Oervogel raakt beroemde veer kwijt

Paleontologie Anderhalve eeuw lang werd een versteende Duitse veer toegeschreven aan oervogel Archaeopteryx lithografica. Maar zo zeker is dat niet.

De penpunt van deze fossiele vogelveer is al ruim een eeuw kwijt. Nu is de punt gereconstrueerd en blijkt dat de veer níet van Archeopteryx was.
De penpunt van deze fossiele vogelveer is al ruim een eeuw kwijt. Nu is de punt gereconstrueerd en blijkt dat de veer níet van Archeopteryx was. Foto University of Hong Kong

De allereerste fossiele veer die ooit werd gevonden is waarschijnlijk toch níét afkomstig van de iconische oervogel Archeopteryx lithografica. Dat schrijven Amerikaanse, Duitse en Chinese paleontologen in het wetenschappelijke tijdschrift Scientific Reports. Zo’n 150 jaar lang zagen wetenschappers de Zuid-Duitse veer als de eerste fossiele Archeopteryx-vondst, het zogeheten holotype. Ze vernoemden de soort er zelfs naar: archeopteryx is Grieks voor ‘oerveer’. Maar een nieuwe techniek – laser stimulated fluorescence (LSF) – laat nu zien dat de veer vermoedelijk toebehoort aan een andere, nog onbekende gevederde dinosaurus.

De veer komt (net als andere Archeopteryx-vondsten) uit de kalksteengroeves bij het Beierse Solnhofen, beroemd om de grote hoeveelheid fossielen uit het Jura-tijdperk (201 tot 145 miljoen jaar geleden). De ouderdom van de veer wordt op zo’n 150 miljoen jaar geschat. De afdruk bestaat uit een donkergekleurde laag van koolstof- of mangaandioxide. Daarin wijkt de veer af van andere Archeopteryx-fossielen: dat zijn kleurloze afdrukken in geelbruin kalksteen.

Er is nóg iets interessants aan de hand met de fossiele veer: het uiteinde van de pen ontbreekt, terwijl die wél te zien is op de tekening uit 1862, die net na de ontdekking werd gemaakt. Zelfs met röntgen- en uv-straling was bij eerdere onderzoeken niets te zien; vermoedelijk is de afdruk van de pen verwijderd bij een vroegere schoonmaakbeurt. Terwijl juist zo’n pen veel duidelijkheid kan verschaffen over waar in het verenkleed een veer zich bevindt – staartpennen zien er bijvoorbeeld anders uit dan vleugelpennen – en van welke vogelsoort hij afkomstig is.

Met hun LSF-methode hebben de paleontologen nu de pen van de veer alsnog in beeld gebracht: met de fluorescentietechniek stuitten ze op geochemische verschillen in het fossiel, die dezelfde penvorm verraadden als in de oorspronkelijke tekening. De vorm van de volledige veer laat nu zien dat het niet gaat om een slagpen (onderdeel van een vogelvleugel) of een staartpen. De fossiele veer heeft een minder rechte pen dan aannemelijk is voor een Archeopteryx-slagpen, en voor een staartpen is hij te kort en te weinig symmetrisch. De enige logische verklaring is een dekveer, concluderen de onderzoekers: een veer die voornamelijk bedoeld is om het lichaam te isoleren, en ervoor zorgt dat het onderliggende dons niet nat wordt. In 2012 waren er ook al onderzoekers die vermoedden dat het om een dekveer ging (en dat die veer naar alle waarschijnlijkheid zwart van kleur was). Zij gingen er zonder meer van uit dat het om een Archeopteryx-fossiel ging, maar dat wordt nu betwist in het huidige artikel: er is geen enkele aanwijzing dat deze veer aan die soort toe te schrijven is, aldus de auteurs. Over de dekveren van de Archeopteryx is bijzonder weinig bekend. Om welke andere soort het dan zou kunnen gaan, is onduidelijk. De vorm van de pen wijkt af van die van dekveren van moderne vogels – de onderzoekers vergeleken hem met die van 24 levende soorten, waaronder de ekster en de kraanvogel.

Dinosaurusstaartpunt

De veer is niet het eerste betwiste Archeopteryx-fossiel. Officieel waren er naast de losse veer twaalf fossiele skeletten van de oervogel bekend, maar al in 2017 bleek dat het Haarlemse exemplaar (te zien in het Teylers Museum) een ándere oervogel was: een nauwe verwant van de Chinese Anchiornis. een dier met vier vleugels dat niet kon vliegen maar wel kon zweven. Zonder het Haarlemse exemplaar en de losse veer zijn er nu dus nog maar elf bekende Archeopteryx-fossielen. Sowieso is de strenge tweedeling tussen dinosauriërs en vogels de laatste jaren vervaagd: paleontologen zijn het er nu over eens dat huidige vogels afstammen van gevederde dino’s. Zo werd in 2016 een dinosaurusstaartpunt met veren gevonden in een klompje barnsteen: hét bewijs dat sommige dino’s veren hadden.

Jelle Reumer, hoogleraar vertebrale paleontologie in Utrecht: „Dit toont aan dat er met de modernste onderzoekstechnieken nog heel veel leuks te ontdekken valt, ook in fossielen waarvan iedereen dacht dat ze goed uitgemolken waren. Taxonomisch is het ook interessant. Een aantal jaren geleden is besloten om het Londense exemplaar te bestempelen tot het holotype van Archaeopteryx; eerst was die volkomen ondiagnostische veer dat. Als dat besluit toen niet was genomen, en de veer het holotype was gebleven, hadden ze nu een andere naam moeten verzinnen voor dat dozijn platgedrukte vogels.”