Opinie

Van Mierlo zag al: VS haken af en de Russen willen revanche

Als er één politicus in Nederland na de Koude Oorlog ijverde voor een Europese krijgsmacht, dan was het de leider van D66, analyseert Hubert Smeets.

Hubert Smeets

Sinds president Macron van Frankrijk begin november de kat de bel aanbond met zijn plan voor een heuse Europese krijgsmacht komt er regelmatig een politicus langs die hem volgt. Deze week sprak de nieuwe Duitse christendemocratische partijleider Kramp-Karrenbauer zich uit voor zo’n „logische stap”.

Voor Brexiteers en Nexiteers is dit idee alleen al satanisme. Daarom is het Macroniaanse pleidooi van historicus Frank Ankersmit, ex-kaderlid van Forum voor Democratie (FVD), ook zo opmerkelijk. In de Volkskrant kritiseerde hij dinsdag de doorsnee politicus die „naarstig bezig is met zijn moestuintje, maar tegelijkertijd het hek wagenwijd laat openstaan waardoor de stier van de buurman van zijn tuintje een onherstelbare ravage” kan maken. Niet Brexit, asielbeleid of interne markt „maar een Europees leger met een eigen geloofwaardig kernwapen staat bovenaan de agenda”, aldus Ankersmit.

In 2014 tapte Ankersmit uit een ander vaatje. Toen moesten we nog begrip hebben voor een stier, die in Oost-Europa aan het grazen was. Met historicus Sjeng Scheijen schreef hij, kort na Poetins interventie op de Krim, in deze krant: „Sinds de Koude Oorlog heeft het Westen continu de grenzen van zijn invloedssfeer verlegd”. Het wilde zelfs Oekraïne „afplukken”. Maar toen Moskou antwoordde, kwam het niet verder dan „nogal hysterische reacties”. En twee jaar geleden was Ankersmit bij de Kamerverkiezingen een der drie lijstduwers van FVD, dat een Nexit tegen het „roekeloos avonturisme” van de EU en „normalisering van de relatie met Rusland” bepleitte.

De draai van Ankersmit is niet gek. Europa wordt gemangeld door de bipolaire symbiotische relatie tussen Trump en Poetin. Enerzijds maken Amerika en Rusland zich op voor een kernwapenwedloop op het continent, nu Washington het INF-verdrag heeft opgezegd. Anderzijds kan Europa niet langer schuilen achter de nucleaire rug van de VS, waar Trump geen geheim maakt van zijn weerzin tegen de parasitaire geallieerden op het continent.

Dit is niet louter theorie. Met de toetreding van Noord-Macedonië tot de NAVO – woensdag nagenoeg beklonken – wordt de spanning juist concreter.

Maar is Europa ook in staat een eigen leger te bouwen. Het verlangen is al oud. Reeds in 1952 tekenden de zes founding fathers van de EU een verdrag dat moest leiden tot een Europese defensiegemeenschap. Hoewel een Frans plan, sneuvelde het idee in 1954 op hetzelfde Frankrijk. De toen wel gecreëerde West-Europese Unie (WEU) heeft nooit veel voorgesteld. D66-oprichter Van Mierlo kon er begin jaren 80 secretaris-generaal worden. Hij zag er vanaf.

Maar als er één politicus in Nederland niettemin ijverde voor een soort Europese krijgsmacht, dan was Van Mierlo het. Nadat de Sovjet-Unie ineen zeeg, benadrukte hij consequent noodzaak om binnen de NAVO twee pijlers te bouwen: een Amerikaanse en een Europese pijler.

Van Mierlo was namelijk niet alleen een Rijnlandse denker, hij was ook bang voor Russisch revanchisme. Het „sentiment” in Rusland dat het 40 jaar na dato alsnog de Tweede Wereldoorlog verloren had – „wat met 20 miljoen doden iets te veel van het goede is” – zou „in de verkeerde handen en met de verkeerde bedoelingen op desastreuze wijze geëxploiteerd kunnen worden”, zei hij bij de uitreiking van de Anne Vondelingprijs in 1990 tegen NRC-correspondent Laura Starink.

Bijna 30 jaar later is er desondanks nog niets van die Europese defensie terecht gekomen. Zou Ankersmit het verschil wel kunnen maken?

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.