Wie wil rennen moet leren uitrusten

42,195 km Schrijver Abdelkader Benali maakt zich op voor de marathon van Rotterdam. Hoe bereidt hij zich voor?

Illustratie Merel Corduwener

Van Afrikaanse hardlopers heb ik geleerd dat je training niets waard is als je er geen dijk van een rustmoment tegenover zet. Sinds ik dat weet probeer ik te rusten als een Afrikaan. In een perfect ritme tussen trainen en uitrusten komen: dát is de kunst.

Hoe beter je traint, hoe beter je uitrust.

En hoe beter je uitrust, hoe beter je gaat trainen.

Ik werd met dat extreme rusten geconfronteerd toen ik een hoogtestage deed in Marokko. Een paar weken lang trok ik op met Afrikaanse hardlopers. Wanneer de lopers terugkwamen van een training, trokken ze zich onmiddellijk op hun kamer terug. In de middag heerste in het hotel een doodse stilte.

Het recept voor goed uitrusten is heel simpel, maar vereist een ijzeren discipline. In het begin vond ik dat heel zwaar. Ik wist niet beter of alles in de marathonvoorbereiding draaide om heel veel hardlopen. Steeds meer, steeds sneller. Maar het lichaam deed ik er geen plezier mee, ik was altijd moe en de progressie stokte.

Ik moest leren uitrusten.

Tijdens mijn hoogtestage deelde ik mijn kamer met een jonge, Algerijnse hardloper. Na het ontbijt deden we een kort trainingsrondje. Terug in het hotel, de klok had nog geen elf uur geslagen, dook hij het bed in en trok de lakens over zich heen.

Hij sliep!

De middagtraining sloot hij opnieuw af met een weldadige slaapbeurt. Hij trok de gordijnen dicht en verdween weer onder de lakens. Een slapend hoopje mens. Ik zie hem nog liggen.

Organisatoren van hardloopwedstrijden weten dat ze altijd een bedje moeten klaarleggen voor een Afrikaanse hardloper. Joop Zoetemelk zei het al: „De Tour win je in bed.” Die extreme toewijding aan het rusten gaat best ver. Jos Hermens, de hardloopmanager van Afrikaanse topatleten, vertelde me dat een Afrikaanse loper in de auto de stoel laat zakken, zodat hij in de rit naar de wedstrijd nog een dutje kan doen. Ze komen slaapdronken aan. Maar wat gaan ze hard!

Wie na het hardlopen snel doucht, eet en dan de kroeg induikt, doet het lichaam tekort

Het staat zo in contrast tot ons jachtige bestaan in Nederland. Wie na het hardlopen snel doucht, eet en dan de kroeg induikt of zich aan een andere sociale activiteit overgeeft, doet het lichaam tekort. Na een pittige training gun ik mijn lichaam nu de rust om weer op adem te komen.

Verplichte rustmomenten inlassen leidde bij mij tot heel veel onrust. Dat komt omdat we vooruitgang associëren met beweging en achteruitgang met stilstand. Wat niet zo is. Mijn marathontraining is onderdeel van een cyclus waarin rusten misschien wel belangrijker is dan de training zelf.

Dit betekent niet dat ik heel vroeg naar bed ga of heel laat opsta. Wel ben ik meer gaan genieten van de momenten dat ik niets hoef te doen. En als het lichaam nog steeds moe is, dan vind ik het niet erg om een training over te slaan.

Vroeger schaamde ik me een beetje voor mijn lange uitslapen, mijn gelummel op de bank en mijn uitstelgedrag. Inmiddels allang niet meer.

Ik geef het lichaam wat het toekomt.

    • Abdelkader Benali