Recensie

Recensie Boeken

‘Mensen leven als zombies, op 40 procent van hun kunnen’

Zelfhulp Disciplineer het lichaam, en een weerbare geest volgt vanzelf, is de boodschap van een reeks populaire boeken – vooral bij mannen. Waarom zijn die boeken nu zo in de mode?

Schrijver David Goggins transformeerde van 'milkshake-slurpende vetbol' tot lid van de SEALs, een elite-eenheid van het Amerikaanse leger (hier afgebeeld). Tijdens de 'Hell Week', waarin je tijdens een week in totaal vier uur slaapt, werd hij 'verliefd op het lijden.'
Schrijver David Goggins transformeerde van 'milkshake-slurpende vetbol' tot lid van de SEALs, een elite-eenheid van het Amerikaanse leger (hier afgebeeld). Tijdens de 'Hell Week', waarin je tijdens een week in totaal vier uur slaapt, werd hij 'verliefd op het lijden.' Foto: U.S. Navy/Shauntae Hinkle-Lymas
    • Sebastiaan Kort

Wat we via het scherm over hem wisten pleitte bijna allemaal in zijn voordeel. Hij had succes, geld, hij lag goed bij vrouwen, hij leek te weten waar je het goede leven kon vinden, reisde daar dan ook de hele wereld voor over en, vooruit, hij kon koken. En toch moet Anthony Bourdain, kok en tv-presentator, tot de conclusie zijn gekomen dat zijn leven er hondsberoerd voor stond. Op 8 juni vorig jaar hing hij zichzelf op in een hotelkamer in het Franse Kaysersberg, bij de Duitse grens.

Bourdains dood kwam de voorbije maanden al een paar keer voorbij in The Joe Rogan Experience, een van de best beluisterde podcasts in de VS. Gastheer Joe Rogan (1967) en Bourdain waren niet echt bevriend, maar ze kenden elkaar goed, en als mogelijke redenen voor de zelfdoding wees Rogan op Bourdains overvolle reisschema en zijn gewoonte om veel te drinken. En wat misschien ook niet zo verstandig van hem was geweest, was dat hij al een tijd gestopt was met het volgen van jiujitsu-lessen.

Dit, het verlies van zelfbeheersing, is een terugkerend onderwerp in Rogans podcast. In zijn radiostudiootje schuiven vaak gasten aan, schrijvers vooral, die wijzen op de geestelijke en lichamelijke risico’s van een ongezonde, kompasloze levensstijl. Het alternatief dat vaak ter tafel komt is wat zich hier het best laat samenvatten als een ‘gestaalder’ leven dat neerkomt op gezond eten, extreem sporten (vaak, langdurig en fanatiek) en andere vormen van discipline. Dan weer is er iemand te gast die in het holst van de nacht opstaat om te rennen of aan allerlei apparaten te trekken, dan schuift de inmiddels overbekende Canadese psycholoog Jordan Peterson (1962) weer eens aan, die in zijn vorig jaar verschenen boek in twaalf regels zijn ‘remedie tegen chaos’ presenteerde. Want die chaos, het sprekende vosje in Lars von Triers Antichrist indachtig, nestelt zich op de troon voordat we er erg in hebben.

De supermarktwil

Peterson doelt niet op de chaos van het late kapitalisme, de chaos op de arbeidsmarkt of de chaos bij de Belastingdienst, de chaos is bij hem existentieel en individueel; niet de samenleving is de patiënt, u bent dat. En zijn handvest, een ravenzwart brouwsel van Luther en Schopenhauer met een paar druppels losbandigheid (jongens mogen skateboarden), moet hier een uitweg uit bieden – al zal het wel nooit helemaal in het walhalla uitmonden. ‘Het leven is een lijdensweg’, zo begint hij regel 7, ‘zoveel is duidelijk. Een fundamenteler, onweerlegbaarder waarheid bestaat niet.’

‘To me, a forty-hour work week is a 40 percent effort.’

Peterson wijst op de voordelen van een ‘eiwitrijk ontbijt’, maar voor de verdere chaosbezwerende effecten van een getraind lichaam moeten we bij David Goggins zijn. Ook hij was recent te gast bij Rogan, dit naar aanleiding van een boek waarin hij verslag doet van de grote omwenteling in zijn leven, zijn transformatie van een pick-up-rijdende, milkshake-slurpende vetbol tot een lid van de SEALs, een elite-eenheid van het Amerikaanse leger. Goggins’ verhaal is ontstellend, je mond valt er geregeld bij open. Vanaf het moment dat hij via een tv-reclame door het leger werd aangelijnd, ‘werd’ hij zijn lichaam: hij vocht zich drie keer door het loodzware SEAL-trainingskamp heen (bestaand uit onder meer de beruchte ‘Hell Week’, waarin je tijdens een week in totaal vier uur slaapt), ‘werd verliefd op het lijden’, liep marathons uit op gebroken benen, staat in het Guinness Book of Records met ‘de meeste pull-ups in 24 uur tijd’ en schrijft nu een levensstijl voor die zijn lezers moet doen ontwaken uit het comfort. Mensen leven op ‘40 procent van hun kunnen’, meent Goggins. En: ‘To me, a forty-hour work week is a 40 percent effort.

Jocko Willink is, zou je kunnen stellen, een collega van Goggins, want ook hij is een ex-SEAL. In zijn boek, getiteld Extreme Ownership, probeert hij aannemelijk te maken dat de leiderschapslessen die hij trok tijdens zijn dienst in Irak ook toepasbaar zijn op andere organisaties. Hij staat een stijl voor, hierbij puttend uit allerlei herinneringen aan gevechtshandelingen in Ramadi, van extreme ownership, waarbij de leider van de groep alle verantwoordelijkheid voor zijn rekening neemt. Hij draagt talloze voorbeelden aan van militaire en zakelijke leiders die mislukkingen ten onrechte afschoven op iets of iemand anders dan zichzelf. Willink (1971) brengt je het incasseren bij.

Goggins ontsluit in zijn boek meer dan een verhaal waarmee je vroeger door Oprah Winfrey werd uitgenodigd; er zit zoiets als een kleine filosofie in verborgen. Een filosofie die voor de alternatieve verstaander opgevat kan worden als een reactie op wat Michel Houellebecq in zijn essaybundel De koude revolutie ‘de supermarktwil’ noemde, de levenswil die onder de druk van de markt gekanaliseerd wordt richting consumptie. Goggins leefde dus zelf lang in die sluimertoestand en ziet het nu als zijn taak en broodwinning om mensen daar uit wakker te schudden. ‘In every town’, schrijft hij, ‘in every country, all over the world, millions roam the streets, dead-eyed as zombies, addicted to comfort, embracing a victim’s mentality and unaware of their true potential.

Vadermoord

Goggins, Willink en Peterson mogen dan drie compleet verschillende stemmen zijn, ze overlappen elkaar ook, want allen drukken een brief bij de mensen onder de deur door die menen dat het leven, hun leven, veranderen moet. En: dat dat kán. Een appèl op zelftucht is wat ze doen, en dat valt kennelijk in vruchtbare aarde, want hun boeken verkopen goed (Petersons boek is in Nederland binnen een jaar tijd al aan de zevende druk toe, Willink staat al maanden in de top van de bestsellerlijst van The New York Times). Schijnbaar wil men ook iets aan het eigen leven veranderen, wat je toch best een klein wonder mag noemen in een tijd die niet zelden overloopt van het eigen gelijk.

’12 Rules of Life’ van de in nieuw-rechtse kringen populaire psycholoog Jordan B. Peterson is meer een zelfhulpboek dan cultuuranalyse. Lees ook: Handboek voor de gemankeerde man

Daar komt nog eens bij dat de clientèle van Peterson voornamelijk bestaat uit jonge mannen, zij zijn het in elk geval die zijn lezingen vooral bevolken. Zoals in deze krant al werd opgemerkt noemen de jonge mannen hem ‘daddy’, wat alleen maar benadrukt dat Peterson een vaderfiguur is. Een paar decennia terug was de vadermoord nog in de mode, nu zoekt men er een vader bij.

Om de zweepslagen van mensen als Peterson wordt in weldenkende kringen vooral gelachen. Zo rekende Pankaj Mishra vorig jaar snoeihard met hem af in The New York Review of Books en was ook deze krant niet bepaald mild in zijn bespreking van de 12 regels. En die kritiek is alleen al vanwege de beperking van de visie – alleen het subject doet ertoe, niet zijn omgeving – gerechtvaardigd. Mensen, zo redeneert Peterson, waren altijd al lastig voor elkaar, ook zonder het nu zo dikwijls bekritiseerde kapitalisme. Zou Peterson, chaosbezweerder, nu echt denken dat iedereen in het huidige stelsel er ’s ochtends op uit trekt om ‘orde’ in de wereld aan te brengen? Dat het kapitalisme drijft op het aanpraten van een vermeend tekort (u bent niet compleet, vul het met dit of dit aan), daar lees je niks over.

En toch is het aandringen op het nemen van je verantwoordelijkheid en de morele boodschap die erin beklonken ligt begrijpelijker, voorstelbaarder dan vaak verondersteld wordt. De reflex (die ik ook in mezelf ontwaar) om te denken: wie zijn zij om mij voor te schrijven hoe te leven, terwijl zij nota bene eigen verantwoordelijkheid prediken, volstaat niet. Of laat ik het anders stellen: het is misschien wel verstandiger om er niet zozeer tegen te ageren, maar om te kijken wat dit is, wat zulke teksten en de blijkbare populariteit ervan mogelijk maakt.

Het Vondelpark: van hippiehangplek naar een contributievrij sportterrein voor hardlopers en bootcampers.

Wie zo denkt, constaterend, zal onderschrijven dat zowel de geestelijke als de fysieke disciplinering waar op aangestuurd wordt niets meer is dan een extremere variant van een bredere culturele ontwikkeling, een die je in dezelfde lijn kunt zien als de make-over van het Amsterdamse Vondelpark van hippiehangplek naar een contributievrij sportterrein voor hardlopers en bootcampers of de graduele taboeïsering van ongezonde gewoontes als roken en drank – ook in deze krant buitelen de artikelen over een gezonder leven over elkaar heen – en de recente golf van filosofische boeken met een moreel oogmerk, zoals Peter Sloterdijks Du mußt dein Leben ändern.

Edgar Davids

Het lichaam onttrekt zich niet aan al deze heroverwegingen, het is het meest zichtbare, de meest maakbare uiting van deze hang naar nieuwe vastigheid, zekerheid en controle. Is het voorstelbaar dat een schrijver vroeger een hardloopboek zou publiceren, zoals Haruki Murakami deed? Of neem de ommezwaai in het leven van schrijver en dichter Erik Jan Harmens, vastgelegd in Hallo muur, die eerst lang leefde volgens het oude schrijversmenu van drank en sigaretten en sindsdien een toegewijd hardloper werd. We harnassen ons, kun je wel eens denken, en het lichaam beweegt daarin mee.

De komst van Jordan Peterson naar Nederland leidde in november tot veel rumoer. Wat zijn de ideeën van deze controversiële Canadese hoogleraar psychologie? Lees ook: ‘Wrok is een heel belangrijke drijfveer’

Tijdens het lezen van de boeken van Peterson, Goggins en Willink dreven mijn gedachten plotseling af naar de jaren negentig en nul, een gezegende tijd voor het Nederlands voetbal. Het nationale elftal werd internationaal geprezen vanwege het aantrekkelijke, aanvallende spel, maar werd op cruciale momenten ook vaak gebroken. Je zat dan met plaatsvervangende schaamte naar die frisgewassen jongens te kijken die het opeens niet meer voor elkaar kregen als winnaars als de Duitser Lothar Matthäus, de Tsjech Pavel Nedved of de Portugese Maniche tegenover ze stonden. Eén Oranjespeler hoorde dan op een of andere manier niet bij de groep die na de wedstrijd huilend op de grond zat. Edgar Davids. Iemand die toen, vijftien, twintig jaar geleden, vanwege zijn stoïcisme, zijn minachting voor absoluut gezag (bondscoach Hiddink zou zijn hoofd eens uit de kont van sommige spelers moeten halen) en het spreekwoordelijke mes dat hij meenam als hij het veld betrad nooit helemaal in dat Nederlands elftal thuishoorde. Davids is bekend van de uitspraak dat hij ‘zijn lichaam als zijn tempel’ beschouwde; ik kan me nog herinneren dat Jan Mulder eens aan tafel bij Barend & Van Dorp vertelde dat hij had gehoord dat Davids Nietzsche las. Niet alleen Davids’ bril hoorde bij de toekomst.