Scholieren net zo verdeeld over klimaatmaatregelen als ouderen

Opinieonderzoek Jongeren zien de opwarming van de aarde als probleem voor Nederland, maar niet voor zichzelf.

Iets meer dan de helft van de scholieren maakt zich veel of een beetje zorgen over klimaatverandering. Dat blijkt uit een landelijk onderzoek onder 2.200 leerlingen uit de derde klas voortgezet onderwijs door Adwin Bosschaart, hoofddocent aan de Hogeschool van Amsterdam en leraar aardrijkskunde aan het vwo.

Bijna driekwart van de respondenten denkt dat de gevolgen van klimaatverandering ook Nederland treffen. Toch denkt slechts vier op de tien scholieren dat de gevolgen hen ook persoonlijk zullen raken. „Ze zien het als probleem voor Nederland, maar niet voor zichzelf”, zegt Bosschaart.

Vwo-leerlingen zijn zich veel bewuster van klimaatverandering dan leerlingen van vmbo en havo. Bij leerlingen met een migratieachtergrond leeft het klimaat het minst. „Dat heeft een sociaal-economisch aspect. Mensen met een lagere opleiding hebben een minder fortuinlijke positie, komen minder met nieuws in aanraking en zien het vooral als een elitekwestie”, zegt Bosschaart. De onderzoeker heeft ook gemeten hoe ouders over het klimaat denken. Het effect daarvan is groot. „Ouders die de jaren zeventig hebben meegemaakt, vinden het leuk als de kinderen ook een kritische houding hebben”, zegt hij.

Lees ook hoe wisselend verschillende scholieren met het klimaat bezig zijn

Over het klimaat is veel overeenstemming tussen jong en oud. In het periodieke onderzoek Jongeren 2019 van Qrius, dat binnenkort uitkomt, vindt bijna driekwart van de jongeren tussen 12 en 26 jaar het belangrijk of heel belangrijk dat de opwarming van de aarde onder de twee graden blijft.

Deze uitkomsten komen grofweg overeen met peilingen over het klimaat die zijn gehouden onder alle meerderjarigen. In een peiling van Kantar van oktober vorig jaar zei ook 73 procent van de respondenten dat ze het tegengaan van klimaatverandering belangrijk of zeer belangrijk vinden. Een onderzoek van I&O research van september had grofweg hetzelfde resultaat.

Volgens Qrius-onderzoeker Paul Sikkema verschillen jongeren niet zo van ouderen, behalve dat ze „op overdreven wijze uiten wat er bij ouderen leeft. Juist deze jongeren gaan de straat op en dat kan duiden op een groter gevoel van urgentie”.

Volgens hem zijn kinderen erg betrokken, maar „ze weten niet zo goed wat er dan tegen de opwarming moet gebeuren”. Vliegen zien jongeren als een „verworven vrijheid”. „Weinig jongeren vinden het interessant om een auto te delen”, zegt hij. Die beperkte bereidheid om zelf mee te doen zag Bosschaart ook in zijn peilingen. Ruim 20 procent is volledig bereid om minder te vliegen als dat bijdraagt tot oplossing van klimaatverandering, 17 procent een beetje.

Die verdeeldheid over maatregelen tegen opwarming is er ook onder volwassenen, blijkt uit een recente opiniepeiling van Maurice de Hond.

Wim Meeus, hoogleraar jeugd en gezin aan de Universiteit Utrecht, zegt dat trends heftiger zichtbaar zijn bij jongeren: „Wij noemen dat de seismografische neiging van de jeugd: als de aarde trilt, gebeurt dat het sterkste bij jonge mensen.”

Bosschaart vindt de demonstratie „een mooi signaal”, maar hij vraagt zich af of het protest „gebaseerd is op echte bezorgdheid”, zegt hij. Zijn dochter vroeg „met een glimlach” of ze moest gaan. „Ze vindt een dagje Den Haag met medeleerlingen ook leuk. Ik weet niet of ze het op zaterdag had gedaan als ze er een sportwedstrijd voor had moeten opgeven.”

Tekening kamagurka

Correctie (7 februari 2019): In een eerdere versie van dit artikel stond in de grafiek bij de middelste keuze ‘Helemaal oneens’ in plaats van ‘Neutraal’. Ook stond in de tekst dat ‘slechts 17 procent’ volledig bereid is minder te vliegen, versus ’20 procent een beetje’. De percentages zijn juist omgekeerd. Beide punten zijn hierboven aangepast.