Recensie

Recensie Muziek

Franse funk van FKJ behaagt een jong publiek in Paradiso

Pop De Franse FKJ (French Kiwi Juice) is producer en multi-instrumentalist. In Paradiso speelde hij alle instrumenten zelf, en soleerde hij uitvoerig op saxofoon en keyboard. Dit tot groot enthousiasme van het jonge publiek.

French Kiwi Juice.
French Kiwi Juice. Foto Niels Vinck
    • Hester Carvalho

De laatste jaren is er een nieuwe generatie aan soulzangers en -zangeressen opgestaan die met eigentijdse producties een jong publiek weet te bereiken. Deze nieuwe aanwinsten komen veelal uit Europa en kunnen niet alleen zingen, maar zijn ook behendig als producer. Ze heten Tom Misch, Jordan Rakei (geboren in Australië) of Honne.

Ook FKJ, oftewel French Kiwi Juice – artiestenaam van de 27-jarige Vincent Fenton – hoort bij deze lichting. De Franse FKJ kan alles; hij speelt basgitaar, gitaar, keyboard, saxofoon, hij zingt en produceert. En hij speelt graag samen met generatiegenoten Tom Misch, en de Jamaicaanse Masego. Door deze uitwisseling onderling, ontstaat een duidelijk groepsgeluid: relaxte soul met jazzy solo’s, hier en daar opgesierd met house-accenten. Hun soul is zelden diep doorvoeld, de soul is eerder zwoel.

De vraag was hoe FKJ zijn rijk geschakeerde muziek live zou spelen, tijdens de twee uitverkocht optredens in Paradiso, Amsterdam. In zijn eentje, bleek maandagavond. Hij stond tussen zijn gitaren, keyboards en saxofoons en nam steeds een partij op, die zich bleef herhalen, terwijl hij een volgend instrument pakte. Over de funky ritmes, speelde hij kronkelige saxofoon- of keyboardsolo’s die soms snerpten als een gitaar, in nummers als ‘Skyline’ en ‘Blessed’. Zijn eigen stem was deels tevoren opgenomen, en soms zong hij live. Die stem klinkt niet soulvol, voor die extra’s gebruikt hij partijen van Masego of zangeres June Marieezy. Of hij leent een sample van de aloude soul-ster Thelma Houston. FKJ speelt rijke nummers, maar de klank van zijn liedjes blijft achter bij de instrumentaties: de drummachines klonken te dun, de synthesizers schel, de gitaar scherp. Dit werd verdoezeld door de wollige saxofoon, in bijvoorbeeld ‘Tadow’, dat met groot enthousiasme werd ontvangen door de toegewijde zaal.