Recensie

De impact van verwoestend nieuws

Tentoonstelling De Chileense kunstenaar Alfredo Jaar brengt in het Nederlands Fotomuseum een grootse ode aan het werk van fotojournalist Koen Wessing.

Alfredo Jaar, Shadows, 2013
Alfredo Jaar, Shadows, 2013 Foto John Rohrer

Dit kunstwerk doet emotioneel en fysiek pijn. Op een levensgrote digitale projectie van een zwart-witfoto in een verduisterde ruimte heffen twee vrouwen jammerend de armen ten hemel. Het heuvellandschap achter hen wordt steeds donkerder, totdat het verdwenen is. Tegelijkertijd worden de silhouetten van de vrouwen steeds lichter, zo fel dat ze uiteindelijk de blik verblinden. Daarna wordt het scherm zwart. Het beeld van de vrouwen is nu op het netvlies gebrand. Het nabeeld verschijnt rood wanneer je de ogen sluit, of opnieuw levensgroot, als schaduwen, op het zwarte scherm. De ogen zijn in shock terwijl de foto weer verschijnt en de cyclus opnieuw begint.

De foto is genomen door fotojournalist Koen Wessing (1942-2011), in Nicaragua in 1978, toen het regime van Somoza aan het wankelen was gebracht door het Sandinistisch Nationaal Bevrijdingsfront. In de gebombardeerde stad Estelí stuitte Wessing op een groep mensen die het dode lichaam van een boer naar een pick-uptruck droegen. Wessing volgde de truck en aangekomen bij de boerderij legde hij het moment vast dat de twee dochters van de boer, die aan komen rennen, beseffen wat er is gebeurd. Zonder het verhaal te kennen, zie je de impact van het verwoestende nieuws. Later zei Wessing over de foto dat deze een Grieks drama over verlies en wanhoop laat zien.

Koen Wessing, Estelo, Nicaragua, 1978 Nederlands Fotomuseum

Shadows heet deze filminstallatie van Alfredo Jaar (Chili, 1956). Het is het tweede deel van wat een drieluik moet worden over drie beroemde foto’s uit de geschiedenis van de fotojournalistiek. Het eerste deel, Sound of Silence (2006), was gewijd aan de foto van Kevin Carter van een uitgemergeld en uitgeput kind dat tijdens de hongersnood in Soedan in 1993 kruipend een vluchtelingenkamp probeert te bereiken, terwijl een aasgier op enkele meters afstand rustig afwacht. Ook hier, net als in een aantal andere werken, werkt Jaar met verblindend fel licht. Het licht heeft hier een tweeledige betekenis, als metafoor voor verlichting, in de zin van inzicht en waarheid, en als metafoor voor verlies, het verlies van beelden. Doordat het beeld op een agressieve manier op het netvlies wordt gebrand en de beschouwer het beeld letterlijk niet meer kwijtraakt, wordt de beschouwer in zekere zin getuige van de gebeurtenis: ‘ik zag het, ik was erbij’. Tegelijkertijd trekt Jaar de fotografische representatie in twijfel. Er is een breuk tussen dat wat degenen ondergaan die bij een gebeurtenis aanwezig zijn, en dat wat fotografisch weergegeven kan worden. Volgens Jaar is de waarheid van een tragedie beter te begrijpen via de woorden en emoties van de betrokkenen dan door foto’s.

Des te opmerkelijker is het dat Jaar in het Nederlands Fotomuseum een tentoonstelling maakte zonder tekst. Het is tevens de eerste tentoonstelling die deze internationaal bekende kunstenaar maakte van het werk van iemand anders. Het is een uiterste poging om het publiek te dwingen stil te staan: KIJK HIERNAAR! In onze beeldcultuur gaan alle foto’s en getuigenissen verloren in een oceaan van afbeeldingen, stelt Jaar. Mensen kunnen niet meer geconcentreerd kijken, zelfs in musea wordt gemiddeld niet langer dan 2 tot 3 seconden naar een kunstwerk gekeken. In het Fotomuseum wil Jaar recht doen aan het werk van Wessing, dat hij ziet als een van de laatste hoogtepunten in de fotojournalistiek, door een verhaal vertellen zonder tekst en zo de beelden te laten spreken.

Esthetiek van verzet

Als 17-jarige maakte Jaar in Chili, in 1973, de gewelddadige machtsovername door generaal Pinochet mee. Als filmmaker en beeldend kunstenaar ontwikkelde hij een ‘esthetiek van verzet’. Met tentoonstellingen, films, interventies in de openbare ruimte, debatten en kunsttheoretische teksten vraagt hij aandacht voor schendingen van mensenrechten, genocide en grensconflicten. Hij streeft ernaar om het niet-representeerbare te representeren. Zoals hij bijvoorbeeld deed met een serie werken over de genocide in Rwanda (1994), en over xenofobie in hedendaags Duitsland.

De tentoonstelling Shadows is gewijd aan twee fotoseries van Wessing, over Chili in 1973 en Nicaragua in 1978. Wessing publiceerde het beroemd geworden fotoboek Chili, een boek zonder tekst, kort na zijn terugkeer uit Chili. In een vitrine liggen omgekrulde contactvellen, aan de wanden hangen gedigitaliseerde reproducties van de foto’s, compleet met de nummering van de foto’s op de fotorol. Jaar wil duidelijk maken hoe Wessing te werk ging: toen hij voor tien dagen op reis ging, had hij tien fotorollen van elk 36 opnamen bij zich, 36 foto’s per dag. Daar deed hij het mee. Wessing wachtte het juiste moment af, en knipte. Een beeld ontstaat niet in een seconde, zei Wessing in een interview: ‘Je kunt erop wachten of mensen op een goede manier in het beeld zullen vallen.’ Je ziet het aankomen wanneer een oude man en een spelend kind elkaar gaan passeren op straat.

Universele aanklacht

Jaar is met uiterste precisie te werk gegaan. De foto’s hangen op 26 centimeter afstand van elkaar, zodat je geconcentreerd kan kijken naar elk afzonderlijk beeld. De foto’s ontstijgen aan de specifieke historische gebeurtenissen, ze zijn een universele aanklacht tegen het onrecht dat mensen elkaar aandoen. Een vrouw die een foto van haar vermiste man ophoudt voor de camera: dit gebeurt dagelijks overal ter wereld.

Jaar vraagt aandacht voor de complexiteit van iedere foto, voor zichtlijnen en compositie, hoe een weg loopt naar een schuur en verder naar een klein venster achterin waar zonlicht doorheen valt. In een vitrine aan de kopse wand van de expositieruimte hangt Wessings dummy van Chili, ooit door hem cadeau gedaan aan premier Joop den Uyl, die het object zijn leven lang heeft gekoesterd.

Niettegenstaande zijn pessimisme over de mogelijke zeggingskracht van beelden in onze tijd heeft Jaar een bijzonder indrukwekkende tentoonstelling gemaakt. Hij zegt: „Tegenover het pessimisme van het intellect stelde de filosoof Gramsci het optimisme van de wil. Dit is waar ik mijzelf bevind, al ben ik niet volledig overtuigd.”

Jaar laat zien hoe twijfel en ambivalentie de voorwaarde zijn voor een echt sociaal en politiek engagement. Tegen beter weten in ontwikkelde hij een kunstpraktijk die volkomen, in artistiek en theoretisch opzicht, overtuigt en die ook een groot publiek aan kan spreken. Shadows is een sacrale tentoonstelling die een eerbetoon is van Jaar aan het werk van Wessing. Dat is groots.

    • Janneke Wesseling