Opinie

Bonden kunnen beter praten mét dan klagen óver Wouter Koolmees

pensioenen

Commentaar

Met de vertrouwde retoriek heeft de vakbeweging zich gekeerd tegen minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66), die het pensioenstelsel wil vernieuwen. In een uitvoerige brief aan de Tweede Kamer zette de minister vrijdag uiteen in welke richting hij denkt. „Een klap in het gezicht van werkende mensen en gepensioneerden”, reageerde de grootste vakbond FNV.

Een dergelijke reactie bevestigt dat Koolmees terecht zelf aan het werk is gegaan. De discussie over aanpassing van het pensioenstelsel kent inmiddels een historie van meer dan tien jaar. In 2010 concludeerde een door toenmalig minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken, CDA) ingestelde commissie onder leiding van de econoom Kees Goudswaard dat financiële en institutionele wijzigingen nodig waren om het Nederlandse pensioenstelsel „toekomstbestendig” te houden.

Sindsdien is door het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd en het verlagen van de zogeheten opbouwpercentages het systeem beter houdbaar geworden. Maar dat neemt niet weg dat de financiële positie van veel pensioenfondsen nog altijd onder druk staat. Pensioengerechtigden merken dat: hun uitkeringen worden niet geïndexeerd of zelfs verlaagd.

In dit licht is de onbeweeglijkheid die de bonden tonen in de pensioendiscussie onbegrijpelijk. Kabinet, werkgevers en werknemers zaten eind november heel dicht bij een akkoord. Maar uiteindelijk haakten de bonden af omdat het kabinet volgens hen onvoldoende aan hun verlangens was tegemoetgekomen. Vervolgens bleef het stil. Het is niet meer dan logisch dat minister Koolmees nu zelf gaat kijken hoe het stelsel bij de tijd kan worden gebracht. Daartoe gaat hij wetten en regels voorbereiden.

Hij borduurt ten dele voort op wat al eerder was overeengekomen in de Sociaal-Economische Raad tussen de organisaties van werkgevers, werknemers en Kroonleden. Eén van de in het oog springende voornemens is dat Koolmees een eind wil maken aan de ‘doorsneesystematiek’ waardoor meer mogelijkheden voor pensioen op maat ontstaan. Dat is hard nodig. Als gevolg van de sterk gewijzigde arbeidsmarkt is er een bovenmatige vorm van solidariteit tussen oud en jong ontstaan.

Alles valt of staat met de wettelijke maatregelen die Koolmees wil treffen om „onevenredige negatieve effecten” te voorkomen. Die voorstellen zijn er nog niet, want de minister wil juist de diverse mogelijkheden en varianten onderzoeken. Wat dat betreft zijn de bonden dus tamelijk voorbarig met hun kritiek.

Nederland stond decennialang bekend om zijn robuuste en riante pensioenstelsel. Maar in eigen land is onder deelnemers van de fondsen en gepensioneerden het vertrouwen de voorbije jaren sterk afgenomen. Ouderen zijn boos omdat hun uitkering niet wordt verhoogd, jongeren vragen zich af of er nog wel pensioen zal zijn als zij aan de beurt komen. Een breed gedragen pensioenstelsel is van het allergrootste belang. Minister Koolmees nodigt in zijn brief de bonden nadrukkelijk uit om het gesprek te blijven voeren. Zij zouden er goed aan doen die uitnodiging te aanvaarden. Zijn brief biedt daarvoor in elk geval voldoende aanknopingspunten.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.

Correctie: (6 februari 2019): In een eerdere versie van dit stuk stond dat econoom Bob Goudzwaard de commissie leidde. Dat klopt niet. Het was econoom Kees Goudswaard.