‘Als de mensen de teamsprint leuk vinden, waarom niet?’

WK afstanden Bij de WK afstanden, deze week in Inzell, wordt voor het eerst het onderdeel ‘teamsprint’ verreden. Een spectaculaire drietrapsraket op het ijs. „Als het olympisch wordt, wordt het pas echt serieus genomen.”

Kai Verbij is de beoogde nummer twee op de teamsprint, een nieuw onderdeel op de WK afstanden.
Kai Verbij is de beoogde nummer twee op de teamsprint, een nieuw onderdeel op de WK afstanden. Foto Vincent Jannink/ANP

Bloed op het ijs, dat kan er ook nog wel bij. Maart 2016, finale van de wereldbeker op een nieuw onderdeel, de teamsprint. Drie Nederlandse sprinters winnen in een spectaculaire race met éénhonderdste seconde voorsprong van de Russen. „De mooiste teamsprint die ik tot nu toe heb gereden”, zegt Ronald Mulder. „De laatste wedstrijd van Stefan Groothuis”, herinnert Kai Verbij zich. Groothuis nam op heroïsche wijze afscheid met een bebloed pak. „Hij bloedde als een rund”, zegt Mulder. En Verbij, droog: „Blijkbaar had ik hem aangetikt in de bocht. De teamsprint is vrij risicovol, zeker niet makkelijk.”

Drie jaar na de première in de wereldbeker staat de teamsprint (mannen en vrouwen) voor het eerst op het programma bij de WK afstanden in Inzell. Twee treintjes van drie schaatsers starten op de Duitse ijsbaan tegenover elkaar, net als bij de ploegachtervolging. Het team is een ‘drietrapsraket’: de eerste schaatser brengt de ploeg een rondje op snelheid, de tweede houdt de snelheid in de tweede ronde vast en de derde maakt het in de slotronde af. „Het gaat harder dan op de individuele afstanden”, weet Kjeld Nuis. „Ik vind het supergaaf”, zegt Nuis, die met Ronald Mulder en Verbij start voor Nederland. Topsnelheid? „Ik denk wel 61.”

Zes keer goud

Zes keer goud op de teamonderdelen bij de Spelen van Beijing 2022, sprak Jan Coopmans als ambitie uit bij zijn aanstelling als bondscoach in december. Zes? Ploegachtervolging (2006) en massastart (2018), allebei voor mannen en vrouwen, zijn olympische onderdelen. Maar de teamsprint nog niet. „Ik ben liefhebber van de tien kilometer”, zegt Coopmans. „Maar het schaatsen moet ook moderniseren. De richting is: korte nummers, meer actie, team-events.” Als bondscoach van Duitsland zag hij het twee jaar geleden bij de Jeugd Olympische Spelen in Lillehammer. „Daar had je mixed-teamsprint, meisjes en jongens bij elkaar. Dat is waar het IOC naartoe wil, zo wordt de loper naar de Spelen uitgerold.”

Nieuwe teamonderdelen worden door schaatsgrootmacht Nederland niet direct omarmd. Opstelling en tactiek van de nationale ploeg leidden bij de ploegachtervolging en massastart in het verleden vaak tot ruzie tussen de verschillende sponsorteams, met olympische mislukkingen tot gevolg. Ook bij de eerste WK teamsprint komen de Nederlandse schaatsers uit verschillende ploegen. Bij de mannen rijden Ronald Mulder en Verbij van Reggeborgh met Nuis van Jumbo-Visma. De vrouwenploeg start met Janine Smit (gewest Friesland), Jutta Leerdam en Letitia de Jong (beiden IKO). Samenwerking? „Dat gaat niet van vandaag op morgen”, beseft Coopmans.

Lees ook: Waar staat het Nederlandse schaatsen, op weg naar Beijing 2022?

In Heerenveen (mannen) en Hamar (vrouwen) werd ternauwernood één gezamenlijk ‘trainingsmoment’ gevonden. „Hier in Inzell hebben we nog de startpositie geoefend op het droge”, zegt Coopmans, die voor de komende jaren meer gezamenlijke trainingen wil in zomer en herfst. Vooral de mannenploeg is op papier favoriet voor de eerste wereldtitel. „Ronald, Kai en Kjeld zijn doorgewinterde topmensen.” Dat Verbij en Nuis onlangs bij het EK in Collalbo geen vrienden leken, speelt volgens de bondscoach geen rol. „Daar heb ik bij de bespreking niets van gemerkt.” Is de teamsprint een kwestie van drie ronden ‘volle bak’ sprinten, of speelt tactiek een rol? „Voor mij moet de start juist niet volle bak”, zegt Ronald Mulder, die de eerste ronde voor zijn rekening neemt. Als snelste ‘opener’ moet hij rekening houden met de in verhouding langzamere starter Nuis. „Het is zaak om niet te laten zien hoe goed ik ben, maar om te zorgen dat de anderen mee kunnen. Je moet niet hebben dat ze achter je ‘ho’ roepen. Dat is killing voor de teamsprint, dan win je nooit. Mijn focuspunt ligt bij het uitkomen van de eerste bocht. Vanaf daar is het gewoon vol gas.”

Meeste winst in de laatste ronde

Na de eerste ronde is Ronald Mulder klaar en neemt Verbij, specialist op de 1.000 meter, de leiding over. „Mijn taak is om Kjeld zo snel en efficiënt mogelijk af te leveren voor de laatste ronde”, legt de wereldkampioen sprint van 2017 uit. Volle bak overnemen van Mulder? „Nee, ik ga in een teamsprint nooit volle bak. Ik moet lekker een ‘subje’ rijden, zeg ik altijd.” Sub-maximaal, bedoelt Verbij, zodat Nuis nog genoeg energie overhoudt voor de laatste ronde. „Drie rondjes op snelheid is lang. Ik denk dat in de laatste ronde de meeste winst te halen valt. Kjeld is een rappe kerel, daar hebben we wel een goeie aan.”

Als regerend wereld- en olympisch kampioen op 1.000 en 1.500 meter lijkt Nuis geknipt om in de slotronde het verschil te maken. Toch benadrukt hij het belang van een goed team. „Individueel zijn we beter dan de rest. Maar het moet precies goed in elkaar vallen, we moeten elkaar echt helpen. Ronald moet zorgen dat hij zo smooth mogelijk de eerste ronde rijdt en Kai en mij afzet. Kai heeft gewoon een goeie tweede ronde. Dan moet ik het kunnen afmaken.”

Moet het nieuwe onderdeel olympisch worden? „Ik vind het terecht als de sprinters ook een teamonderdeel krijgen op de Spelen”, zegt Ronald Mulder. „Als het olympisch wordt zal het pas echt serieus worden genomen”, verwacht Verbij. En volgens Nuis is ook de wil van het publiek belangrijk. „Als de mensen dit leuk vinden, waarom niet?” In Peking al? „Ja hoor, ik zou het supergaaf vinden.”