Recensie

‘The Lego Movie 2’: geestig, maar vermoeiend

Animatiefilm Het probleem van ‘The Lego Movie 2’ is dat vijf jaar later het idee van een ironische, subversieve, speelse film vol zelfspot over superhelden niet meer zo fris is.

Lucy en Emmet in ‘The Lego Movie 2’.
Lucy en Emmet in ‘The Lego Movie 2’.

The Lego Movie was in 2014 een fris windje in het stripfilmgenre. De met Legoblokjes geanimeerde film bracht 469 miljoen dollar op en stak op speelse wijze de draak met superhelden. Het lied ‘Everything is Awesome’ bleek bovendien een oorwurm. In allerijl werden er twee spin-offs gemaakt, The Lego Batman Movie en The Lego Ninjago Movie. Nu is er een vervolgfilm. Net als het origineel is die geschreven door Phil Lord en Christopher Miller, al staat het duo de regie dit keer af aan Mike Mitchell (Trolls).

In The Lego Movie redde Emmet, die door het rebelse meisje Lucy werd aangezien voor de Uitverkorene, de wereld door het kwaadaardige regime van Lord Business te verslaan. Vijf jaar later worden de inwoners van Bricksburg (Steenstad) aangevallen door van Lego Duplo gemaakte figuren. Zij laten een apocalyptisch uitziende metropool achter, waar chaos en somberte heerst en de president desondanks lekker gaat golfen. Als een deel van de inwoners, onder wie Lucy en Batman, door generaal Mayhem naar een ‘zusterplaneet’ wordt ontvoerd, is het weer aan de vrolijke Emmet om de orde te herstellen. Het probleem is echter dat hij in een – grotendeels door Lucy veroorzaakte – identiteitscrisis zit: is hij, een opgewekte, optimistische naïeveling, wel stoer genoeg? Op weg naar de zusterplaneet ontmoet Emmet de roekeloze Rex Dangervest, die met zijn stoere stoppelbaardje een rolmodel voor hem wordt.

Het probleem van The Lego Movie 2 is dat vijf jaar later het idee van een ironische, subversieve, speelse film vol zelfspot over superhelden niet meer zo fris is. Met dank aan het succes van het eerste deel en de Deadpool-films. Inmiddels zijn grappen over Batman als zielige, zelfingenomen narcist even sleets als het genre dat geparodieerd wordt. De makers vinden het zelf allemaal heel subversief maar het is wat tandeloos geworden. Natuurlijk valt er nog veel te gniffelen en zijn ook de liedjes weer erg leuk, zoals het expres aanstekelijke ‘Catchy Song’, ‘Everything’s Not Awesome’ (die titel is tevens de kerngedachte van de film) en een lied dat tijdens de aftiteling te horen is over juist die aftiteling. De slimheid, dubbele bodems en het ironische postmodernisme druipen er weer van af. Het is zeker geestig, maar uiteindelijk ook wat vermoeiend. Hoewel de relativering van stoerheid sympathiek is, wordt de plot grotendeels voortgedreven door een element dat terug te voeren is op de Toy Story-films, maar nu met Lego-poppetjes die zich aan hun lot overgelaten voelen. En dat is tekenend voor de ideeënarmoede.

    • André Waardenburg