Er zijn banen genoeg, en ook genoeg mensen zonder werk

Werkloosheid De Rotterdamse wethouder Richard Moti presenteerde deze en vorige week zijn plannen om het ‘veelkoppige monster’ van de hardnekkige werkloosheid in de stad te bestrijden. Al vaak geprobeerd, maar nooit erg succesvol.

In het ROC Zadkine tekenden dinsdag wethouder Richard Moti, vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven en het onderwijs het Rotterdams leerwerkakkoord.
In het ROC Zadkine tekenden dinsdag wethouder Richard Moti, vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven en het onderwijs het Rotterdams leerwerkakkoord.

Waarom zou het nu wel lukken? Dat was de te verwachten vraag aan wethouder Richard Moti (Werk & Inkomen) toen hij dinsdag zijn aanpak presenteerde om 8.000 Rotterdammers uit de bijstand en aan het werk te helpen. Omdat we het anders gaan doen dan we het altijd hebben gedaan, was zijn antwoord.

Aan ambitie geen gebrek bij de wethouder, die de opdracht kreeg het aantal bijstandsgerechtigden terug te brengen van 38.000 naar 30.000 in 2022, zoals in het college-akkoord van juni 2018 was vastgelegd. „Dat gaan we waarmaken, hier mag men ons op afrekenen.”

Ook het middel stond vorige zomer al in het programma van het college: een leerwerkakkoord. Al in een vroeg stadium ingefluisterd door het Havenbedrijf en het havenbedrijfsleven bij de informateurs, omarmd door de formateurs en uiteindelijk aanvaard door de partijen die de coalitie vormden.

Dat de haven zich achter de schermen heeft ingespannen voor dit werkgelegenheidsplan is niet vreemd. Het is de paradoxale realiteit in Rotterdam dat tegenover het grote bestand aan werkzoekenden een regionale economie staat die met een tekort aan personeel kampt. Mensen zoeken banen en bedrijven zoeken mensen, maar vinden doen ze elkaar nauwelijks. Dat is de beruchte mismatch op de arbeidsmarkt waar de haven, maar ook andere sectoren in de stad mee worstelen. Rotterdam loopt daardoor economische groei mis.

Dat is al langer dan vandaag het geval. De aanpak van de Rotterdamse werkloosheid is ook niet voor het eerst prioriteit. Het vorige college koos voor een streng beleid om de instroom naar de bijstand te beperken en de uitstroom aan te jagen, maar wist ondanks de economische wind mee per saldo geen daling te forceren.

Geen plan maar een akkoord

Het huidige college kiest voor een andere route. Dit is geen plan van de gemeente, zegt Moti, maar een akkoord van drie partijen – gemeente, bedrijfsleven en onderwijs – die gezamenlijk afspraken maken waaraan ze elkaar de komende zes jaar zullen houden. Zes jaar: met een horizon dus die verder ligt dan het einde van de huidige collegeperiode.

Dat moet ook wel, willen bedrijven en onderwijs het vertrouwen hebben dat hun inspanningen niet staan of vallen met een enthousiaste wethouder in een wankel college. „We moeten veel doen, in samenwerking met veel partijen, en we moeten dat lang volhouden”, zegt president-directeur Allard Castelein van het Havenbedrijf. „Je moet er echt een langdurig programma van maken, met een goede programmadirecteur die de voortgang bewaakt.”

De vergelijking met het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid (NPRZ) onder leiding van Marco Pastors dringt zicht op, zij het dan versmald tot het thema werk en verbreed tot de gehele stad (en zelfs voor een deel regionaal). De programma’s liggen in elkaars verlengde. Zo kondigde Moti twee weken geleden nog maar het project Samen voor Zuid aan, waarbij de gemeente onder de vlag van het NPRZ inzet op intensievere begeleiding van werkzoekenden, een voortzetting van het experiment ‘werkweekagenda’.

En het NPRZ organiseerde vorige week in Ahoy de manifestatie Gaan voor een Baan, die 1.600 jongeren liet kennismaken met sectoren die een zogeheten AanDeBak-garantie afgeven: al bij de start van de mbo-opleiding verzekerd van een baan. Dat is volgens Cees Alderliesten, beleidsadviseur arbeidsmarkt van havenondernemingsvereniging Deltalinqs, een mooi voorbeeld van kruisbestuiving. „Wij zijn vier jaar geleden met carrièrrestartgaranties begonnen en die zijn succesvol. Het is bewezen techniek, die nu door het NPRZ voor andere sectoren dan de haven is geadopteerd.”

Foto Walter Herfst

Het leerwerkakkoord van Moti rust op drie pijlers. De pijler ‘van school naar werk’ is om te voorkomen dat jongeren na hun opleiding al dan niet met diploma in de bijstand komen; daar vallen de startgaranties onder.

Hetzelfde doel heeft ‘van werk naar werk’: mensen met een baan in een uitstervend beroep (gasketelmonteurs!) tijdig herscholen zodat ze zich in iets anders kunnen bekwamen in plaats van eerst werkloos te moeten worden. Onderdeel daarvan is ‘Rotterdam Werkt’, een op initiatief van het Havenbedrijf opgezet netwerk van personeelsmanagers, die onderling personeel uitlenen en uitwisselen.

De derde pijler is de huidige werklozen ‘(weer) aan het werk’ te krijgen. Dit is de lastigste categorie, zeker omdat voor een aanzienlijke groep de afstand tot de arbeidsmarkt groot is. Hier ligt de grootste uitdaging, zegt Moti: „Mijn persoonlijke overtuiging is dat iedereen een talent heeft, iets waar hij of zij goed in is. De vraag is alleen hoe je die ontdekt en onder de aandacht brengt. Vacaturesites selecteren vooral op diploma’s en ervaring, daar kom je dan nooit bovendrijven.”

Krappe arbeidsmarkt

Nu de arbeidsmarkt steeds krapper wordt, zijn ook bedrijven gedwongen creatief te zijn bij het vervullen van vacatures. En bij zichzelf te rade te gaan bij de manier waarop. Allard Castelein van het Havenbedrijf sprak een jonge vrouw die aan het eind van een sollicitatieprocedure een taalvaardigheidsproef moest afleggen en gevraagd werd deze zin aan te vullen: Bier drink je uit een… „Dat was een islamitisch meisje dat nooit bier drinkt en dus nog nooit van een pul heeft gehoord. Is daar over nagedacht? Wij laten hier ook testen afleggen maar ik heb nog nooit met dat bureau overlegd welke vragen zij stellen. Moet ik misschien toch eens doen.”

Om vraag en aanbod elkaar op een andere manier te laten vinden, is in Rotterdam en Den Haag het platform HalloWerk opgericht. Werkzoekenden kunnen daar een eigen profiel aanmaken en zichzelf op eigen wijze presenteren. Moti: „En dan zie je dat werkgevers mensen ontdekken die ze anders niet hadden gezien.”

Toch blijft ook voor werkgevers de drempel hoog om mensen uit de bijstand een kans te geven. Het spookbeeld van een probleemgeval binnen te halen die vaak ziek is, gewoon wegblijft of diep in de schulden zit, is zeker bij de financieel minder draagkrachtige mkb’ers reëel, erkent voorzitter Steven Lak van Deltalinqs. Het was daarom een van de heikele punten tijdens de onderhandelingen over het akkoord. „Wil de gemeente dat de mensen uit de bakken van de bijstand bij onze bedrijven slagen, dan moet ze ook geld steken in de begeleiding in het eerste jaar. Dat kun je niet alleen aan de bedrijven overlaten. Daar hebben we afspraken over kunnen maken”, aldus Lak.

Dit soort afspraken heeft het bedrijfsleven gesterkt in het vertrouwen dat het de wethouder en het college menens is, vindt Lak. „Vaak worden dergelijke pijnlijke onderwerpen vermeden en onderschrijft iedereen aan tafel de mooie intenties. Hier werd het al heel snel concreet.”

Of het akkoord het verschil gaat maken, moet nog blijken. „Het is gewoon hartstikke moeilijk, een veelkoppig monster om te verslaan. Als je dit kunt oplossen door aan één knop te draaien, hadden we dat al gedaan”, zegt Castelein van het Havenbedrijf.

Moti is, zoals dat hoort voor een wethouder, vol vertrouwen. Het economisch tij zit mee, er is geld, de arbeidsmarkt is krap en iedereen ziet het belang. „Als het nu niet lukt, lukt het nooit meer.”

    • Frank de Kruif