Punk, rokkenjager, visionair: Van Gogh heeft vele gezichten

Van Gogh op celluloid Vincent van Gogh is nog steeds een grote inspiratie voor filmmakers. Maar over het karakter van de schilder zijn de regisseurs het niet eens.

Willem Dafoe als Vincent van Gogh in ‘At Eternity’s Gate’.
Willem Dafoe als Vincent van Gogh in ‘At Eternity’s Gate’.

Geen schildersleven heeft zoveel goede speelfilms, documentaires, animatiefilms, romans, opera’s en popsongs opgeleverd als dat van de postimpressionist Vincent van Gogh (1853-1890). Een leven in ‘romantic agony’: het bezeten, onbegrepen genie dat leeft en sterft voor de kunst. En zo kleurrijk: de absint, de bordelen, het afgesneden oor, het gesticht, de mysterieuze dood: zelfmoord of doodslag?

In Venetië noemde schilder-regisseur Julian Schnabel zijn film At Eternity’s Gate„volstrekt overbodig”: weten wij immers niet alles over Van Gogh? Grote regisseurs – Alain Resnais, Paul Cox – maakten documentaires over hem, de animatiefilm Loving Vincent onderzocht onlangs zijn dood als een soort detectiveverhaal.

Lees hier de recensie van ‘At Eternity’s Gate’

Maar nooit zag je Vincent van Gogh zoveel schilderen en filosoferen over kunst als in At Eternity’s Gate. Het is een echte schildersfilm, al verschilt Schnabels visie op Van Gogh als messianistische ziener nauwelijks van Lust for Life (1956), de film die Van Goghs mythe in Amerika pas echt vestigde. Kirk Douglas speelt Van Gogh met grote gestes als een radeloos eenzame zoeker, klunzig met vrouwen, vol idealen maar zonder manieren. Het zwaartepunt van de film is de turbulente broederschap in het Gele Huis van Arles met de aardse bruut Gauguin (‘I like ’em [vrouwen] fat and vicious and not too smart’), een rol die Anthony Quinn een Oscar bezorgde.

Nog iets beter is Vincent & Theo (1991) van Robert Altman, waarin de relatie tussen de broers Van Gogh centraal staat. Figureert kunsthandelaar Theo meestal als Vincents stabiele anker, bij Altman is hij even volatiel als Vincent; Theo overleed een half jaar na zijn oudere broer aan een – mogelijk syfilitische – hersenziekte. Tim Roths snerende, vinnige Vincent heeft wel wat van punker Johnny Rotten: hij schildert verbeten, eet verf. Zijn vriendschap met Gauguin ontaardt in een hysterisch handgemeen.

Lees ook een interview met Willem Dafoe, hoofdrolspeler van ‘At Eternity’s Gate’: ‘Het is best lastig om iemand als Jezus of Van Gogh te spelen’

De Franse regisseur Maurice Pialet concentreerde zich, net als Schnabel, op Van Goghs nadagen. In Van Gogh (1990) is Vincent een bedaarde bon vivant en rokkenjager die zijn twee laatste maanden in zonovergoten Auvers-sur-Oise doorbrengt met feesten, Toulouse-Lautrec-imitaties en vrijen in het korenveld met de vrijgevochten Marguerite, dochter van zijn voogd dokter Gachet. Schilderen doet deze Van Gogh nauwelijks. Jacques Dutronc kreeg een César (Franse Oscar) voor deze frivole Van Gogh, zo ver van de gekwelde kunstenaar dat zijn dood nogal uit de lucht komt vallen. Een origineel buitenbeentje, maar de echte Van Gogh zit toch dichter bij de bezeten Willem Dafoe en Kirk Douglas.

    • Coen van Zwol