Bladvlekken, schurft, gele roest en aaltjes

Oogstverlies Wereldwijd gaat 20 tot 30 procent van veel gewassen verloren op de akker.

Maïsplanten in Kenia zijn aangetast door de legerworm (Spodoptera frugiperda).
Maïsplanten in Kenia zijn aangetast door de legerworm (Spodoptera frugiperda). Foto’s Bloomberg

Ziektes en plagen verminderen de wereldwijde teeltopbrengst van de vijf meest verbouwde gewassen met gemiddeld 20 tot 30 procent. Maar er is grote variatie per regio. Ten minste twee gebieden stemmen tot zorg: sub-Sahara-Afrika en de Indus-Gangesvlakte. Door grote teeltverliezen kampen die al met voedselschaarste. Tegelijk groeit de bevolking er snel en moet de voedselproductie juist flink omhoog.

Dat schrijft een internationale groep plantwetenschappers deze week in het tijdschrift Nature Ecology & Evolution. Ze hielden een enquête onder ruim tweehonderd deskundigen op het gebied van plantgezondheid. Het is voor het eerst dat op zo’n manier een mondiale inventarisatie is gemaakt van teeltverliezen, in dit geval bij tarwe, rijst, maïs, aardappel en sojaboon. „Of de verliezen door ziektes en plagen zijn verbeterd of verslechterd ten opzichte van bijvoorbeeld 20 of 50 jaar geleden, is daarom niet te zeggen”, zegt Andy Nelson, hoogleraar ruimtelijke landbouw en voedselzekerheid aan de Universiteit Twente en een van de auteurs van de studie, via Skype. „We hebben een snapshot genomen. We zouden hem over vijf of tien jaar nog een keer moeten nemen.”

De onderzoekers hebben de wereld opgedeeld in acht belangrijke productiegebieden, waaronder Noordwest-Europa. Hier valt vooral het hoge verlies in de tarweteelt op, circa 25 procent. „Veel mensen vergeten dit, maar dit is inderdaad de norm”, zegt Serge Savary, coördinerend auteur van het artikel en verbonden aan het Franse landbouwinstituut INRA, in hetzelfde Skype-gesprek. Tarwe heeft in Noordwest-Europa vooral last van bladvlekkenziekte en gele roest, beide veroorzaakt door een schimmel.

Ziektes en plagen

Plantwetenschapper Erich-Christian Oerke van de Universiteit Bonn noemt het „een nuttige studie”. Hij heeft in 1994 en 2006 mondiale analyses van teeltverliezen gemaakt, maar dan op basis van literatuuronderzoek en data die waren aangeleverd door het Duitse chemiebedrijf Bayer, een van de grootste producenten van zaden en bestrijdingsmiddelen. Voor teeltverliezen door ziektes en plagen kwam Oerke toen op vergelijkbare percentages uit, zegt hij via de telefoon. Hij keek daarnaast ook nog naar onkruiden, dat doet de huidige studie niet. Daardoor kwam Oerke uiteindelijk nog hoger uit, op verliezen van gemiddeld 30 tot 40 procent.

Waar Oerke in zijn studies per gewas een aantal belangrijke ziekteverwekkers noemt, maakt de huidige studie een rangschikking van een lange lijst ziektes en ziekteverwekkers. Bladvlekkenziekte in tarwe is niet alleen in Noordwest-Europa een probleem, maar wereldwijd. In rijst veroorzaken stengelboorders veel schade, in sojaboon zijn het aaltjes. Specifiek in China zorgt schurft (veroorzaakt door een schimmel) voor veel schade in tarwe. In het zuidelijk deel van Zuid-Amerika heeft de teelt van sojaboon last van een schimmel die de bladeren aantast en roest veroorzaakt.

„We geven ook een beeld van opkomende ziektes”, zegt Savary. In Bangladesh is in de tarweteelt gele roest opgedoken. „Het bedreigt de hele Indus-Gangesvlakte, wat een belangrijke locatie is voor tarweproductie.”

Honger bestrijden

Achter deze studie, en ook die van Oerke, liggen fundamentele vragen als: waar kan de voedselproductiviteit (de opbrengst per hectare) verder worden opgevoerd? Hoe kan dat het best gebeuren: via intensieve landbouw met monocultures en veel gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen, via biologische landbouw die het juist zonder deze milieubelastende middelen stelt, via gemengde landbouw? En hoe kan honger bestreden worden? „Nog steeds zijn 800 miljoen mensen niet zeker van hun dagelijks voedsel”, zegt Savary.

Volgens Oerke heeft bijvoorbeeld het intensiever gebruik van kunstmest planten kwetsbaarder gemaakt voor ziekteverwekkers. „Planten stoppen daardoor meer energie in groei dan in de opbouw van bescherming in wortels, stengel, bladeren”, zegt hij. En door grote monoculturen van dicht op elkaar geplante gewassen, kunnen ziekteverwekkers zich sneller verspreiden – verder geholpen door de toegenomen internationale handel. De teeltverliezen worden daardoor potentieel groter.

Dat de verliezen in de praktijk de laatste decennia min of meer gelijk zijn gebleven – als je de oudere studies van Oerke dan toch met die van nu wil vergelijken – komt onder meer door het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Maar die belasten het milieu. Nelson: „De vraag blijft of we de teeltverliezen kunnen beperken, en hoe?”

    • Marcel aan de Brugh