OM praat met rappers: ‘Rap vertelt wat zich in onze buurten afspeelt’

Job van Beekhoven Het OM zoekt actief contact met de Nederlandse rapwereld. Volgens Job van Beekhoven (45), hoofd beleid en strategie bij het Functioneel Parket, kan de hiphopscene justitie helpen.

Still uit de video ‘Holendrecht Anthem’ JoeyAK, met Bright, De Drecht, Jaykoppig, Bigidagoe, J-boy.
Still uit de video ‘Holendrecht Anthem’ JoeyAK, met Bright, De Drecht, Jaykoppig, Bigidagoe, J-boy.

Job van Beekhoven (45) groeide op met hiphop. Met klassieke films als Beat Street, Style Wars en de klassieke VPRO-documentaire Big Fun in the Big Town, en optredens in de jaren tachtig in Amsterdam van Amerikaanse iconen als Schoolly D en Public Enemy. Hij luistert op weg naar zijn kantoor nog steeds elke ochtend naar rap, vindt Fresku en Zwart Licht „tof” en MocroManiac „heel hard”.

Zijn favoriete hiphoptrack is ‘Down by Law’ van MC Shan. Maar ook ‘Fuck tha Police’ van N.W.A noemt Van Beekhoven „een steengoed nummer. Het schudt je wakker, je bent er meteen bij. Het is een straatpamflet. Het rauwe geluid en de verhalen van veel rappers spreken me aan. Hiphop pompt je op.”

Naast hiphopliefhebber is Van Beekhoven ook hoofd beleid en strategie bij het functioneel parket van het Openbaar Ministerie. Hij maakt onderdeel uit van een nieuwe denktank die het OM en de politie vorig jaar hebben opgericht en „die verder wil kijken dan het strafrecht alleen”.

Directe aanleiding voor de denktank was de moord op de broer van Nabil B., kroongetuige in een grote liquidatiezaak, van maart vorig jaar. Van Beekhoven wijst vanuit zijn kantoor naar buiten, over het IJ. „Dat gebeurde op klaarlichte dag, hier op de NDSM-werf in Amsterdam-Noord.”

Hoofddoel van deze nieuwe landelijke onderzoeksgroep van het OM en de politie is meer inzicht te krijgen in de oorzaken van excessief geweld in de samenleving. „We willen als OM intensiever naar de oorzaken kijken – naar de voedingsbodem voor dergelijk extreem geweld.”

Van Beekhoven zoekt al een tijd over dit onderwerp actief contact met de hiphopscene in Nederland en organiseerde eind vorig jaar een eerste besloten debat voor medewerkers van het OM en politie over rapclips waarin criminaliteit en/of vuurwapens een prominente rol spelen.

In rap hoor je een rauwe werkelijkheid die je misschien niet snel ziet wanneer je de Volkskrant en NRC leest

Liquidaties en rapmuziek komen al decennia voor in Nederland. Waarom nu?

„Het aantal liquidaties lijkt niet toe te nemen, maar ze gaan steeds meer gepaard met excessief geweld door daders met weinig ervaring en veel collateral damage – hier in de Staatsliedenbuurt schoten groepen op elkaar met automatische wapens. Het liquideren van de broer van een kroongetuige is een volgende stap op de geweldsladder. Daders worden jonger en roekelozer. We maken ons zorgen en willen ons verdiepen in hoe die jongens denken en waardoor ze beïnvloed worden.”

U zoekt over dit onderwerp al enige tijd contact met de rapscene in Nederland.

„Ja. Ik heb een aantal keren contact gehad met Top Notch [het grootste Nederlandse hiphoplabel, red.] en heb aangegeven dat ik zou willen samenwerken aan een maatschappelijke coalitie. De hiphopwereld zit qua uitingen dichtbij de wereld van andere jonge jongens met veel geld – namelijk de criminelen. Ze komen in dezelfde cafés en clubs. Dat is overigens niet nieuw; in de gouden jaren van de Amsterdamse penoze was dat met volkszangers net zo.”

Wat hoopt u dat contact tussen het OM en de rapwereld oplevert?

„Ik wil met de hiphopscene in dialoog over clips waarin met wapens wordt gezwaaid of een criminele levensloop wordt bezongen. Ik voel de behoefte onze collega’s op het Openbaar Ministerie meer perspectief te geven op die wereld. We moeten als OM middenin de samenleving staan, daar hoort ook bij dat je je verdiept in jeugdcultuur. Het gaat niet direct om het effect van dergelijke clips op jonge, kwetsbare daders – het is niet goed onderzocht of daar wel een hard verband tussen is. Ik wil rap niet criminaliseren. Ik wil door de bril van hiphop naar criminaliteit kijken, en zo het perspectief van onze aanklagers verrijken. Hoe meer zij snappen van de feiten en omstandigheden waaronder criminaliteit plaatsvindt, hoe betekenisvoller zij kunnen aanklagen. Waarom kiezen jongeren het criminele pad?”

Wat ziet u, wanneer u door de bril van hiphop naar een onderwerp als criminaliteit kijkt?

„Hiphop is straatverslaggeving. In rap hoor je een rauwe werkelijkheid die je misschien niet snel ziet wanneer je de Volkskrant en NRC leest. Ik denk dat rap een waardevol geluid is, voor wie meer wil begrijpen over beïnvloedingsmechanismen. Je moet er wel voor openstaan. Een kreet als ‘fuck the police’ kan ook een oproep zijn tot gesprek, zei iemand tijdens ons eerste debat: ‘hoor ons’. Dat is wel bij me blijven hangen.”

Hoe kijkt u vanuit het OM naar clips waarin overvallen plaatsvinden, of wapens te zien zijn?

„Rap is een verslag van wat zich in onze buurten afspeelt. Als dat een buurt is met veel criminaliteit, krijg je dus ook dat soort clips. En daar moeten we naar luisteren. De artistieke vrijheid wordt echter begrensd door het Wetboek van Strafrecht. Wanneer je met een vuurwapen zwaait in een clip, is de kans groot dat we langskomen. Dat is ook een verantwoordelijkheid voor de platenmaatschappij, om hun artiesten hiervoor te waarschuwen. Ik wil daar graag met ze over in gesprek.”

Hoe reageert de scene op uw initiatief? Bij uw besloten debat waren vooral veel agenten, jongerenwerkers en mensen van justitie aanwezig.

„Ik heb het idee dat de scene ons nog met argusogen bekijkt. Het was moeilijk rappers te krijgen voor het panel, of mensen van platenlabels en boekingskantoren. De scene houdt afstand van instituties. Ik denk wel dat we dichter bij elkaar zullen komen. Het is een kwestie van tijd.”

Welke verantwoordelijkheid zou de rapscene volgens u moeten nemen?

„Rap wordt alleen maar groter en succesvoller – ik denk dat dit succes ook vraagt om nadenken over hoe je maatschappelijk verantwoord onderneemt. Rappers zijn invloedrijk bij de jeugd. Wat ik mooi zou vinden, is als rappers een sterk tegengeluid laten horen – tegen het geweld. Of dat veroordeelde rappers vertellen dat de criminaliteit ze eigenlijk niet zoveel heeft gebracht. Ik wil niet beweren dat ze nu alleen maar positief over criminaliteit rappen. Maar ik kan me voorstellen dat platenmaatschappijen hier steviger hun rol pakken, en het helpen agenderen.”

Kritiek op rapteksten en clips waarin criminaliteit en geweld centraal staan, is van alle tijden. In andere kunst en entertainment lijkt het wat meer geaccepteerd. Hoe komt dat denkt u?

„De makers van een tv-serie als Narcos (over drugskartels) of van computergames zitten niet op sociale media. De meeste rappers wel – en je kunt ze zo op straat tegenkomen. Ze trekken veel aandacht. Onze recherche kijkt wel naar clips en niet naar Narcos. De wapens in die clips circuleren in onze samenleving.”

Nadat in de nieuwjaarsnacht rapper Feis was doodgeschoten, riep burgemeester Aboutaleb van Rotterdam rappers op hun „verantwoordelijkheid te nemen”. Ze zouden jeugd te vaak het beeld voorschotelen dat wapens „cool zijn”. Wat vond u van die uitspraak?

„Ik denk dat de burgemeester hetzelfde doel nastreeft als wij, maar een andere manier kiest om dat te realiseren. Ook hij wil een dialoog op gang brengen. Een belangrijk verschil is dat hij politicus en burgemeester is. Als OM hebben we geen oordeel. We nemen geen stelling in.”

Criminoloog Cyrille Fijnaut noemde het vorig jaar ‘totaal ongepast’ dat rappers met flinke veroordelingen mochten optreden bij BNNVARA’s online-hiphop-platform 101Barz. Dat zou een verkeerd signaal afgeven aan jongeren. Bent u het daarmee eens?

„101Barz heeft het recht te programmeren wat ze willen. Ik denk ook dat die invloed meevalt. Bovendien vind ik het zinvoller met rappers te gaan praten dan ze verbieden op te treden. Het is gewoon vrijheid van meningsuiting.”

Tijdens uw bijeenkomst werd gerefereerd aan filmkeuringen, die ooit zijn ingevoerd om kinderen voor te volwassen onderwerpen te behoeden. Zou u voelen voor een dergelijk initiatief bij rap?

„Ik zou dat wel willen onderzoeken. Zeker voor clips waarin vuurwapens voorkomen. Maar het is ingewikkeld. Alles is out in the open op internet. Daarom wil ik met de scene in gesprek en niet direct iets verbieden of maatregelen nemen. Een dialoog is veel zinvoller.”

    • Saul van Stapele