Na jaren op straat leven, heeft Sjef eindelijk een eigen huurwoning

Opvang Dak- en thuislozen krijgen een huurhuis zonder aan tal van eisen te hoeven voldoen. Dat gaat verrassend goed.

Sjef Snelders (58) met zijn hond Bianca. „Dan weer ben ik een fiets aan het maken, dan weer leg ik ergens tegels. Nu weten ze pas wie ik ben.”
Sjef Snelders (58) met zijn hond Bianca. „Dan weer ben ik een fiets aan het maken, dan weer leg ik ergens tegels. Nu weten ze pas wie ik ben.” Foto John van Hamond

Vrije ruimte is schaars, in deze woonkamer. Opeengepakt op een paar vierkante meters zijn twee tv-toestellen, twee cd-houders, een aquarium, een grote tijgerknuffel, beelden van ontblote torso’s, eet- en drinkbakken voor hond en kat, een Boeddhabeeld bovenop een cassettedeck, een bankstel, een fauteuil en een bijzettafel met weer een Boeddhabeeld. En een terrarium, dat leeg is. „De slang is vanochtend ontsnapt”, zegt Sjef Snelders. „Hij moet nog binnen zijn. Maar gevaarlijk is hij niet.”

Snelders, 58 jaar, is een van dertig ex-daklozen in Breda die tegenwoordig in een eigen huis woont. Dat gebeurt volgens de methode van Housing First: langdurig daklozen met een verslaving of een psychiatrische aandoening krijgen een huis zolang ze de huur betalen, geen overlast veroorzaken en intensieve begeleiding krijgen. De kleine huizen zijn verspreid over de stad.

Volgens wethouder Miriam Haagh (gezondheid, PvdA) is Housing First – in Breda begonnen in 2014 – „een niet meer weg te denken onderdeel” in de maatschappelijke opvang van de stad.

20 jaar gezworven

Sjef Snelders heeft twintig jaar rondgezworven. Een jeugd als „moeilijk opvoedbaar kind” ging daaraan vooraf. Hij was bierdrinker vanaf zijn dertiende – ook zijn vader dronk stevig. Hij zat in jeugdzorginstellingen, bij de „nonnekes”, ging een paar jaar de cel in voor een overval. Een miskraam van zijn vriendin – de kinderkamer was al klaar – gaf de aanzet tot zijn leven op straat, zegt hij. Hij zette het op een drinken, zijn vriendin verliet hem, hij betaalde geen rekeningen meer. Hij werd naast drank- ook cokegebruiker.

Vervaagde tatoeages

Het straatleven heeft zijn gezicht en lichaam getekend. Zijn gezicht is mager. Hij draagt een hoed, en onder de rand van die hoed, op zijn voorhoofd, zijn vervaagde tatoeages te zien. Chinees ogende tekens (ze zijn niet echt Chinees, blijkt bij navraag) en daarnaast Grote Smurf, ingekleurd met rood en blauw.

De laatste vijf jaar van zijn daklozenbestaan sleet hij in een koepeltent in een stuk bos aan de rand van Breda. Koken deed hij met spiritus in een leeg knakworstenblik. Hij at soep, eieren, tosti’s, knakworst. Aardappelen en groenten koken duurde te lang. Eén winter was het zo koud dat hij naar het ziekenhuis moest. Nog voor de ingang viel hij flauw. De ziekenhuisopname duurde 2,5 dag.

„We troffen Sjef vier jaar geleden nog magerder aan dan dat hij nu is”, zegt Lex Brouwers van SMO Breda, opvangorganisatie en uitvoerder van Housing First. „Als hij op straat was gebleven, was hij nu waarschijnlijk dood geweest.” Brouwers is de begeleider van Sjef en nog vijf ex-daklozen. Die begeleiding, opgeteld zo’n dertig uur per week, bestaat uit zaken als het opnieuw aanvragen van een ID-bewijs, het helpen omgaan met geld en het runnen van het huishouden.

Gebroken been

Bij Sjef Snelders komt Lex Brouwers elke dag even langs, zeker na een glijpartij in december. Snelders brak zijn been op twee plaatsen toen hij van de fiets viel. Het was glad, zegt Snelders. Misschien was hij ook dronken, zegt Brouwers. Bier drinkt Snelders nog steeds: het eerste halfliterblik gaat vóór het middaguur open en daarna drinkt hij er nog „vijf tot zeven” leeg.

Verslaafd zijn mag bij Housing First. Begeleiders wijzen bewoners op de mogelijkheid van hulp, rijden hen zo naar een instelling, maar verplichten tot niets. „Deze mensen zijn soms al veertig jaar verslaafd”, zegt Brouwers „Eerdere hulp heeft hen nooit van de drank of drugs verlost. Als wij hun verslaving accepteren, zien we een grotere neiging ontstaan om hulp te zoeken dan als we er druk op leggen.”

Buurt dacht dat hij pooier was

De buren moesten wennen aan hun getatoeërde buurman-in-pak. Dagelijks zagen ze jonge vrouwen bij hem aanbellen, meldde een van de buren aan de gemeente. Snelders: „Ze dachten dat ik een pooier was. Ik ben geen pooier, gek.” Brouwers: „Die vrouwen waren mijn collega’s.” Direct daarna belden Snelders en Brouwers bij de buren aan om zich voor te stellen.

Angst voor overlast en ontevreden buren speelde woningcorporatie WonenBreburg parten toen de gemeente met Housing First begon. Carin Turi, consulent bij WonenBreburg: „We waren niet meteen enthousiast. Langdurig daklozen zijn een superingewikkelde doelgroep. De straat gun je niemand, maar we wilden ook de belangen van buren niet uit het oog verliezen.” WonenBreburg heeft inmiddels negentien mensen gehuisvest in Breda en 36 in Tilburg. De ex-daklozen krijgen een tijdelijk contract dat na twee jaar kan worden omgezet in een vast wooncontract. Het succespercentage, zegt Turi, ligt in Breda rond de 75 procent. „Zo hoog had ik niet verwacht.”

SMO garandeert tijdige betaling van de huur: het geld wordt meestal rechtstreeks vanuit de bijstandsuitkering naar de corporatie gestort. En óók als het wooncontract is omgezet naar onbepaalde tijd, blijft er begeleiding, zegt Lex Brouwers van SMO Breda, al wordt die minder intensief. „Dan gaat het aantal weekbezoeken bijvoorbeeld terug van vier terug naar twee.”

Elektrische heggeschaar

WonenBreburg heeft drie keer een Housing First-contract stopgezet omdat het wonen niet goed ging. Er was sprake van geluidsoverlast, vervuiling van de woning of „te veel aanloop”. In zo’n geval plaatst SMO Breda de betreffende bewoner bijvoorbeeld terug in een groepsvoorziening voor verslaafden.

Snelders voelt zich een stuk beter in zijn huis. Hij kookt groenten en aardappelen – nu wel. Zijn dagen hebben een ritme: opstaan om zes uur, brood en koffie voor ontbijt, de hond uitlaten, tuinieren. SMO Breda heeft voor tuingereedschap gezorgd: een elektrische heggeschaar, grastrimmer, bezem, harken, schop.

Snelders krijgt een vrijwilligersvergoeding voor het onderhouden van tien tuinen: van crisiswoningen van SMO en van buren. „Nu mogen ze me allemaal. Dan weer ben ik een fiets aan het maken, dan weer leg ik ergens tegels. Nu weten ze pas wie ik ben.”

Drugs gebruikt hij „veel minder” dan toen hij zwierf. „Ik heb dingen te doen, daarom.” Een „pilske” mag hij wel hebben, zegt hij. „Ik heb genoeg meegemaakt.” De verdwenen slang heeft Snelders teruggevonden in een tuintje. Maar na een nieuwe ontsnapping ontbreekt ieder spoor.

    • Ingmar Vriesema