Jaap de Hoop Scheffer: laat diplomatie niet over aan stagiairs

Jaap de Hoop Scheffer Aan de vooravond van het Europa-debat waarschuwt de oud-minister voor de onderbezetting bij Buitenlandse Zaken.

Oud-minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer (CDA). Later was hij onder andere secretaris-generaal van de NAVO van 2004 tot 2009.
Oud-minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer (CDA). Later was hij onder andere secretaris-generaal van de NAVO van 2004 tot 2009. Foto Julius Schrank

Waarschuwende woorden van het kabinet: na de Brexit zullen de machtsverhoudingen in Europa doorslaan in het voordeel van de grote lidstaten. Nederland moet daarom nieuwe Europese vrienden zoeken. „Goede betrekkingen met en kennis over andere EU-lidstaten zijn daarvoor essentieel”, schrijft het kabinet in zijn jaarlijkse Europa-nota waarover donderdag in de Tweede Kamer wordt gedebatteerd.

Maar kan de Nederlandse diplomatie de nieuwe werkelijkheid wel aan? Voorzitter Jaap de Hoop Scheffer van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV), oud-minister van Buitenlandse Zaken en oud-diplomaat, heeft zijn twijfels. Want om zoals hij het noemt „echt diep te kunnen prikken in landen” heb je wel „bezetting” nodig. „Je kunt met een minimaal bezette post al die dingen niet doen. Daarom is het zo buitengewoon schadelijk geweest en nog steeds schadelijk dat er in het verleden zo bezuinigd is op de diplomatieke dienst. Aan Buitenlandse Zaken kleeft een hobby-imago, van witte wijn sippende diplomaten, om het in modern politiek jargon te zeggen. Maar in een wereld die zo complex en ingewikkeld is geworden zijn ze belangrijker dan ooit.”

Onder dit kabinet gaat er meer geld naar diplomatie.

„Maar onvoldoende. De AIV stelde in 2017 voor de middelen met 80 miljoen te verhogen. Het werd de helft. Daar lijdt Buitenlandse Zaken onder.”

Waar ziet u het misgaan?

„Neem onze ambassade in de VS. De contacten uit de oude netwerken zijn er nog wel, maar hebben sinds Trump niets meer te zeggen. En ja, dan moet je wel heel goed geëquipeerd zijn om toegang te krijgen tot de mensen die er nu wel toe doen.”

En dat is niet zo?

„De diplomaten zijn nog steeds adequaat opgeleid. Maar ze moeten hard rennen. Het gevolg is: immense aantallen stagiaires. Vroeger brachten zij oneerbiedig gezegd de thee en koffie rond, nu mogen zij zelfstandig naar vergaderingen en verslagen maken. Geweldig voor studenten. Maar het is niet houdbaar dat je een buitenlandse dienst voor een groot deel op basis van stagiaires runt.”

Hoe is de diplomatie veranderd sinds 1976, toen u begon?

„Totaal. Destijds waren de vraagstukken bijna exclusief van buitenlands politieke aard. Maar nu zijn externe en interne veiligheid in elkaar gevloeid. Veel meer dan toen moeten diplomaten voeling houden met wat er in de Nederlandse samenleving gebeurt. EU-beleid is binnenlands beleid. Je moet als diplomaat álles over migratie weten. Over de oorzaken dáár, en de gevolgen hier. Onze EU-ambassade in Brussel is een soort mini-Den Haag geworden. Alle ministeries zitten daar.

„In 1976 was mijn eerste plaatsing in Ghana. Ik dacht dat ik een soort halve Kissinger was en dat dit het middelpunt van de wereld was. Mijn eerste opdracht? Toezien op de olieverversing van de dienstauto. Ik zie mezelf nog staan in de garage: met drie blikken olie onder mijn arm, in het net aangeschafte tropenpakje. Vroeger was je een beschouwer, je onderhield je contacten op enige afstand. Dat kan absoluut niet meer. Als je nu wilt weten hoe het verder moet met de Brexit-onderhandelingen dan moet je ongelooflijk diep kunnen prikken in Londen.”

Je kunt ook afgaan op wat Brexit-onderhandelaar Barnier zegt.

„Nee, absoluut niet. Je moet je eigen informatiepositie hebben, alleen al omdat elke EU-land andere belangen heeft. Tot voor kort was de filosofie: we hebben nu de EU dus we kunnen wel wat posten opheffen. Ik heb me daar altijd publiekelijk tegen verzet. Het is namelijk juist andersom: hoe belangrijker de EU, des te groter het belang van eigen, bilaterale ambassades. Je moet enorm investeren in klassieke diplomatie, in persoonlijke contacten.”

Ambassadeurs hebben het ook druk met het promoten van bedrijven en producten. Is er nog wel ruimte voor persoonlijke contacten?

Le diplomate ne parle pas fromage, zeiden ze vroeger. Ook dat is nu anders: je moet ook over kaas kunnen praten. De Nederlandse diplomatie speelt mee in de eredivisie, in het linker rijtje zelfs. Dat is wat mij betreft buiten discussie. Maar Buitenlandse Zaken kampt met onderbezetting. Ik durf het nauwelijks meer te zeggen, maar je moet op een gegeven moment ook een goed glas witte en goed glas rode kunnen schenken. Dat is de olie in de motor.”

Lees ook: Holland handelland over de commerciële taken van ambassades

Maar dat kost tijd.

„Dat kost tijd, energie, inspanning. Toen ik secretaris-generaal van de NAVO was begon het tussen mij en de Afghaanse president Karzai te klikken dankzij mijn vrouw. Ik vertelde dat zij Franse lerares is en hij zei: neem haar de volgende keer mee. Dus zij mee, in een kogelvrij vest naar Afghanistan, om twee gastoptredens te doen op de Universiteit van Kabul. Allemaal voor de goede zaak. Onze kinderen waren niet blij, maar vanaf dat moment was het met Karzai wel makkelijker praten.”

Hoe doet Nederland het in de EU en in de wereld?

„Brexit gaat natuurlijk veel veranderen. We waren het lang niet altijd eens met de Britten, zij zijn altijd de remmers in vaste dienst geweest. We hadden de luxe dat we én continentaal konden meedoen én, via de Britten, transatlantisch. Zonder Britten wordt de EU meer continentaal. Ik vind dat wij op dit moment redelijk gebalanceerd optreden. Neem de hanzecoalitie [van minister van Financiën Wopke Hoekstra tegen Franse europlannen, red.]. Als je ziet hoe boos de Fransen zijn, denk ik: touché. Tegelijkertijd moet Nederland zoals Hans van Mierlo altijd zei, en dat klinkt altijd heel smerig, in de oksel blijven. Zo dicht mogelijk bij Frankrijk en Duitsland, om zo vroeg mogelijk invloed te kunnen uitoefenen.”

Lees ook: hoe Rutte nieuwe vrienden zoekt in de EU

Als het om een Europees leger gaat, trapt Rutte hard op de rem.

„Ja, maar daarin steun ik hem volledig. Zo’n leger zal er nooit en te nimmer komen. Tegelijkertijd moet Europa in het hoge militaire geweldsspectrum kunnen opereren. Stel dat in de Balkan de demonen weer de kop opsteken? Aanbellen bij de VS, zoals in de jaren negentig, kan nu met Trump niet meer.”

Rutte zegt ook: EU-verkiezingen zijn niet zo relevant.

„Dat zijn ze wel. Ik zeg met hem: niet zo belangrijk als nationale verkiezingen. Maar niettemin belangrijk. Het Europees Parlement heeft, like it or not, een belangrijke positie als mede-beslisser. Rutte ziet nu, en daar prijs ik hem voor, heel goed in dat er voor Nederland helemaal geen alternatief is voor de EU. Hij heeft dat dondersgoed in de gaten …”

Gekregen?

„Gekregen. Dat was een aantal jaren geleden anders.”

Lees ook: hoe Rutte Europa steeds meer omarmt
    • Stéphane Alonso
    • Mark Kranenburg