Tonijn

is visser en doet verslag vanaf de waterkant. Deel 15: Weg met de tv.

Is het normaal dat vissers in randdebielen veranderen zodra ze beet hebben? Mij lijkt dit gedrag minimaal gerechtigd als hen anders, zonder vis, de hongerdood opwacht.

Een schepsel doden, dus ook een vis, is een ernstige daad. Een handeling tegen diens wil en natuur in: je berooft een levend wezen van zijn ziel. Dat is geen kattenpis. Daar past stilte en eerbied bij. Een Inuit dankt de vis die hij harpoeneert. Een Aboriginal rouwt een ogenblik bij zijn doorboorde trevally. In Arabische culturen spreekt men de naam uit van het Hogere vóór het visnet wordt uitgeworpen. Je hoeft geen parochiaan te zijn om respect op te brengen voor zulke vormen van respect.

Ik zag eens hoe twee Ghanese vissers met hun bootje de golven trotseerden. De jacht duurde bijna een etmaal, ze knikkebolden van de slaap. Eindelijk, na een uitputtende strijd, hesen ze met gestriemde handen een formidabele zwartvintonijn omhoog, paar fikse klappen op de kop, en legden hem langszij. Alles voltrok zich in opperste zwijgzaamheid. Hun blik verraadde een zekere schroomvalligheid voor deze daad.

Al acht jaar heb ik geen tv meer. Weggeflikkerd omdat ik tijd noch trek heb in bagger. Heb mijn eigen bronnen en kanalen. Zo kreeg ik recent een link doorgestuurd van een veelbekeken visprogramma op National Geographic: Wicked Tuna. Een Amerikaanse realitytelevisieserie over tonijnvissers in Gloucester, Massachusetts, die op blauwvintonijn jagen in de Noord-Atlantische Oceaan. De teams bestrijden elkaar in een competitie: wie vangt de meeste en vooral grootste tonijnen. Razend populair. De serie gaat al z’n 8ste seizoen in. „Wicked Tuna is een van onze sterkste franchises”, zei president Howard T. Owens van National Geographic.

Ik ging er eens goed voor zitten, en wat zag ik? Een stelletje holbewoners bij elkaar. De vissers praten niet, ze loeien, blèren, balken, en elke tonijn heet een ‘bastard’ of ‘motherfucker’. Maar misschien hoort dat als je op tv verschijnt met een zonnebril op en aan powerfitness doet en tattoos op nek en armen draagt. Het format is zo gekozen dat elke vangst, of ook maar rukje van de hengeltop, gepaard gaat met trommelvlies teisterende orgieën van gierende gitaren, beatboxen en loeiende synthesizers, doordesemd van angstaanjagende juich- en brulkreten; alles vastgelegd door een cameraman die zeer vermoedelijk kampt met een zeldzame combinatie van parkinson en ADHD.

Dit is dus National Geographic. De zender die bedoeld was om bij de kijker verwondering en ontzag op te roepen voor de schoonheid en mysteriën van onze planeet. Een miljoenenpubliek krijgt precies dat te zien wat vissen niet is – en het smult ervan.

Ik zei het al, acht jaar geleden schopte ik m’n tv de deur uit. Ik weet weer waarom.