Recensie

Ontroerende portretten van Rembrandts vrienden en familie

Rembrandtjaar 2019 In het Rembrandthuis is te zien hoe de schilder zijn vrienden vaak dicht bij huis koos. Het Haagse Mauritshuis behandelt de herkomst van de eigen Rembrandts.

Rembrandt van Rijn, Portret van Titus (1660)
Rembrandt van Rijn, Portret van Titus (1660) Foto The Baltimore Museum of Art

Waaruit blijkt de liefde, genegenheid of vriendschap van een kunstenaar voor het model dat hij uitbeeldt? Veel van de schilderijen, tekeningen en etsen die nu te zien zijn op een expositie in het Rembrandthuis, worden verondersteld iets van die emoties te bevatten. De contacten van Rembrandt met familieleden en collega’s, kunstkenners en verzamelaars, zakenpartners en geldschieters, worden uitvoerig uit de doeken gedaan. Maar hoe de affectieve relaties van de schilder zich weerspiegelen in het werk, moet de bezoeker vooral zelf uitmaken.

Op een bijna ontroerende manier wordt een persoonlijke invalshoek duidelijk in een schilderij dat Rembrandt omstreeks 1660 maakte van zijn zoon Titus. Het ruim tachtig centimeter hoge doek is bij hoge uitzondering in bruikleen gegeven door het Baltimore Museum of Art. Het toont een jongeman van een jaar of negentien die met zijn lange rossige krullen, zijn grote ogen en forse neus herkenbaar is als Titus. Hij zit er, met nonchalant naar achter geschoven baret, onderuitgezakt bij en houdt zijn kin in zijn rechterhand. Zijn vingers duwen zijn mond in een scheef, ietwat spottend lachje. Dit is duidelijk geen statig, formeel portret, maar eerder een vlotgeschilderde momentopname van een zoon die even het atelier van zijn vader is komen binnenwaaien.

Informeel zijn ook andere uitbeeldingen van mensen die Rembrandt na aan het hart zullen hebben gelegen. Een ets met het portret van Jan Six (1618-1700), bijvoorbeeld, waarin de bestuurder en kunstkenner ontspannen bij het open raam staat, verdiept in een of ander geschrift.

Van Six, aan wiens album amicorum (vriendenboek) Rembrandt een bijdrage heeft geleverd, is het wel zeker dat hij bevriend was met de kunstenaar. Bij een ets met het portret van goudsmid Johannes Lutma is de bewijslast omgekeerd: juist de intimiteit van de uitbeelding van de comfortabel gezeten oude man met zijn scheve glimlach, wijst op vriendschap tussen de twee kunstbroeders.

Lutma was ruim twintig jaar ouder dan Rembrandt, die zich in zijn contacten met kunstenaars kennelijk niet door generatieverschillen liet weerhouden. De twee kunstenaars die de bronnen expliciet noemen als vrienden van Rembrandt, waren de 21 jaar jongere schilder en prentenmaker Roelant Roghman en de schilder Gerbrand van den Eeckhout, een leerling van vijftien jaar jonger. Andere kunstenaars vergezelden Rembrandt op diens tekenexpedities buiten de stad, te oordelen naar de vergelijkbare landschapsmotieven, kerken en molens die ze in hun tekeningen opnamen.

Rembrandt, Portret van de apotheker Abraham Francen, 1655-1659, ets, droge naald en burijn, 159 x 210 mm.

Foto Amsterdam Museum

Mauritshuis

Maar ware vrienden leer je kennen in slechte tijden. Nadat Rembrandt in 1656 failliet was gegaan, waren er enkele mecenassen die zich voor hem inzetten. Van een van hen, apotheker en kunstverzamelaar Abraham Francen, maakte hij een ets waarin de geportretteerde, in een fraai bewerkt gewaad, bij het raam zit van zijn kunstkamer.

De expositie in het Rembrandthuis laat op een onderhoudende manier zien wie de jeugdvrienden van Rembrandt waren, wie zijn ‘bloedvrienden’ ofwel familieleden, zijn kunstenaarsvrienden en ‘ware’ vrienden. Hij had ze dicht om zich heen.

Een van die vrienden komt terloops ter sprake in een tweede expositie ter gelegenheid van het 350ste sterfjaar. Het Mauritshuis toont alle Rembrandts uit de eigen collectie in een compacte presentatie: elf erkende werken, vijf die inmiddels zijn afgeschreven en twee twijfelgevallen. Naast beroemde, onomstreden werken als de grote Anatomische les van dr. Nicolaes Tulp, en het kleine koperplaatje met een virtuoos losjes geschilderde, levenslustig lachende tronie, verbleken sommige afgeschreven en naar het depot verbannen werken, die op zijn best uit Rembrandts omgeving stammen. Van één laat zich de echtheid op een bijzondere manier vaststellen. De herkomst van het doek met een voorstelling van de antieke dichter Homerus is gedocumenteerd tot in Rembrandts eigen tijd. Het werd in 1663 besteld door de Siciliaanse edelman Antonio Ruffo, in zijn bewondering voor de Hollandse schilder een verre vriend van Rembrandt.

    • Bram de Klerck