Albumoverzicht: het wordt dansen bij Balthazar, Mozes and the Firstborn klinkt nog gevarieerder

Recensies De muziekrecensies van NRC op een rij. Deze week besprekingen van onder andere Balthazar, Nkisi, Mozes and the firstborn en Van Baerle Trio.

  • ●●●●

    Balthazar: Fever

    BalthazarPop: Het Belgische Balthazar was de afgelopen zomers op alle grote festivals te zien. Met hun melancholische ‘open’ rockstijl lieten ze de menigten deinen. Dat zal er komende zomer uitbundiger uitzien! Want Balthazar heeft zich getransformeerd. De duistere rockmuzikanten hebben mooi het midden gevonden tussen funk en rock, zonder de voorkeur voor een ongepolijst geluid te verliezen. Alles is anders: de zang klinkt zelfverzekerd en uitdagend, de bas is dansbaar, de liedjes kregen een nonchalante onderstroom die eindeloos mag duren. Zonder lichtgewicht te worden, is ‘Changes’ een maffe potpourri van funky bas en discokoortjes, en ‘Entertainment’ een licht opstandig verleidingsritueel. De groep voegde extra texturen toe – vluchtig ofwel rafelig – aan de nummers, waardoor ze meer massa kregen. Elk lied heeft een kek element: een huppelig basloopje, een kreunend koortje of dartele percussiebijdrage. Zien dansen, doet dansen, deze zomer bij Balthazar. Hester Carvalho

  • ●●●●

    Rima Khcheich, Maarten Ornstein en Mike Fentross: Ombre de mon amant

    Rima Khcheich, Maarten Ornstein en Mike FentrossKlassiek: De stem van de Libanese zangeres Rima Khcheich leek onlangs te zweven door het poëtische doolhof van een medina. In het Amsterdamse Podium Mozaïek gaf ze bij de Flamenco Biënnale een concert met basklarinettist Maarten Ornstein en theorbist Mike Fentross. Het drietal speelde daar het nieuwe album Ombre de mon amant, een wonderlijk mengsel van muziek uit de westerse Renaissance en het oosterse heden. Ornstein en Fentross lieten op hun barok-cd Oblivion suave al eerder horen hoe mooi basklarinet en theorbe bij elkaar kleuren. En Khcheich voegt daar met haar stem – wiegend als een sluier in de wind – weer een diepere dimensie aan toe, zingend over mysteries, over wat de dood zou zeggen als hij een tong bezat om te spreken, over dromen, reizen op wolken, jezelf zien in de weerspiegeling van je geliefdes ogen. Ornsteins basklarinet ademt en zucht, en Fentross’ vihuela en theorbe zijn de grond waaruit de gedachten en gevoelens als bloemen opschieten. Muziek om in te verzinken. Joost Galema

  • ●●●●

    Nkisi: 7 Directions

    NkisiDance: Op de hoes van Nkisi’s debuut staat een ruimteschip, maar het zouden ook twee Afrikaanse gevechtsschilden kunnen zijn. In zeven nummers verkent de in België opgegroeide Congolese het spirituele pad van de Bantu-Kongo kosmologie, de religieuze traditie van het koninkrijk dat ooit bestond in de oksel van Afrika. Als je Nkisi hoort vallen twee dingen op: het mystieke bijna sacrale element van haar synthesizerspel en de roffelende, hypnotiserende ritmes. Haar sfeervolle synthesizerloops met sciencefictiongeluiden doen denken aan Legowelt, maar ook hoor je ademstoten, opgewonden ratels, overstuurde trance-synthesizers en de snel hamerende kicks van een gabbertrack. Het meest interessante is de manier waarop ze die elementen verbindt: subtiel. Minimaal. Meditatief. Ze smelt de snelle trommels en pulserende kick samen in één gestileerd geluidspalet. Op die manier herschrijft ze geschiedenis: ze verbindt haar wortels met de toekomst en slaat de zwarte koloniale bladzijde daartussen over. Rolinde Hoorntje

  • ●●●●

    Mozes and the firstborn: Dadcore

    Mozes and the firstbornRock: D-A-D-C-O-R-E. De titel voor het derde album van Mozes and the Firstborn is zo toepasselijk dat de Eindhovense garagerockband hem in het openingsnummer letter voor letter scandeert. En terecht, want na hun opgetogen-jonge-hondendebuut en de melancholieke-tot-redelijk-depressieve vervolgplaat mag Mozes zich gewoon bij Neerlands beste grote-mensen-bands van het moment rekenen. Trouwe abonnees van de zogeheten ‘Mozes Cassette Club’ (die maandelijks een bandje met nieuwe nummers in hun brievenbus bezorgd kregen) waren al gewaarschuwd: Dadcore klinkt nog gevarieerder. De grootste troef is de magische, rafelige keel van zanger-gitarist Melle Dielesen waarin blijheid en vertwijfeling tikkertje spelen. Of hij nu een ode brengt aan plakband, bij het boodschappen doen wordt overvallen door tristesse, of een kale vriend te kakken zet: hij weet de hoge pieken en diepe dalen om te smeden tot intense indierock. Frank Provoost

  • ●●●●●

    The Specials: Encore

    The SpecialsReggae: The Specials, de Britse ska-groep met zwarte en witte leden, die begin jaren tachtig populair werd, is al weer enige jaren herenigd en heeft nu een nieuw album opgenomen. Hoe verheugend ook, dit Encore begint op een verkeerde noot: ‘Black Skin Blue Eyed Boys’ is een hyperactief funknummer met lelijke gitaarsolo en zonder de Specials-signatuur. The Specials spelen authentiek klinkende reggae, in een ontspannen cadans. De zang is van Terry Hall, die aangenaam versleten klinkt, en van de swingende Lynval Golding. Hall zingt over zichzelf in het verhalende ‘The Life And Times (Of A Man Called Depression)’, samen zingen ze over hedendaagse verschijnselen als Brexit en Black Lives Matter. Fantastisch is de single ‘10 Commandments’, gezongen door de jonge activiste Saffiyah Khan, over het verband tussen korte rokken en verkrachting. Dat zijn The Specials op hun best: relaxt, grappig, en maatschappijkritisch tegelijk. Hester Carvalho

  • ●●●●

    Van Baerle Trio: Ludwig van Beethoven, Complete Piano Trio”s vol. 3

    Van Baerle TrioKlassiek: Het Van Baerle Trio begon twee jaar terug aan een integrale opname van Beethovens pianotrio’s. Onlangs verscheen deel drie van de reeks, met daarop onder meer de twee trio’s opus 70. Knap is de contrastwerking die het drietal in dit tweeluik weet te leggen. De hoekdelen van het Geistertrio (opus 70/1) laten ze onstuimig ronken. In opus 70/2 gaan ze een paar nuances lyrischer te werk. In het oor springt ook de klank van de Maene-vleugel die pianist Hannes Minnaar bespeelt. Het instrument uit 2017 heeft een snaarophanging die is ontleend aan de historische fortepiano. Parallel in plaats van kruislings gespannen. Dat leidt tot fraaie kleurnuances in onder meer het Largo van het Geistertrio en door de bank genomen een voortreffelijke balans tussen piano, viool en cello. Na de hypervitale, met durf gespeelde finale van opus 70/2 ben je blij dat je cd-speler een repeatknop heeft.Joep Christenhusz