Geen zin om schaatsen te maken voor de Olympische Spelen

Wouter Zandstra (1943-2019) Schaatsfabrikant

Met producten als de ‘combi-noren’ won schaatsfabrikant Wouter Zandstra de recreant voor zich. Als het tenminste vroor.

Zandstra maakte in de jaren tachtig naam met zogenoemde ‘combi-noren’: lange ijzers, hoge schoenen.
Zandstra maakte in de jaren tachtig naam met zogenoemde ‘combi-noren’: lange ijzers, hoge schoenen.

Wat de mislukte oogst is voor de boer, is de warme winter voor de schaatsfabrikant. Lopen de zaken het ene jaar storm en moet je in ploegendiensten schaatsen fabriceren, het andere jaar gebeurt er niks, zet je nauwelijks een euro om en is het een kwestie van wachten. Héél lang wachten. „Als het over drie jaar nog niet heeft gevroren, begin ik een museum”, zei schaatsfabrikant Wouter Zandstra in januari 1995 tegen NRC.

Dat zou niet nodig blijken. De Friese Zandstra, die, zo bleek dinsdag, op 24 januari op 75-jarige leeftijd in Sneek overleed, laat een nog altijd draaiende gelijknamige fabriek (13 medewerkers, cijfers niet openbaar) in Joure na waar hij tot zijn dood directeur van was. Het is één van de drie grote schaatsmerken van Nederland, naast Viking en Nijdam.

Zandstra volgde in 1975 zijn vader op bij het familiebedrijf, dat een geschiedenis kent die teruggaat tot 1825. Van oorsprong was het een zeilmakerij. In de jaren dertig begon het met het maken van schaatsen; inmiddels vindt een deel van het productieproces plaats in het buitenland.

De laatste twee decennia van de vorige eeuw werd Zandstra vooral bekend als het favoriete merk van de recreant. Waar de top en subtop steeds vaker een Viking om hun voeten bonden, koos de gewone Nederlander al snel voor een Zandstra: denk aan de ‘combi-noor’, die de hoge laars van de ijshockeyschaats combineerde met het lange ijzer van de noren. Weg blaren, weg verzwikte enkels.

Marketing

De ambitie om een leverancier van de serieuze schaatser te worden had Zandstra nooit, vertelde de directeur in 2010 tegen Het Financieele Dagblad. Ja, je bent dan voor je verkoop minder afhankelijk van natuurijs waardoor het ondernemersrisico kleiner wordt – maar het levert ook veel gedoe op. „Begeleiding van de schaatsers, marketing, mee naar de Spelen met koffers vol reservemateriaal.” Bovendien moet ook Viking uiteindelijk omzet halen bij ‘gewone’ recreanten. „En daar komen ze ons tegen.”

Als het opeens wél vroor en Nederlanders last kregen van ijskoorts, dan kon het hard gaan. Eind 2002 stonden er opeens vijftien winkeliers voor de deur van het enorme fabriekscomplex nadat weerman Erwin Kroll vorst had aangekondigd. Hallen vol schaatsen waren er zes winters opgespaard, maar Zandstra voerde toch direct de productie op.

In de jaren negentig begon de fabriek met het produceren van de ‘easy glider’: een plastic schaats die je met plastic bandjes onder je normale schoen kan binden, vooral gericht op kinderen. Het concept van de ‘doorloper’ was niet nieuw – maar het plastic wel. Houtnostalgici vonden het maar niks, maar volgens Zandstra was het duidelijk: kinderen hebben geen zin om steeds opnieuw de veters van hun onderbinders te strikken. „Dat de easy glider de houten kinderschaats gaat verdringen, staat voor mij al vast. Alleen de consument weet het nog niet.”

Een paar jaar later zouden de rood-geel-zwart gekleurde plastic schaatsjes over vrijwel elke Nederlandse schaatsbaan glijden.

    • Milo van Bokkum