Opinie

Vervuilde medicijnen

Frits Abrahams

Op mijn recente column over cholesterolverlagende pillen (statines) kwamen tal van reacties – van medici, maar vooral van patiënten. De teneur: wees voorzichtig, vertrouw die pillen niet. Zo was er een gepensioneerde huisarts met 33 jaar ervaring die ernstige bedenkingen had tegen allerlei medicijnen, ook tegen de statines die mijn huisarts mij had voorgeschreven.

„Want je krijgt van de apotheek geen nette statines van een nette farmaceutische fabriek (ze bestaan echt)”, schreef hij, „maar generieke (namaak van het oorspronkelijke merkgeneesmiddel – F.A.) rotzooi uit China of India waar pillen bijeengehouden worden door haarlak. Bijwerkingen ontstaan door deze zogenaamde hulpstoffen, hoofdpijn, misselijkheid en onbedaarlijke spierpijn zijn de meest voorkomende.”

Uiteraard moest ik hieraan meteen denken toen ik zaterdag in NRC het onthullende artikel las van Joep Dohmen over bloeddrukverlagers met kankerverwekkende stoffen. „De vervuiling bleek uiteindelijk aanwezig in de producten van grondstoffen afkomstig van acht fabrieken in China, India en Mexico”, schrijft Dohmen. „Vooral de grondstof van de Chinese producent Zhejiang Huahai bleek al sinds 2012 zwaar vervuild. Veel grote farmaceuten waren er klant.”

Betere pillen zijn veel duurder en zul je vaak zelf moeten betalen omdat de zorgverzekeraars daar weinig voor voelen. Daarom besluit Dohmen zijn artikel uitdagend met de aankondiging dat hij het in Duitsland gekochte merkgeneesmiddel Diovan bij CZ gaat declareren.

Een lezer verwees mij naar een openhartig interview uit 2017 met Dick Bijl, oud-hoofdredacteur van het Geneesmiddelenbulletin. In het tijdschrift Skepter, te vinden op de website van Skepsis, veegt Bijl, zelf arts-epidemioloog, de vloer aan met de farmaceutische industrie. Die haalt volgens Bijl „alle trucs uit de kast – en bedenkt steeds nieuwe – om hun middelen mooier voor te stellen dan ze zijn en tijdschriftredacties, regelgevende instanties en uiteindelijk artsen en patiënten te misleiden.” Als voorbeeld noemt hij antidepressiva die volgens hem in het algemeen „niet, of vrijwel niet” werken. „Integendeel, ze geven, zeker bij kinderen maar waarschijnlijk ook bij volwassenen, een verhoogd risico op suïcidaliteit en suïcide.”

Bijl waarschuwde toen al tegen het overdreven gebruik van zware pijnstillers waar nu zoveel over te doen is. „Een klein deel van de mensen overlijdt daaraan”, zei hij, „maar de middelen blijven goedgekeurd en in de richtlijnen staan. (…) Die richtlijnen worden gemaakt door mensen met belangen in de industrie (…). Een zo’n pijnstiller, Vioxx, heeft volgens schattingen meer dan honderdduizend mensen het leven gekost voordat het werd verboden.”

Het Geneesmiddelenbulletin werd in 1967 opgericht door de overheid met als taak artsen, apothekers en patiënten voor te lichten over geneesmiddelen. Maar het bulletin werd door diezelfde overheid tegengewerkt toen het zich al te kritisch gedroeg. „Tot drie keer toe heeft minister Schippers geprobeerd ons op te heffen”, aldus Bijl.

Na al deze geluiden, tot mij gekomen door een simpele column over cholesterolpilletjes, rest mij maar één conclusie: de wereld van de vervuilde medicijnen moet gezuiverd worden. Hier ligt een schone taak voor de onderzoeksjournalistiek.