Gouden beloning voor Pedersen na jaren keihard werk

WK afstanden De Noor Sverre Lunde Pedersen versloeg Sven Kramer op zijn favoriete 5.000 meter. „De val in Amsterdam was extra motivatie.”

Sverre Lunde Pedersen onderweg naar zijn gouden medaille en baanrecord op de 5.000 meter tijdens de WK.Foto Christof Stache/AFP
Sverre Lunde Pedersen onderweg naar zijn gouden medaille en baanrecord op de 5.000 meter tijdens de WK.Foto Christof Stache/AFP

De ijsbaan van Inzell was nog niet overdekt, toen op een koude avond in oktober 2007 een kleine Noorse junior de kleedkamer uitstapte. „Deze jongen gaat Sven Kramer verslaan”, sprak de toenmalige Noorse bondscoach Peter Mueller met zijn gebruikelijke bravoure. Lachen. Sverre Lunde Pedersen heette het jochie, hij was opgeleid door zijn vader, oud-sprinter Jarle Pedersen uit Bergen. Vlekkeloze techniek, dat viel bij de eerste rondjes al op. En nooit lossen bij de ervaren schaatsers rond kopman Håvard Bøkko.

Zijn glimlach is nog even bescheiden als toen, maar op de eerste dag van de WK afstanden schreef Pedersen in Inzell geschiedenis. Hij versloeg Sven Kramer op diens favoriete afstand, de vijf kilometer. Acht keer won Kramer goud op de WK, daartussendoor nog eens drie keer op de Spelen. Maar de 26-jarige Noor reed de race van zijn leven en verwees in een baanrecord van 6.07,16 Nederlanders Patrick Roest (6.11,70) en Kramer (6.12,53) naar de tweede en derde plaats.

Op de tribunes van de Max Aicher Arena maakte het ‘Bloed, zweet en tranen’ plaats voor het Noorse volkslied. Kramer herhaalde na afloop in de tunnel onder het ijs dat zijn rugprobleem zijn vorm „fragiel” maakt. Bij alle respect voor de nieuwe kampioen: „6.07,1 is goed hé.” Roest blies zichzelf op bij een dappere poging de tijd van Pedersen te verbeteren. En de winnaar besefte dat hij iets bijzonders had gepresteerd. „Ik keek vroeger naar Kramer op tv”, sprak Pedersen. „Hij en Håvard waren mijn grote inspiratiebron.”

Grote stayers als Hjalmar Andersen, Knut Johannesen, Fred Anton Maier en Johann Olav Koss zijn voor eeuwig helden bij de Noorse schaatsfans, liefhebbers van de lange afstanden. Er ontstond een nationale discussie toen Pedersen en Bokko zich in Sotsji 2014 terugtrokken voor de tien kilometer omdat ze zichzelf kansloos achtten tegen de Nederlanders. Sponsors en fans keerden zich af van de sport. Maar Pedersen ging door. Zijn vader werd als coach vervangen door Sondre Skarli, trainingskampen werden betaald uit eigen zak. Jaar na jaar kwam de stilist ietsje dichter bij Kramer. Maar winnen was er niet bij.

Op de Spelen van 2018 kon Pedersen op het erepodium eindelijk een keer op Kramer en de Nederlanders neerkijken, na goud op de ploegenachtervolging. Hij was de beste allrounder van allemaal. Maar bij de WK allround in Amsterdam gaf hij de titel uit handen door op de afsluitende tien kilometer te vallen. Roest won, en Pedersen? Hij trainde door. „Die val was extra motivatie”, vertelde hij na zijn wereldtitel in Inzell. Maar het eerste deel van dit seizoen waren zijn prestaties onopvallend. Geen winnaar?

Worstelen met omstandigheden

„Als je goed kijkt komt Sverre altijd later in het seizoen goed op gang”, stelt de nieuwe Noorse bondscoach Bjarne Rykkje. Na acht jaar assistent te zijn geweest bij Jac Orie staat de in Noorwegen geboren zoon van een Noorse vader en een Nederlandse moeder nu op eigen benen als coach. „We hebben aan het begin van het seizoen geworsteld met slechte omstandigheden om in te trainen in Hamar. Dat was ik in Nederland niet gewend.”

Een week geleden liet Pedersen met winst op de vijf kilometer bij de wereldbeker in Hamar al zien dat hij in goede vorm is. „Ik heb zelfvertrouwen en een goed gevoel meegenomen naar Inzell”, vertelde Pedersen na afloop. Maar dat hij een haast eindeloze reeks van rondjes 29,0 kon laten volgen door een versnelling op het eind? Hij reed de tweede tijd ooit op een laaglandbaan, na de 6.06,82 waarmee Kramer dankzij wind mee in Gangneung op de WK in 2017 de titel pakte. „Sneller dan ik had verwacht.”

Maar onlogisch? In zijn jeugd legde hij de basis van gewapend beton bij zijn club IL Fana, met zijn vrienden Håvard Lorentzen, olympisch kampioen 500 meter, en zijn huidige ploeggenoot Sindre Hendriksen. Als jochie al mee met de Noorse ploeg. En gestaag door naar de wereldtop. „Dit is de beloning voor zes tot acht jaar keihard werken.”

    • Maarten Scholten