naar een verklaring. Sommigen vermoeden dat Vattenfall-functionarissen persoonlijk profiteren en vertellen over kadootjes van de Duitsers, operareisjes naar Wenen en voetbalkaartjes. Anderen houden het op luiheid. Siemens is duur, maar ook Duits en degelijk. Omdat Vattenfall als staatsbedrijf weinig commercieel denkt, zou het vooral makkelijk zijn om de Duitsers veel te laten bouwen. Weer anderen wijzen op hogere, industriepolitieke belangen. De fabriek waar Siemens gasturbines maakt, staat in Berlijn en de gemeente hecht sterk aan werkgelegenheid.

Meer dan theorieën zijn dit niet. Wat wel vaststaat: de klokkenluiders en anderen met wie NRC sprak, stellen vast dat Vattenfall soms honderden miljoenen meer wil uitgeven dan nodig is, dat de Zweden wet- en regelgeving naast zich neerleggen, dat vooral Siemens daarvan profiteert en dat Vattenfall eigen medewerkers die zich hierover verbazen opzijschuift.

Memo internal audit on compliance with tender law

Grapperhaus: complotdenken

Op 7 juli 2016 zitten de twee klokkenluiders op kantoor bij Nuon in Amsterdam, voor een zitting bij de bezwarencommissie van Vattenfall. Zij zijn boventallig verklaard, terwijl er werk genoeg is. Dat komt door hun dossier, denken ze. Dat is uitgedijd naar meer dan tweeduizend pagina’s, bevat inmiddels lastige vragen over zes centrales en is het hele bedrijf doorgegaan, van de personeelsafdeling naar internal audit, de juridische afdeling, de interne ombudsman, de raad van bestuur van Vattenfall, de raad van commissarissen – en terug.

In het volle zaaltje van de bezwarencommissie ziet één van de klokkenluiders opeens een gezicht dat hij kent van praatprogramma’s op tv. Het is Ferdinand Grapperhaus, nu minister van Justitie en Veiligheid voor het CDA, maar op dat moment bestuursvoorzitter van het Amsterdamse advocatenkantoor Allen & Overy. De klokkenluider is verbaasd. Hoezo vaardigt Vattenfall een van de bekendste advocaten van Nederland af naar een onbenullige bezwaarzitting?

Tijdens de zitting vertellen de klokkenluiders dat zij sinds hun eerste melding over Hamburg worden genegeerd en getreiterd. Dat er over hen wordt geroddeld en dat hun werk voortdurend extra wordt gecontroleerd. De stress is zo opgelopen dat een van hen zich inmiddels ziek heeft gemeld.

Dan neemt Grapperhaus het woord. Met de sores van de klokkenluiders heeft hij weinig. Ze zijn gewoon boventallig, verder niets, zegt hij. En ze hebben last van „complotdenken”. In een mailtje na de zitting roept Grapperhaus het duo op om toch vooral die gunstige vertrekregeling te accepteren. Enige voorwaarde: dat ze – op straffe van hoge boetes – beloven voor altijd te zwijgen over wat hun is overkomen bij Vattenfall.

Dat is voor de klokkenluiders onbespreekbaar. Ze weigeren en krijgen een jaar later gelijk van uitkeringsinstantie UWV. Die oordeelt dat Vattenfall valse argumenten heeft gebruikt om van de twee af te komen. Ze moeten gewoon in dienst blijven, al heeft Vattenfall geen werk voor ze. En dus wachten de twee al drie jaar op een oplossing.

Vattenfall spaart intussen kosten noch moeite om zijn gelijk te bewijzen. De Zweden hebben vorig jaar accountantskantoor Grant Thornton de afhandeling van de meldingen van de klokkenluiders laten onderzoeken – zonder hierover met hen te spreken. Het oordeel: hun klachten werden laat en summier behandeld, maar al met al was dit te billijken. In een tweede rapport, vorig jaar, concluderen twee door Vattenfall ingehuurde Nederlandse oud-rechters dat de door de klokkenluiders „gevoelde onheuse bejegening” geen verband houdt met hun „incidentmeldingen”. De klokkenluiders werkten evenmin mee aan dit onderzoek. Daarna sloten de Zweden de zaak.

Hoofdpijndossier

De nieuwe gascentrale waar de hele klokkenluiderszaak mee begon, is al jaren een hoofdpijndossier voor de gemeente Hamburg. Die heeft slepende financiële onderhandelingen hierover gevoerd met Vattenfall en wil haast maken met een schonere energieproductie.

Maar nadat de klokkenluiders in 2013 op Schiphol weigerden Siemens voor te trekken, verdween het enthousiasme van Vattenfall voor het project. De aanbesteding werd wel afgemaakt, een Spaanse bouwbedrijf won de klus voor zo’n 250 miljoen euro – 95,5 miljoen euro minder dan het bod van Siemens. Maar de beloofde centrale kwam er nooit. Het project is keer op keer uitgesteld en werd eind 2015 helemaal afgeblazen.

Dat twee klokkenluiders in Nederland al jaren over juist dit project strijden, hebben de Zweden de gemeente Hamburg nooit verteld.