In Bahrein brandt het sektarische vuur hevig

Shi’ieten In het eilandstaatje Bahrein maken sunnieten de dienst uit. De shi’itische meerderheid eist gelijke behandeling en meer democratie. Repressie is het antwoord.

Een Bahreinse demonstrant toont een foto van een shi'itische oppositieleider, bij een demonstratie ten zuiden van Manama in 2016.
Een Bahreinse demonstrant toont een foto van een shi'itische oppositieleider, bij een demonstratie ten zuiden van Manama in 2016. Foto Mohammed al-Shaikh/AFP

Toegang tot de zee en de plantages hebben de shi’itische bewoners van de dorpen langs de kust van Bahrein allang niet meer. Die zijn privébezit van een lid, of een vriend, van de sunnitische koninklijke familie. Er staan hoge muren omheen.

Het enige wat de dorpelingen rest is ’s nachts antiregeringsleuzen op die muren kalken, die de volgende morgen worden overgeschilderd door regeringstroepen. Soms gaat dat slordig en kun je de tekst nog lezen. „Hier staat zoiets als dat we onze rechten niet afstaan aan klootzakken”, zegt een prominent lid van de in 2016 ontbonden Al Wefaq-partij, de tot voor kort grootste shi’itische oppositiepartij. Hij wil niet met zijn naam in de krant, „want ze houden alles in de gaten”.

Hij rijdt deze vroege vrijdagochtend van het ene dorp naar het andere, onderweg iedereen groetend. Hij is Bahrani, zoals de oorspronkelijke bewoners zichzelf noemen, en dit is zijn territorium. De gedachte aan het volgende dorp roept bij hem irritatie op, want daar zullen we een nieuwigheid aantreffen: een sunnitische moskee. Hier geen posters van shi’itische heiligen, maar van de drie belangrijkste leden van de Khalifa’s, het koningshuis. „Wij mogen geen nieuwe moskeeën meer bouwen, maar zij bouwen nu sunnitische moskeeën midden in onze dorpen. De nieuwe Bahreini’s komen er bidden. Moet je zo maar kijken.”

De nieuwe Bahreini’s

In die paar zinnen verwoordt hij het probleem van Bahrein: wij (shi’ieten), zij (sunnieten) en de ‘nieuwe Bahreini’s’. De nieuwe Bahreini’s zijn sunnieten uit landen als Jordanië, Pakistan, Jemen en Syrië, die recentelijk de Bahreinse nationaliteit hebben gekregen.

Deze drie groepen vormen de belangrijkste pionnen op het politieke schaakbord van Bahrein en zijn allemaal bevangen door wantrouwen. Sunnieten komen niet naar de gemoedelijke markt in shi’itische dorpen, shi’ieten, zo’n tweederde deel van de bevolking, begeven zich niet in de koele parken van de sunnitische villawijken. Zelfs de gezondheidszorg wordt her en der gesplitst. In Budaiya – een dorp waar de snelweg het shi’itsche deel van het sunnitische scheidt – was er tot voor kort één kliniek voor beide delen. Nu is er aan de sunnitische kant een nieuwe gebouwd.

„Verdeel en heers, de oudste truc uit het boek”, noemt Ahmed het, een jonge Bahrani die met zijn Harley Davidson koffie is komen drinken bij een hippe koffietent even verderop aan de snelweg. „Het probleem van de shi’ieten versus de sunnieten is kunstmatig gecreëerd. Dit is van oudsher een open samenleving.” Hij wil niet hardop zeggen wie dat sektarische vuur hebben aangestoken, maar doelt op de Khalifa’s.

Die Khalifa’s liggen niet lekker bij de Baharna (meervoud van Bahrani), nooit gedaan ook. Deze sunnitische bedoeïnenclan zette in 1783 – nadat ze ruzie hadden gekregen met de verwante Sabahs, de familie die Koeweit regeert – voet aan land in Bahrein. Het land werd van de Baharna afgepakt en van boer werden ze horige. En, voegt de Wefaq-man daaraan toe: „Ze sleepten onze vrouwen uit de huizen. Geld en vrouwen is het enige dat telt voor bedoeïnen.” En zo was de toon gezet in wat aanvankelijk dus eerder een clash was tussen de maritieme eilandcultuur en de daaraan wezensvreemde bedoeïenencultuur, dan een sektarisch conflict.

Lees ook: IN 2016 werd de partij Al-Wefaq ontbonden in Bahrein, een zware tegenslag voor de onderdrukte shi’itische meerderheid in het land

Een gelijke behandeling

Om de zoveel tijd doen de Baharna een poging het tij te keren. Ze willen een gelijke behandeling en democratie. De mislukte opstand van 2011, die met hulp van de Saoediërs werd neergeslagen, is daarvan het laatste voorbeeld. Ondanks vooral voor de buitenwereld bedoelde dialoog en verkiezingen van een tandeloos parlement, neemt de repressie sindsdien alleen maar toe. Dat is niet moeilijk op een klein eiland (in oppervlakte ongeveer de helft van de provincie Utrecht), met alle economische en militaire macht in handen van één familie.

Hier komen ook de ‘nieuwe Bahreini’s’ in beeld. Het leger en de veiligheidsdiensten bestaan voor een groot deel uit sunnieten. Het gaat er immers niet zozeer om Bahrein tegen gevaar van buitenaf te beschermen, als wel om de heersende klasse tegen gevaar van binnenuit te beschermen. En als er al gevaar van buitenaf bestaat, dan komt dat uit Iran, en heb je dus ook niets aan shi’ieten in het leger. Koning Hamed bin Isa bin Salman al Khalifa liet dat blijkens een via WikiLeaks uitgelekt document met zoveel woorden aan de Amerikaanse ambassadeur weten: „Het is een kwestie van loyaliteit. Zolang Khamenei aan het hoofd van de strijdkrachten staat, moet Bahrein zich zorgen maken om de shi’ieten, die banden onderhouden met Iran.”

En dus rekruteer je voornamelijk onder sunnieten. Daarvan zijn er in Bahrein niet genoeg, dus komt het meeste lagere leger- en politiepersoneel uit landen als Pakistan, Jordanië, Syrië en Jemen. Om de sektarisch-demografische balans wat rechter te trekken, kregen velen van hen de Bahreinse nationaliteit, met alle voordelen van dien. Officiële aantallen worden niet bekend gemaakt, maar volgens internationale organisaties zou het om tienduizenden gaan, op de ongeveer 700.000 Bahreini’s.

De nieuwe Bahreini’s zijn sunnieten uit landen als Jordanië, Pakistan, Jemen en Syrië.

De angst om die verworvenheden weer te verliezen – de nieuwe nationaliteit kan ze ook zomaar weer ontnomen worden – maakt de nieuwe Bahreini’s tot loyale soldaten. En mocht dat niet genoeg zijn: volgens een Amerikaanse mensenrechtenorganisatie worden er in het leger boekjes uitgedeeld waarin de shi’ieten niet alleen als afvalligen maar zelfs als ‘geweigerden’ worden afgeschilderd. Geweigerd door hun god.

Andersom laten de shi’ieten zich ook niet onbetuigd en zijn er fanatieke imams die preken dat ze van Bahrein een islamitische staat à la Iran willen maken. Die imams zijn onze fout, dat hadden we op de een of andere manier moeten voorkomen, zeggen zowel de Wefaq-man als Ahmed. Ze bedoelen dat het merendeel van de Bahreinse shi’ieten helemaal niet bij Iran wil horen, maar dat deze kleine groep het met zijn agressieve boodschap verpest voor de rest. Ahmed vindt bovendien dat het in brand steken van autobanden – een beproefde methode tijdens de opstand van 2011 en ook nu nog wel eens – evenmin een goed signaal zendt.

Het komt het huis van Khalifa intussen prima uit, want zo blijf je verzekerd van binnenlandse sunnitische steun én van die uit Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten. Steun die het hard nodig heeft, want de olie is op en het land drijft al jaren op miljarden uit Riad en Abu Dhabi. Het is dus zaak vooral niet de indruk te wekken dat je je oren ook maar enigszins naar het shi’itische bevolkingsdeel laat hangen.

Ook van de Baharna valt de komende tijd geen nieuwe opstand te verwachten. Met de onberekenbare kroonprins Mohammed bin Salman de facto aan de macht in Saoedi-Arabië laten zij dat wel uit hun hoofd. Ahmed, nippend aan een cortado, erkent dat en vindt dat het leven doorgaat. „We zijn het wel gewend, zo ongeveer iedereen heeft Bahrein wel eens bezet; de Omaniërs, de Portugezen, de Engelsen en nu zij. Die gaan op den duur ook wel weer weg.”

Het koninkrijk Bahrein is een kleine eilandstaat in de Perzische Golf:

Illustratie NRC Studio

    • Judith Spiegel