Opinie

    • Ellen Deckwitz

Krimp

Ellen Deckwitz

Elke maand neem ik mijn ouders mee uit eten, als dank dat ze me destijds niet te vondeling hebben gelegd. Groot feest natuurlijk, behalve dan dat mijn vader (82) met de dag hardhorender wordt en dat vrolijk ontkent. Hij weigert aan het gehoorapparaat te gaan.

„De wereld is gewoon te zacht geworden!” roept hij wanneer ik klaag dat ik na een dinertje met hem klink alsof ik een etmaal met vloeibaar schuurmiddel heb gegorgeld. Inmiddels zoek ik onze eetgelegenheden uit op gehoorvriendelijkheid. De ruimte mag niet te hoog zijn in verband met galm, het liefst zijn er nisjes, dempende vloerbedekking, staan de tafels niet te dicht op elkaar. En zo soupeer ik elke maand op een plek waar het eten niet te harden is, maar mijn vader wel helemaal blij is, want hij kan doen alsof er helemaal niets aan zijn oren scheelt.

„Fascinerend”, zei een vriendin, „jullie zoeken restaurants uit op basis van de akoestiek, niet vanwege kaart.”

„Ik heb me er maar bij neergelegd dat hij nou eenmaal slecht ter oor is”, begon ik, „en eigenlijk is het niet eens zo gek. Als hij niet goed kon lopen zou ik daar ook op letten in de restaurantkeuze. Net zoals dat er toko’s bestaan die prat gaan op hun blindvriendelijkheid enzo. Zo erg is het niet, en bovendien hoeft mijn pa dan nog even niet aan zichzelf toe te geven dat hij aan het aftakelen is.”

„Maar”, zei de vriendin verbluft, „is dit niet een hele extreme vorm van censuur? Jullie mijden plekken omdat hij zich niet oud wil voelen!”

„Dat doet iedereen toch”, probeerde ik, „ik ga ook al jaren niet meer naar de EO Jongerendag.”

„Wat ik bedoel”, zei ze, „is dat hij zich nodeloos laat inperken door zijn ijdelheid.”

Tja. Ik dacht aan de gesprekken die ik met mijn leeftijdsgenoten steeds vaker voer, over ouders en hun kwaaltjes. De vader van een oud-studiegenoot zwemt tegenwoordig in een korter zwembad (je verzint het niet) zodat hij nog steeds trots kan melden dat hij twee keer in de week vijftig baantjes trekt. Mijn moeder hangt fier aan de telefoon als ze dertig kilometer heeft gefietst. Op haar elektrische fiets. Een kennis heeft een sauna en op de 50-plusavonden wordt het licht sterker gedimd, een soort live filter voor bezoekers die weigeren te geloven dat ze aan de tijd onderhevig zijn.

Het voelde even alsof ze vrijwillig in een slinkende wereld leven, zodat ze niet bij hun eigen krimp hoeven stil te staan. Even zag ik de toekomst: talloze ouderen in een kleine, gedimde cabine, waarin ze kunnen geloven dat ze zichzelf zijn, dat wil zeggen: onveranderlijk.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.