Door politie neergeschoten man in Amsterdam had nepvuurwapen

Er zijn aanwijzingen dat de man mogelijk zelfmoord heeft willen plegen door een politiekogel, blijkt uit het onderzoek door de Rijksrecherche.

De politie kreeg woensdagavond rond 19.15 uur een melding dat in de omgeving van Westeinde, in de buurt van De Nederlandsche Bank, een persoon met een vuurwapen liep.
De politie kreeg woensdagavond rond 19.15 uur een melding dat in de omgeving van Westeinde, in de buurt van De Nederlandsche Bank, een persoon met een vuurwapen liep. Foto Evert Elzinga/ANP

De 31-jarige man die woensdagavond in Amsterdam overleed nadat hij werd neergeschoten door de politie, blijkt in het bezit te zijn geweest van een nepvuurwapen. Uit het onderzoek van de Rijksrecherche blijkt dat het wapen “uiterlijk niet van echt te onderscheiden” was, meldt het Openbaar Ministerie donderdag. Er zijn aanwijzingen dat de man mogelijk zelfmoord heeft willen plegen door zich te laten neerschieten door de politie.

De politie kreeg woensdagavond rond 19.15 uur een melding dat in de omgeving van het Westeinde een persoon met een vuurwapen liep. Agenten schoten de verdachte neer, nadat hij op hen af was gekomen met een “vuurwapen of daarop gelijkend voorwerp” bij zich. Er werden meerdere schoten gelost. Een voorbijganger raakte gewond aan zijn been en is behandeld in het ziekenhuis.

Het is gebruikelijk dat de Rijksrecherche incidenten onderzoekt waarbij agenten hun vuurwapen hebben gebruikt. Over de achtergrond van de man kan het OM op dit moment niets zeggen.

Praten over zelfdoding kan bij de landelijke hulplijn ‘113 Zelfmoordpreventie’. Telefoon 0900-0113 of www.113.nl.

    • Jisca Cohen