Na jaren van kritiek telt Qatar als voetballand ineens mee

Voetbal De Azië Cup is veroverd, arbeiders worden beter behandeld. Qatar, gastland van het WK 2022, wordt nu met andere ogen bekeken. Ook door de KNVB.

In het paviljoen waar een KNVB-delegatie in december werd rondgeleid, staan maquettes van WK-stadions en foto’s van alle voetbalgrootheden die Qatar bezochten. Maar het pronkstuk, zegt KNVB-bestuurder Gijs de Jong, is een kaartje met ‘2022 FIFA World Cup’ en ‘Qatar’ erop. „Dat is voor Qatarezen het ultieme symbool dat ze meetellen in de voetbalwereld.”

Het is ironisch, zegt De Jong, want in een internationaal presentatiefilmpje van de KNVB komt dat kaartje ook voor. In het deel dat gaat over hoe de Nederlandse voetbalbond zich te weer stelt tegen corruptie en wanbestuur. Met de verstoten FIFA-voorzitter Sepp Blatter die in december 2010 het kaartje met Qatar uit de envelop trekt, als symbool voor alles wat er verrot was aan de cultuur bij de wereldvoetbalbond.

„Zo zie je hoe percepties uiteenlopen”, zegt De Jong, die als secretaris-generaal de KNVB internationaal vertegenwoordigt. „We zijn het hartgrondig oneens geweest met de keuze voor Qatar. Iedereen is het erover eens dat die toewijzing niet correct is verlopen. Maar dat was met Duitsland ook zo bij het WK 2006, bleek achteraf. Dat betekent niet dat we niet kunnen samenwerken.”

Eind vorig jaar heeft de Nederlandse voetbalbond een samenwerkingsovereenkomst getekend met de voetbalbond van Qatar. KNVB’er De Jong volgt de lijn: altijd in gesprek blijven. „Het is een beetje de dominee en de koopman. We willen natuurlijk goede betrekkingen met het gastland als straks het WK daar plaatsvindt. Maar we proberen in te zetten op terreinen waar anderen zich minder roeren, waar het ook mag schuren met de cultuur en tradities in het land. Vrouwenvoetbal is daar onderontwikkeld, daar stappen we dan in met trainers. En we willen kijken hoe we de arbeidsmigranten bij voetbal kunnen betrekken, bijvoorbeeld met toernooien.”

Een maquette van het Al-Lusail Stadium waarin op het WK 2022 zal worden gespeeld.

Foto EPA

Nieuwe bladzijde

De KNVB heeft de bladzijde omgeslagen. „Het WK in Qatar was niks, is niks en wordt niks”, zei toenmalig directeur betaald voetbal Bert van Oostveen in 2014. Het was ten tijde van onthullingen over de toewijzing van de WK’s 2018 en 2022 aan respectievelijk Rusland en Qatar, toen nog kans leek te bestaan op een herziening van de FIFA-stemming.

Maar het WK in 2022 gaat door, onvermijdelijk. In de maanden november en december, wegens de extreme hitte in de zomer. De ophef rond de erbarmelijke arbeidsomstandigheden is langzaamaan geluwd. Qatar heeft volgens Amnesty inmiddels „stappen gemaakt” in de verbetering van de behandeling van arbeiders uit met name Zuid-Azië, al werden rond de bouw van WK-stadions nog altijd misstanden geconstateerd. Human Rights Watch signaleert bemoedigende hervormingen, maar ziet wel een gevaar in het slechts ten dele afschaffen van het Kafalasysteem, waarbij arbeiders zich als het ware uitleveren aan hun werkgevers.

Lees ook: In het voetbal groeide Qatar uit tot een basisspeler

Intussen toont Qatar met sportieve prestaties van het nationale team hoe maakbaar succes ook in het interlandvoetbal kan zijn. Na de opzienbarende oefenzege op de sterke Zwitsers, eind november, is er iets fenomenaals gebeurd. Qatar won afgelopen vrijdag in de Verenigde Arabische Emiraten de Azië Cup door in de finale Japan met 3-1 te verslaan. In de halve finale was met 4-0 gewonnen van het gastland.

Het olie- en gasstaatje aan de Perzische Golf heeft daarmee zijn eerste hoofdprijs gewonnen, krap vier jaar voor het WK begint. Met 300.000 Qatarezen, op een totale populatie van 2,6 miljoen met veel expats en gastarbeiders, heeft de prestatie iets weg van de IJslandse stunts in Europa de voorbije jaren. Gijs de Jong heeft zijn collega van de bond van Qatar direct gefeliciteerd. „Blijkt maar weer dat als je een goede strategie consequent uitvoert, IJsland ook, je ver kan komen.”

Hassan Abdelkarim viert de winst van de Azië Cup.

Foto Ahmed Jadallah/Reuters

Autochtonen

Aan de twijfel of Qatar een WK-waardig elftal op de been kan krijgen, is zo een einde gekomen. Het finaleteam bij de Azië Cup bestond voor ruim de helft uit autochtone Qatarezen. Daarnaast, genaturaliseerd: twee Algerijnen, een Irakees, een Kaapverdiaan en toernooi-topscorer Almoez Ali uit Soedan – hij scoorde in de finale met een weergaloze omhaal. Daarmee voldoet de ploeg bepaald niet aan het beeld dat Qatar zich met hoofdzakelijk genaturaliseerde spelers aan het klaarstomen is voor het WK in eigen land.

Twaalf jaar geleden werd, parallel aan de pogingen om het WK 2022 binnen te halen, een ambitieus opleidingsprogramma in gang getrokken. „Bekijk het zo”, zegt Ed Graper. „Stel, je begint helemaal opnieuw met het inrichten van een nationale opleiding en je kan het beste traject ontwerpen voor jonge voetballers om zich te ontwikkelen. En je hebt haast ongelimiteerde middelen. Dan kom je hier op uit.”

De Nederlander werkte bijna tien jaar bij de Aspire Academy, het gigantische nationale opleidingscentrum in Qatar. Spelertjes vanaf acht jaar trainden hier al vijf keer per week, vanaf twaalf jaar zelfs tien keer. „Teams van Bayern München, Barcelona, Ajax komen, vanwege de faciliteiten, geregeld langs om tegen de jeugd in Qatar te spelen, zo treffen ze al op jonge leeftijd weerstand. De beste talenten van Qatar worden bij elkaar gezet en spelen alleen in het weekend bij hun eigen club.”

Aan de twijfel of Qatar een WK-waardig elftal op de been kan krijgen, is een einde gekomen

Maar het grote probleem was vaak de vervolgstap. Graper: „De Qatar Stars League [QSL, de hoogste profcompetitie] is voor spelers van 17 tot 19 nog te hoog gegrepen.” Daar werd wat op gevonden. In de schaduw van de overname van Paris Saint-Germain door staatsfonds Qatar Sports Investment, heeft Aspire de afgelopen jaren ook een belang in drie clubs genomen. Veel spelers van Qatar hebben zo de route afgelegd via filiaalclubs KAS Eupen (België), LASK Linz (Oostenrijk) en Cultural y Deportiva Leonesa (op het derde Spaanse niveau). Om daarna in Qatar hun draai te vinden tussen de internationale afbouwende topsterren als Raúl, Xavi, en nu Wesley Sneijder.

Toch kwam Aspire vooral onder de aandacht door de grootscheepse talentscouting in Afrika, een programma met onduidelijke motieven waar lang van gedacht is dat daar de kracht van het toekomstig Qatarees elftal zou afhangen. Volgens eigen cijfers van Aspire zijn in negen jaar in totaal 3,5 miljoen kinderen bekeken in zeventien landen – ook in Zuid-Amerika en Azië. In Senegal werden de beste Afrikaanse jongens verzameld. En alleen de állerbesten kwamen naar Doha.

Lees ook: Legpuzzel van corruptie rond WK bids

Jarenlang profijt

Van de spelers in het huidige nationale elftal is spits Almoez Ali de enige speler met Afrikaanse roots die via het Aspire-programma is opgevist en genaturaliseerd tot Qatarees. In 2016 werd ‘Aspire Football Dreams in Africa’ opgedoekt. Mislukt? Dat kun je zeggen, vindt Graper. „Maar vergeet niet dat spelers in Qatar jarenlang hebben geprofiteerd van het trainen met en spelen tegen de beste leeftijdsgenoten uit Afrikaanse landen.”

Eind 2014 bezocht NRC de club KAS Eupen, in het Duitstalige deel van België. Een aantal Afrikaanse spelers waren via het Aspire-programma doorgebroken. Maar belangrijker voor Aspire was het aanstaande debuut van Akram Afif bij Eupen, de eerste geboren Qatarees die in een buitenlandse profcompetitie zijn opwachting ging maken. Tegenwoordig is hij de ster van het Qatarese voetbal, met tien assists in de Azië Cup en een benutte penalty in de finale.

De manifestatie van Qatar als onconventioneel voetballand zet zich voort, met de volgende stop de Copa América, komende zomer. Daar is het met Japan voor uitgenodigd, dankzij de ‘vriendschappelijke’ band tussen de Aziatische en Zuid-Amerikaanse voetbalfederatie. „We moeten het allemaal wel in perspectief blijven zien”, zegt Graper. „Ze zijn heel gebleven dit toernooi, dat was hun grote geluk, want blessures kunnen ze eigenlijk niet opvangen. De basis is nog altijd heel smal.”