Lex Boon koesterde de ananas al, voordat-ie een hype was

Boek Is ‘Ananas’ als hobby op een datingsite intrigerend of een afknapper? Journalist Lex Boon vraagt het zich af in zijn aanstekelijke boek Ananas.

Foto van Lex Boon zelf op zijn ananasqueeste.
Foto van Lex Boon zelf op zijn ananasqueeste.

Pal onder het dak van een huis in Amsterdam zat eens een jonge man te kniezen. Hij was alleen, alleen met een ananas. Zijn geliefde liep weg met een ander. De ananas, een heel kleintje nog, groeide op een stengel uit het midden van een palmachtige plant. Het was haar laatste cadeau aan hem geweest, gekocht bij Ikea. De jongeman had geen speciale voorliefde voor de vrucht. Hij wist tot voor kort niet eens hoe ananassen groeiden. Aan een boom, onder een struik, tussen sprietjes of bovenop een stengel, wat maakte hem dat uit?

Maar behalve pijnlijk bleek liefdesverdriet ook langdradig te zijn. Eentonig. Om niet te zeggen: oersaai. Die kleine, groene ananas daarentegen… wat had die eigenlijk een wonderlijk mooi ruitpatroon. Zou hij nog geel kleuren? Kon hij hem ooit oogsten en verorberen? Waar zou de plant vandaan komen? De jongeman die niet meer wist waar hij het zoeken moest, had ineens een doel. Hij begon aan een wereldomspannende ananasqueeste.

Dit alles is echt gebeurd. De jongeman in kwestie heet Lex Boon. Hij is een inmiddels niet meer zo jonge journalist (35) die wel vaker op onderwerpen stuit waar je ze niet direct verwacht. Hij schreef over een lijk in een Amerikaans schuurtje, ingevroren met hoop op een mogelijke wederopstanding in de toekomst, en over een raadselachtige brief uit Japan die jarenlang steeds opnieuw wordt bezorgd bij een hotel te Volendam. Zijn ananasavonturen boekstaafde hij na jaren noest speur- en veldwerk in het intrigerende boek Ananas. Een geschiedenis in opzienbarende verhalen en onverwachte ontmoetingen. Zijn stijl, geestig en speels, maar op een prettige manier ook nuchter, doet denken aan het werk van Bill Bryson.

Historische onderzoek

‘Hoe klein een onderwerp ook is, er valt oneindig veel over te vertellen’, is Boons adagium. En hij heeft gelijk. Na de geringste naspeuringen – een zoekopdracht aan zijn computer – ontvouwen zich hele ananashorizonten. Het ene verhaal dat zich aandient klinkt nog aantrekkelijker om na te trekken dan het andere.

Boon geeft zichzelf vijf jaar de tijd. Hij bijt zich vast in zijn onderwerp. Zijn zoektocht begint in de supermarkt, waar hij de labeltjes van ananassen spelt. Hij reist vervolgens naar onder andere Thailand, Schotland, Ghana en het Zuid-Hollandse dorp Bergschenhoek.

Hij bezoekt een ananasconferentie, een ananassorteercentrum, een ananaskasteel en ananasplantages. Hij ontdekt dat de uitvinder van de pizza Hawaï Sam Panopoulos heet. Over de opwelling ham en ananas te combineren, kan de man kort zijn: „Ik deed het erop, proefde het, vond het lekker en begon het te verkopen.”

Ook deed Boon enig historisch onderzoek. Een opvarende vriend van Columbus schreef in 1493 vanaf Guadeloupe: „Er zijn een soort artisjokplanten, maar dan vier keer zo hoog, die fruit in de vorm van een dennenappel geven. Het fruit is uitstekend, kan als een knolraap gesneden worden en lijkt erg gezond te zijn.”

Na nog wat lyrischer lofzangen van andere ontdekkingsreizigers wordt de ananas in de zeventiende eeuw populair in Europa. Een statussymbool, want de vrucht is bijna onmogelijk te verschepen of op te kweken. Een ananasplant is veeleisend, vraagt om een constant hoge temperatuur en veel licht. Bij de aristocratie komt het hebben van een tuinkas in de mode.

In Nederland liet een bijzondere dame uit Loenen aan de Vecht, die behalve een kas ook een rariteitenkabinet en een volière bezat, zich met ananas en al portretteren door Jan Weenix. Het doek is te zien in het Amsterdam Museum: door Boons beschrijving wil je je er onmiddellijk heen spoeden.

Vreemd genoeg blijft het boek, dat toch aldoor over ananas gaat, en een klein beetje over perikelen in Boons persoonlijk leven, naar meer smaken. „De ananasavonturen maakten me vrolijk en energiek”, schrijft Boon na zijn eerste reis. Zo vergaat het de lezer van dit boek ook. Het is te danken aan zijn laconieke toon en aan de handige wijze waarop hij steeds nieuwe vragen opwerpt. Vaak met een verbazend antwoord: wie wist dat een ananas ontstaat uit allemaal losse blauwe bloemetjes die samenklonteren tot één vrucht?

Midweekje in een ananas

Soms klinkt Boon bijna reisgidsachtig. Als iets van zichzelf al grappig is, houdt hij zijn toon droog: „De ananastempel in Thailand is niet het enige ananasgebouw in de wereld. Er staan soortgelijke gebouwen in Florida (-), Australië, (-) Zuid-Afrika. Het meest tot de verbeelding sprekende gebouw is Dunmore Pineapple, een achttiende-eeuws verblijf versierd met een veertien meter hoge ananas in de schotse regio Falkirk, ooit gebouwd in opdracht van de graaf van Dunmore.”

Als Boon ontdekt dat Dunmore Pineapple te huur is als vakantiehuis, boekt hij subiet een midweek voor twee. Hij heeft weliswaar nog niemand die mee wil, maar dat komt vast goed. Of niet? Op een feest stelt hij het voor aan een aantrekkelijk meisje, maar zij reageert niet. Iemand anders wel, zomaar een vriend van een vriend. Beduusd stemt Boon in. Nu wordt wat net nog klonk als een reisgids ineens weer een verhaal: in de ananas blijkt het vochtig en koud te zijn. Buiten huilt de wind. Binnen zitten twee mannen die elkaar niet kennen te blauwbekken… Boon is ontwapenend openhartig. Naast alles over ananas wil je ook steeds weten of alles goed komt met hem. Als hij zich inschrijft bij datingsites: „Werkt het intrigerend of is het een afknapper als ik bij hobby’s ‘ananas’ invul?”

Trouwhartig meldt hij het helemaal niet zo leuk te vinden als er gedurende zíjn vijf ananasjaren ineens uit het niets een ananashype opdoemt. Overal staan ineens ananassen op, „op shirtjes, truien, sokken, schoenen, kettinkjes, tassen en portemonnees”. Werkelijk alles heeft de vorm van de vrucht, iedereen vindt het een ludiek ding. Boon baalt: „Ik was de ananas gaan koesteren omdat het een onderbelicht stuk fruit was, nu wordt hij massaal omarmd.” Het geeft zijn boek wel een extra dimensie. Niet alleen besluit hij „de ananas nog serieuzer te gaan nemen dan hij al deed”, ook onderzoekt hij in het kort hoe trends tot stand komen.

Van luxeartikel naar eenheidsworst

Lex Boon heeft veel fantasie, maar behoudt een open blik. Hij is te allen tijde bereid zijn bril te verwisselen voor een betere. Is de dagloner in Thailand die voor nog geen vijf euro per dag ananas oogst, een uitgebuite zielenpoot? En de fabrieksarbeiders in Ghana, die de ganse dag vruchten snijden voor in de plastic bakjes ‘fruitmelange’ voor Albert Heijn?

Van een exotisch luxeartikel wordt de ananas in de loop der tijd een eenheidsworst. Boon brengt de werdegang in beeld. Na de uitvinding van een ananas die lang houdbaar is, en daarbij fris blijft ogen, gaat deze ene soort bijna overal – en zeker ook in Nederland – de markt beheersen. De supermarkt wil het jaar rond ananas verkopen, met alle gevolgen van dien.

Dit boek is een verademing. Je raakt geboeid door iets wat je op voorhand weinig zei, en blijft dat, op zijn minst voor de duur van dit boek. Dat is bijzonder in een tijd waarin je doorgaans, door algoritmes, alleen maar steeds verder je eigen smaak wordt ingeduwd. Mensen die met ananassen van doen hebben worden in dit boek wel ‘pineapple people’ genoemd. Wie dit boek uitheeft, wil daar ook bij horen.

Lex Boon, Ananas. Een geschiedenis in opzienbarende verhalen en onverwachte ontmoetingen. Meulenhoff, 224 pag. € 20,00

Correctie (8 februari 2019): In een eerdere versie van deze recensie stond dat Lex Boon 36 jaar is, maar hij is 35 jaar. Daarnaast kost zijn boek 20 euro in plaats van 12,99 euro. Beide fouten zijn aangepast.

    • Judith Eiselin