Europees openbaar ministerie

Roemenië wil landgenoot blokkeren als corruptiejager

Aan het binnenhalen van een Europese toppositie gaat meestal een fanatieke lobby van het thuisland van de betrokkene vooraf. Ambtelijke benoemingen in en rond Brussel worden door politici als bijzonder eervol gezien. Maar het tegendeel is waar in het geval van de Roemeense topaanklager Laura Codruta Kovesi (45).

Vorig jaar werd Kovesi, die in eigen land naam maakte als keiharde corruptiejager, door de Roemeense regering ontslagen. Maar nu is zij, tot ergernis van diezelfde regering, favoriet om het Europese Openbaar Ministerie (EOM) te gaan leiden.

De Roemeense minister van Justitie Tudorel Toader kondigde dinsdag tegenover een regeringsgezinde nieuwssite aan zijn best te zullen doen om Kovesi’s kandidatuur te blokkeren. Hij hoopt zijn collega’s binnen de EU ervan te overtuigen dat Kovesi „wandaden begaan heeft ten nadele van de rechtsstaat”. De kans dat hij hierin slaagt is gering. Roemenië is op dit moment voorzitter van de EU.

Maandag werd bekend dat de selectiecommissie van het EOM wil dat Kovesi de eerste baas wordt van het instituut dat vanuit Luxemburg fraude en corruptie met EU-gelden gaat vervolgen. Het moet eind 2020 operationeel zijn. Nederland sloot zich vorig jaar na aanvankelijk verzet ook aan.

In 2006 werd Kovesi de jongste procureur-generaal ooit en vanaf 2013 leidde zij het nationale anticorruptie-agentschap in Boekarest. Ze trok internationaal de aandacht toen ze in 2015 achter toenmalig premier Victor Ponta aanging in een fraude- en corruptiezaak. Ze hielp burgemeesters, parlementariërs en voormalig ministers veroordelen. Totdat ze vorig jaar werd ontslagen en de regering wetgeving doorvoerde die anticorruptie-onderzoek bemoeilijkt.