Nils Frahm is een spectaculaire live-performer

Foto Michal Augustini

Nils Frahm: ‘Ik voel dezelfde hartstocht voor Vivaldi en gabber’

Nils Frahm Klassiek geschoold pianist Nils Frahm speelt nu popzalen plat met zijn elektronische composities.

De Duitse muzikant Nils Frahm, ooit bekend om zijn verstilde pianocomposities, zit nooit. Hij loopt, staat, rent een ladder op, of bespeelt een instrument. „Kijk, dit is de werkplaats. Hier is de controlekamer”, hij gebaart naar een groot mengpaneel, „en dat is een kast met allerlei elektronische onderdelen.” Hij stapt een volgende ruimte in en wijst op een Moog-synthesizer op de grond. „En dit is de pensioenkamer, waar kapotte apparaten hun oude dag mogen slijten.”

In de verschillende ruimten zijn technici apparatuur aan het inpakken, want over een paar dagen begint Frahms nieuwe tournee.

Nils Frahm, die in zijn eentje instrumentale muziek maakt, heeft zich ontwikkeld tot een spectaculaire live-performer. Sinds 2008 speelde hij minimalistische stukken op zijn vleugel, maar al snel begon hij zijn klavieren te combineren met elektronische instrumenten, en inmiddels treedt Frahm op met een vrachtlading aan synthesizers, piano’s en zelfontwikkelde contrapties. Hoe populairder hij werd, hoe meer instrumenten hij meenam. Inmiddels staan op het podium twee U-vormige cockpits met daarin synthesizers, effect-apparatuur, en een tiental klavieren, waartussen hij heen en weer rent.

Het muzikale resultaat is uiteenlopend. Soms ligt de nadruk op zijn dromerige toetsenspel, met veel ruimte tussen de noten. In andere stukken worden de akoestische klanken langzaamaan overwoekerd door elektronische glans van synthesizers en percussieve effecten. Het muzikale resultaat is uiteenlopend. Soms ligt de nadruk op zijn dromerige toetsenspel, met veel ruimte tussen de noten. In andere stukken wordt de akoestische klank langzaam overwoekerd door een elektronische glans van synthesizers en pulserende percussie. Handig gemanipuleerde reverb-effecten (galm) zorgen voor een ritmische cadans die uitloopt op een euforische climax.

De als klassieke pianist getrainde Frahm associeert zich nadrukkelijk met de popwereld. Hij noemt zijn stukken ‘songs’ en treedt op in popzalen. Daar speelt hij, op één sok en één gymschoen, zijn stukken en past zich aan aan de mores van het poppubliek, getuige zijn ‘Improvisation for Coughs and a Cell Phone’. Het poppubliek heeft hem omarmd: vorig jaar stond hij drie avonden in een uitverkocht Paradiso, Amsterdam, en afgelopen zomer speelde hij op popfestival Down The Rabbit Hole. Op 15 februari zal hij optreden in Afas Live, in Amsterdam.

Funkhaus radiostudio

Maar vandaag is Nils Frahm nog in Berlijn. Hij vertelt over de achtergrond van zijn nieuwe EP, Encore 2, en demonstreert zijn studio. Die is gevestigd in het Funkhaus-complex, dat in de jaren vijftig werd gebouwd als radiostudio. Bij het ontwerp van het complex, dat nu ook een muziekschool en een concertzaal herbergt, werd de best mogelijke akoestiek nagestreefd. Frahms studio beslaat zo’n zeven ruimtes met verschillende functies, van een keuken tot enorme opnameruimte, een ‘reverb room’ (nagalm ruimte), en een atelier met draaibank en soldeerbouten om oude instrumenten op te lappen.

Na een langdurige restauratie neemt hij sinds twee jaar zijn muziek op in dit Funkhaus, zegt Frahm, terwijl hij in hoog tempo door de verschillende lokalen loopt, hier een stukje orgel speelt, en daar een mellotron demonstreert. Hij wijst op een modulaire synthesizer. „De meeste instrumenten die ik gebruik, zijn oud en fragiel. Op tournee neem ik twee technici mee, die de apparaten kunnen repareren. Door het gehobbel onderweg, trillen ze kapot.”

We staan in de keuken, vanuit de controlekamer klinkt geklepper en een warmbloedig kronkelend keyboard; de aanzet tot een nieuwe compositie. „Het rammelt lekker, maar het is nog geen muziek”, zegt Frahm.

De volgende ruimte is de opnamekamer, een riante ruimte, wanden die met hout zijn bekleed. „Vrienden noemen dit de mooiste plek op aarde.” Hij kijkt ironisch. „Dan zeg ik: welkom in mijn hel. De analoge apparatuur die ik gebruik, klinkt mooi. Maar de uitvoering is problematisch. Vaak sta ik hier midden in de nacht iets op te nemen. Eerst gaat er een kabel stuk, dan weigeren mijn modules en vervolgens explodeert een van die machines, daar.” Hij wijst naar een stapel tape-echo’s. „Dat is het moment dat ik wanhopig zou kunnen huilen. Het is logisch dat de meeste mensen liever een computer gebruiken, zij zijn blij dat ze met drie muisklikken klaar zijn. Maar ik houd koppig vast aan deze werkwijze, en blijf zoeken naar het geluid dat ik in mijn hoofd heb.

„Dan sta ik hier, in mijn eentje in die enorme ruimte, en word een beetje high”, hij gebaart naar een potje wiet naast het espresso-apparaat, „en een beetje paranoïde, en ik denk, wat ben ik in godsnaam aan het doen?”

Glazige hoge tonen

Veel speurwerk hangt samen met het geluid van de piano. „Dat moet ik altijd aanpassen, want 99 procent van de piano’s klinkt vreselijk. De bassen zijn nooit laag genoeg, de hoge tonen zijn glazig, en de boventonen ruw. Afschuwelijk.”

Tegen de achterwand van de ruimte staat een vier meter hoge stellage van zwart ijzer, met daarin een soort verticale piano. Tegen de achterkant van de verhoging hangt een houten plaat waar pianosnaren overheen zijn gespannen. Ernaast staat een magazijntrap. „Dat is mijn nieuwste aanwinst”, zegt Frahm, terwijl hij de ladder op rent, op het plateau stapt en zegt dat ik de plaat moet vasthouden.

Hij begint te spelen en stuurt diepe trillingen door het hout. Het effect is hoog tinkelend aan de rechterkant van het klavier, en diep dreunend als een Franse hoorn aan de linkerkant. „Bij Steinway zeiden ze dat het niet mogelijk was. Maar ik wilde aantonen dat de bassen echt nog wel dieper kunnen.”

Hij komt de trap af en zegt dat hij, hoe moeilijk het ook is, uiteindelijk alleen maar in zijn eentje kan werken. „In combinatie met anderen wil ik niemand kwetsen en niet te kritisch zijn. Daardoor wordt de muziek minder goed. Ooit speelde ik met anderen in een punkband. Dat was geweldig, we verbrandden Duitse vlaggen en staken vuurwerk af. Maar de band draaide om het feesten, niet om de muziek. Uit respect voor muziek is het beter om solo te spelen.”

Vlak voor de nieuwe tournee verscheen vorige week Encore 2. De EP sluit af met het ruim twaalf minuten durende ‘Spells’, een kloppend netwerk van schuifelende beats en opbloeiende akkoorden, dat zich uitbouwt tot een zinderende climax.

Het nummer verwijst naar zijn liefde voor techno, zegt Frahm. „Begin jaren negentig, toen ik tien was, ontdekte ik techno via mijn oudere broer. Op dat moment werd ik opgeleid tot klassiek pianist, die techno niet mooi hoorde te vinden. Maar techno en drugs en al die dingen kwamen toch in mijn leven, en dat veranderde alles.

„Mijn vader snapte niet dat ik het goed vond. Hij is een hippie, die de hele dag marihuana rookt, maar nu was hij precies zíjn vader toen die voor het eerst The Beatles hoorde. Ik snapte zijn reactie niet. Ik luisterde naar Vivaldi met dezelfde hartstocht als ik naar ‘gabber’-house en Rotterdamse hardcore luisterde.

„Uiteindelijk hield ik vooral van de langzamer Goa-trance, met de tribale klanken.” Hij imiteert het diepe geluid van een didgeridoo. „Klassieke muziek was intellectueel, vond ik, maar dit was dierlijk en opwindend. Dit wil ik ook maken, besloot ik.

„‘Spells’ verwijst naar een herinnering van toen ik veertien was. Ik lag achterin de auto van mijn broer, onder een deken. We waren op weg naar een technofeest en ik moest me verstoppen, want ik was te jong. We wisten niet precies waar het feest zou zijn. En toen, heel in de verte hoorden we een gedempt ‘whoawhoawhoa’. Geen beats, alleen de gefilterde klank. En we wisten: daar gebeurt het.

„Dat effect hoor je terug in ‘Spells’. Alsof je achter de speakers staat, in plaats van ervoor.”

Hij grinnikt. „Inmiddels weet ik dat Vivaldi in zijn tijd ook onbehoorlijk gevonden werd.” Hij imiteert een repetitieve viool, steeds ritmischer en uitbundiger – ‘Pàppapapapàppapapa’ – en slingert met zijn handen om zijn heupen. „‘Ojee, ik word aangeraakt op plaatsen waar ik niet zomaar aangeraakt mag worden!’”, zegt Frahm. „Dat wil ik met mijn muziek: de mensen door elkaar schudden, zoals ik door elkaar geschud werd.”

    • Hester Carvalho