Opinie

    • Matthieu Verhoeven

Help, de wet schuldsanering natuurlijke personen verzuipt!

Er komen steeds meer mensen met problematische schulden. Hoe komt het dan dat de regeling die aantoonbaar werkt, steeds minder wordt toegepast? Rechter Verhoeven in de Togacolumn.

Afgelopen december bestond de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) twintig jaar. Hoofddoel van deze wet was te voorkomen dat mensen met problematische schulden tot hun dood daarmee zouden blijven zitten. Anders dan bij een faillissement dat wordt opgeheven bij gebrek aan baten, eindigt een wettelijke schuldsanering, als alles goed gaat, met een schone lei: de schulden zijn niet langer afdwingbaar. De regeling is inmiddels zo’n 220.000 keer toegepast. En zo’n 90% leidt tot een schone lei.

Het “topjaar” was 2007 met ruim 15.000 uitgesproken regelingen. Sinds 2011 neemt het aantal echter af en in 2018 werd een laagterecord gevestigd: 5751. Kunnen we nu vaststellen dat de Wsnp zijn zegenrijke werk heeft gedaan? Is de schuldenproblematiek bij natuurlijke personen met tweederde afgenomen?

Erger

Het antwoord is helaas ontkennend. Het is zelfs erger: het aantal mensen met problematische schulden neemt toe, zo’n 1,4 miljoen huishoudens. Hoe komt het dan dat de regeling die echt werkt, steeds minder wordt toegepast? Het gemakkelijke antwoord is dat dat komt doordat er minder Wsnp-verzoeken worden ingediend. Maar waarom dat is, is onbekend. Daar moet dringend een onderzoek naar worden gedaan: het is immers raar dat een effectief middel minder wordt toegepast terwijl de problematiek stijgt.

Er lijken meer oorzaken te zijn voor de terugloop. Het gaat economisch beter, dus meer mensen hebben (weer) een betaalde baan en kunnen dus hun rekeningen betalen en/of hun schulden aflossen. Maar dan is er nog steeds het rare fenomeen dat het aantal mensen met problematische schulden toeneemt.

Strenger

De toegang tot de schuldhulpverlening, een gemeentelijke taak, is niet op orde. Vóór met kans op succes een Wsnp-verzoek kan worden ingediend, moet eerst worden geprobeerd de schulden in onderling overleg op te lossen, de minnelijke regeling. Als het daar stokt, stokt het vervolg ook. Gemeenten zijn strenger geworden bij de toelating tot de gemeentelijke schuldhulpverlening. Daardoor vallen nogal wat mensen buiten de boot. Verder constateerden Wsnp-bewindvoerders dat er in het minnelijk traject vaak langdurig wordt aangemodderd met langdurige en uitzichtloze betalingsregelingen, waarbij in de nodige gevallen door rente en kosten de problematiek nog wordt verergerd.

Een andere oorzaak kan zijn de explosieve toename van het aantal zogenaamde schuldenbewinden. Sinds 1 januari 2014 kan namelijk een beschermingsbewind worden ingesteld als een meerderjarige tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen als gevolg van het hebben van problematische schulden. Van 2009 tot 2017 is het aantal beschermingsbewinden gestegen van 100.000 naar 250.000. Ongeveer 40% van de sinds 2014 uitgesproken bewinden zijn schuldenbewinden. Terzijde: de gemeenten zien een enorme toename van bedragen die in het kader van bijzondere bijstand worden betaald wegens de kosten van beschermingsbewind, in de gevallen waarin de onderbewindgestelde zelf niet in staat is de maandelijkse kosten van het beschermingsbewind te betalen.

IJkmoment

Als het goed is, wordt tijdens het schuldenbewind orde op zaken gesteld en als het mogelijk is, worden schulden afbetaald of minnelijke regelingen getroffen. We zien in de praktijk echter vaak schuldenbewinden die jaren voorthobbelen: van  echte aflossing is niet of nauwelijks sprake, laat staan van een echte sanering. Het zou goed zijn om in ieder schuldenbewind een ijkmoment in te stellen, bijvoorbeeld na één jaar. Is er zicht op een spoedig einde van de schuldenproblematiek dan kan het schuldenbewind voortgaan, is dat zicht er niet, dan een verplichting een Wsnp-verzoek in te dienen. Zo komt er tenminste op een afzienbare termijn een einde aan de op een andere manier onoplosbare schuldenlast.

Er is reden de twintigste verjaardag van de Wsnp te vieren: de wet heeft in een groot aantal gevallen aan het doel beantwoord. De problematiek is echter niet weg, die lijkt zelfs groter te worden. Alle reden dus om uit te zoeken waarom het bij uitstek geschikte middel voor problematische schulden in populariteit terugloopt en bezien wat daar aan moet gebeuren. Tenzij iemand weet hoe te voorkomen dat zulke grote groepen in een problematische schuldensituatie terechtkomen. Waar is Einstein als je hem nodig hebt?

 

De Togacolumn wordt geschreven door een rechter, officier of advocaat.

Blogger

Matthieu Verhoeven

Matthieu Verhoeven studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarna werkte hij ruim tien jaar als advocaat. Hij is sinds 1994 rechter, in diverse functies, van kantonrechter tot sectorvoorzitter, vooral werkzaam in de civiele sector van de rechtbank in Almelo. Op dit moment doet hij vooral insolventies (faillissementen en schuldsaneringen) en kort gedingen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Matthieu Verhoeven