Twaalf koeien voor een besneden bruid

Zap Vrouwenbesnijdenis is verboden in Tanzania, maar niet uitgebannen. In de documentaire In the name of your daughter ligt de nadruk op de mensen die dit kwaad proberen te bestrijden.

Op het gezicht van de tienjarige Rhobi ligt een glans die je weleens ziet bij kinderen die een spreekbeurt houden. Maar dit is wat ze zegt: „Ik ben weggelopen omdat mijn moeder me wilde laten besnijden zodat zij rijk zou worden van de bruidsschat.”

Daarna horen we de iets oudere Neema: „Ik zei tegen mijn vader: ik wil niet besneden worden. Toen hij me vroeg waarom niet, zei ik dat dat tegenwoordig niet meer gebeurt. Hij zei: doe niet zo dom, straks zit je altijd thuis. Jij moet besneden worden en trouwen, zodat ik koeien krijg.”

Vrouwenbesnijdenis is verboden in Tanzania, maar niet uitgebannen. In de door de EO woensdag uitgezonden documentaire In the name of your daughter vertellen twee jonge mannen op een veemarkt dat ze voor een besneden bruid wel tien of twaalf koeien aan bruidsschat over hebben. Voor een onbesneden meisje hooguit zes.

December is, met een gruwelwoord uit de door de Canadese Giselle Portenier geregisseerde film, het ‘besnijdingsseizoen’. Dan zijn de scholen dicht en is het eenvoudiger voor ouders om hun dochters mee te nemen en (vaak in het bos, ’s nachts) hun genitaliën te laten verminken. December is dan ook de drukste maand in het safehouse dat centraal staat in de documentaire. Weggelopen meisjes zoals Rhobi en Neema worden er opgevangen en mogen er blijven wonen tot het directe gevaar geweken is. De meeste medewerkers zijn vrouwen. Soms glijdt de camera langs een bewaker bij de deur – met een automatisch wapen.

Er wordt voorlichting gegeven; de medewerkers trekken ook de dorpen in om daar, omringd door vaak zwijgende dorpelingen te ageren tegen de traditie. Een dorpshoofd zegt: „Het gebeurt ’s nachts, ik kan er niets aan doen.” Maar hij heeft ook stemmen nodig om dorpshoofd te blijven.

Het interessante aan In the name of your daughter is dat de makers zich niet beperken tot de aanklacht van de misdaad en het belichten van culturele achtergronden (zoals mythes over hygiëne en de onware verwachting dat besneden vrouwen minder zouden neigen tot overspel), maar dat de nadruk ligt op de mensen die dit kwaad proberen te bestrijden.

Dat levert bijzondere taferelen op: bijvoorbeeld van een vrouw die de medewerkers van het safehouse en een begeleidende politieagent vraagt haar dochters mee te nemen omdat zij vreest dat de familie van haar man het kind iets aan zal doen. Pijnlijker nog zijn de scènes die in januari zijn gefilmd, als de kinderen naar hun ouders worden teruggebracht. Die moeten een contract tekenen dat ze hun dochter zullen beschermen.

Maar die ouders moeten ook geloofd worden. Door de functionarissen, maar vooral ook door hun dochters. We zien hoe de moeder van Rhobi herhaaldelijk zegt haar dochter geen kwaad te doen, „Ik zal haar echt niet slaan.” Maar er is al iets onherstelbaar kapot in de relatie. Rhobi wil (en hoeft) niet terug naar huis. „Mama zegt maar wat, als ik straks thuiskom…” legt de tienjarige uit.

Een andere moeder beweert dat er in de familie allang gestopt is met de verminkingen, maar moet haar dochter horen vertellen dat onlangs een nichtje is besneden. Het meisje neemt het woord en zegt tegen haar moeder: „Ik wijs jou niet af, ik wijs de besnijdenis af.”

Dapperder krijg je het niet en daardoor geeft In name of your daughter bij alle ellende toch ook goede moed: door de energie waarmee de meisjes worden beschermd en hoe ze middelen krijgen aangereikt om zichzelf te beschermen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Arjen Fortuin